Alex d'Electrique versterkt Thomas Bernhards cynisme

Voorstelling: Dramolette van Thomas Bernhard door Alex d'Electrique. Vertaling en bewerking: Ko van den Bosch en Henri van Zanten; regie: Henri van Zanten; spelers: Raymonde de Kuyper, Ellen van Rossum, Ko van den Bosch, Raymond Spannet. Gezien: 14/11 Lantaren/Venster, Rotterdam. Nog te zien aldaar t/m 17/11, daarna op tournee t/m april.

Als Dramolette is afgelopen is het toneel veranderd in een zwijnestal. De vloer is bedekt met een dikke laag aarde. Tussen de lege flessen en besmeurde kedingstukken liggen her en der omvergeschopte tafels en stoelen, waarvan de poten in zwarte soldatenlaarzen zijn gestoken. De vier acteurs hebben met een nietsontziende heftigheid hun agressie op de omgeving gebotvierd en daarbij zichzelf danig toegetakeld. Zeventig minuten lang konden ze hun vuil spuien, om zich er ook letterlijk in te wentelen. Gezien hun eerder getoonde voorkeur voor voorstellingen waarin een hardhandige aanpak en absurde humor de boventoon voerden, is de keuze van Alex d'Electrique om Dramolette te spelen niet verwonderlijk.

Thomas Bernhard schreef Dramolette tussen 1978 en 1981: zeven korte kluchten waarin hij zijn afkeer van de naoorlogse maatschappij vlijmscherp heeft verwoord. Het beeld dat hij schetst is meedogenloos en onthutsend: in alle mensen schuilt een fascist, een racist of beide. Het nazisme heeft nog niets aan kracht ingeboet; we laven ons eraan. In een van de stukken is er soep van getrokken: vier gezinsleden zitten aan een gedekte tafel en laten hun bord volscheppen met bloedrode Nazisoep. 'In plaats van de goede, oude noedelsoep, krijgen we elke dag Nazisoep', sputtert de man, maar zijn vrouw zegt het niet te kunnen helpen: noedels zijn niet meer te krijgen, aan Nazi's daarentegen geen gebrek. De maaltijd ontaardt in een onsmakelijke bende, de soep spat in het rond en laat op alles en iedereen bloederige sporen achter.

Er is weinig voor nodig om achter deze mensen een crimineel milieu te zoeken, maar Benhard zou Bernhard niet zijn als hij zijn haat zo eendimensionaal had vormgegeven. Zijn figuren zijn weliswaar karikaturale types, maar ze komen uit alle lagen van de bevolking; de machtigsten in het land blijken vaak nog de grootste schurken. 'Jij hebt er twaalfduizend omgebracht', zegt een vrouw met een schalks lachje tegen haar echtgenoot, een rechter; zij zelf heeft er achtentwintig op haar geweten. Even later deelt een collega-rechter mee dat hij zijn vriend heeft vrijgesproken: 'Wij zijn een samenzwering tegen het Jodendom' (in de vertaling is dit woord om onduidelijke reden vervangen door de 'Islam'). Wij Duitsers, vervolgt hij, zijn mensen van eer. Terwijl hij opstaat om het glas te heffen, zakt zijn broek op zijn enkels.

Zo'n detail is kenmerkend voor de toon van de voorstelling. Daar waar Thomas Bernhard volstaat met een dodelijk cynisme in de tekst, doen de acteurs er een schepje bovenop over het algemeen maken ze van de personages belachelijke figuren. Soms leidt dat tot treffende creaties, zoals de twee volkse vrouwen in de eerste klucht, maar lang niet altijd is de dik opgelegde grofheid effectief. Met een subtielere benadering zouden de scenes meer indruk maken. Daar staat tegenover dat de acteurs aanstekelijk spel laten zien en schijnbaar moeiteloos van het ene stuk overstappen naar het volgende.

De tekst is adequaat vertaald door Ko van den Bosch en regisseur Henri van Zanten, alleen is niet goed te begrijpen waarom ze het bij zes van de

en stukken hebben gelaten. Dramolette wordt nu wel voor het eerst in Nederland gespeeld, maar het is, in tegenstelling tot wat in het programma staat, nog wachten op een integrale uitvoering.