AID stopt controle apen en gifslangen; Inspecteurs AID vrezen besmetting door exotische dieren via stofdeeltjes en bijten

ROTTERDAM, 16 nov. De inspecteurs Natuurbescherming van de Algemene Inspectiedienst (AID) controleren sinds juni van dit jaar op Schiphol geen zendingen apen en giftige slangen meer. Zij zijn bang besmet te raken.

Ook de controleurs die in de havens van Rotterdam en Amsterdam in aanraking komen met uitheemse dieren grote risico's lopen grote risico's, zo blijkt uit het rapport 'Veiligheid Natuurbeschermingscontroleurs AID' uit november 1989.

Bijtwonden van apen en slangen alsmede het inademen van stof uit de ruimten waarin vogels verblijven kunnen leiden tot vergiftiging en ziekten, aldus het rapport dat is uitgebracht door de gezondheidsdienst voor de rijksambtenaren (RBB). Vooral de vrees voor het Marburgvirus, dat bij apen voorkomt en dodelijk is voor de mens, heeft tot onrust geleid.

De afdeling Natuurbescherming van de AID is ongerust over de gevaren bij de controle op het 'in- en uitvoerbesluit bedreigde uitheemse diersoorten'. De controleurs van de afdeling West hebben dit in een brief van 9 november kenbaar gemaakt bij de dienstcommissie (ondernemingsraad) van de AID.

De grote interesse van de Nederlanders voor het houden van exotische dieren heeft de laatste jaren geleid tot een forse toename van de invoer. Per jaar komen op Schiphol circa 1500 zendingen aan. Met name de belangstelling voor (giftige) reptielen is in Nederland opmerkelijk. Ze worden veelal aangevoerd in jutezakken die zijn verpakt in gesloten kratten. Malafide handelaren plaatsen vaak in de bovenste krat van een stapel een zeer giftige slangensoort. De stapel, die een geheel vormt, wordt dan veelal niet gecontroleerd. Het is zeer waarschijnlijk dat via deze methode zeldzame, beschermde diersoorten in de illegale handel terechtkomen. De milieu-organisatie Greenpeace heeft hiertegen op 2 oktober van dit jaar geprotesteerd bij de directeur van de AID, mevrouw G. A. Kostwinder. D66 stelde over het ontbreken van controle Kamervragen aan de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij alsmede aan de minister van justitie.

Via Schiphol komen de meeste uitheemse diersoorten Nederland binnen. Volgens het rapport 'Veiligheid Natuurbeschermingscontroleurs AID' ontbreekt bij 75 procent van de aanvoer informatie over de inhoud van de te controleren ladingen. De inhoud van de jutezakken, waarin reptielen worden vervoerd, bekijken de AID-controleurs via een zelfgemaakt kijkglas. Hierbij bijten de slangen de controleurs soms door de jutezak heen. Ook gebeurt het vaak dat de reptielen gedurende de reis ontsnappen uit de zak. Dat blijkt dan pas als de krat bij de controle wordt opengebroken, wat levensgevaarlijke situaties kan opleveren.

Het grootste deel van de zendingen zoogdieren bestaat uit apen. De dieren zitten in kisten met gaas op gezichtshoogte. Het grootste risico voor de controleur doet zich voor bij inbeslagname, dan is direct contact met het dier onvermijdelijk. Bijt- en krabverwondingen zijn dan bijna niet te voorkomen. Maar de ambtenaren zijn veel angstiger voor besmetting met een van de 21 ziekteverwekkers die het RBB-rapport vermeldt in relatie tot de apen.

'Naar apen kijk ik alleen op afstand', zegt een van de controleurs. 'We hebben een zending gehad op Schiphol die werd doorgestuurd naar Amerika. Daar zijn toen mensen gestorven aan het Marburgvirus. Personeel van ons heeft vlak bij die zending gestaan. Dat doe je geen tweede keer.'

Vogels vormen de grootste groep aangevoerde uitheemse diersoorten. Ze worden vervoerd in houten kratten die aan de voorzijde zijn afgedekt met gaas. De controleur schijnt met een zaklantaarn door het gaas om na te gaan of er beschermde vogels in de groep zitten. Dat leidt tot grote onrust in de kratten, waardoor veel stof wordt verspreid. Als er sprake is van overtredingen, dan moeten de desbetreffende vogels uit de krat worden gehaald.

'Hierdoor is er direct contact met de vogels', aldus het rapport. 'In de praktijk blijkt dat ingevoerde vogels zoals bijvoorbeeld papagaaien uit Tanzania veelal ziekten met zich meedragen. (...) Controleurs dragen bij deze werkzaamheden 'werkhandschoenen', papegaaien bijten er echter dwars doorheen.'

Verbetering van de uitrusting is de eerste eis van de controleurs. Een fijnstofmasker, handschoenen met staal versterkt, een professioneel kijkglas met verlichting en een lange stok met aan het uiteinde een knijper om reptielen vanop een afstand te kunnen 'hanteren', staan ondermeer op het verlanglijstje.

De trage reactie binnen de AID op de uit angst geboren wensen van de afdeling Natuurbescherming staaft een aantal van de betrokken ambtenaren in de overtuiging dat hun afdeling eigenlijk niet meetelt. De 'vogeltjescontroleurs' zoals ze binnen de dienst spottend worden genoemd, leven in de overtuiging dat Natuurbeheer wordt beschouwd als de afvalbak van de AID waarin die ambtenaren terechtkomen die zich elders onmogelijk hebben gemaakt, dan wel uitgeblust hun jaren uitdienen. Het percentage langdurig zieken ligt bij Natuurbeheer hoog.

Uit een onderzoek naar het functioneren van de AID dat op dit moment wordt voltooid, komt een advies voor een uitbreiding van de mankracht bij Natuurbeheer van 21 naar 32 ambtenaren. Maar daarbij wordt gevreesd dat de afvalbak-functie de kwaliteit van de uitbreiding zal bepalen. Het ongenoegen van de betrokkenen heeft een lange geschiedenis. In 1982, toen de afdeling Natuurbehoud en Openluchtrecreatie (NBOR) van het ministerie van cultuur, recreatie en maatschappelijk werk werd ondergebracht bij het ministerie van landbouw en visserij leidde dat tot grote onvrede. 'We zijn nu ingekwartierd bij de vijand', zou de toenmalige directeur van NBOR, ir. F. Prillewitz, hebben opgemerkt tegen zijn naaste medewerkers. Ambtenaren van Natuurbeheer menen die gedachte nog dagelijks bevestigd te zien.