'We maakten het huis maar weer eens schoon'

ROTTERDAM, 15 nov. Angst, verveling, emotionele uitbarstingen en drankgebruik: het zijn de verschijnselen die het leven van menig gijzelaar in Irak begeleiden. 'Sommigen zopen zich werkelijk kapot', vertelt de 23-jarige Edwin Bakker uit het Overijsselse Holten en student sociale geografie in Groningen. Hij was met zijn vriend Frank Hylkema uit Neede (twintig jaar, student aan de Groningse kunstacademie) met vakantie in Irak, toen Koeweit werd overvallen en geannexeerd. Ze keerden zaterdag terug in de groep van tien Nederlanders, die dank zij de missie van Willy Brandt vrij kwamen.

Drank was volgens Edwin en Frank volop verkrijgbaar in Bagdad: 'Whiskey, wodka, Iraakse wijn en diverse Nederlandse biermerken, alles was gewoon in de winkels te koop en ik weet zeker dat enkelen zwaar alcoholist zijn geworden. We hadden wel eens een feestje en dat eindigde regelmatig in dronkenschap. Dan zag je ze weer over het balkon hangen.'

De verveling. Edwin: 'Vaak waren de dagen gevuld met niets doen. Ik heb nog geprobeerd aan de universiteit van Bagdad verder te leren of althans mijn tijd nuttig te besteden, maar ik trof er slechts drie vrouwelijke studenten aan. Alle mannen, ook de docenten, waren in training voor de 'popular army', een soort vrijwilligersleger. In het begin heeft m'n moeder me boeken van een cursus Spaans opgestuurd, maar ik heb ze al weer gauw terzijde gelegd. Het wou gewoon niet lukken, mijn hoofd stond er niet naar.' Frank: 'Op het laatst zijn we nog rijles gaan nemen, dat duurt daar niet langer dan een week en dan heb je je rijbewijs. Dat kon ik vrijdag ophalen, maar toen zat ik al in het vliegtuig naar huis. En verder: we sliepen lang uit, maakten het huis voor de zoveelste keer schoon en keken naar videofilms. Vreselijk als je niet gewend bent zo je dagen door te brengen.'

De twee waren liftend naar Irak getrokken, een land dat hen in hoge mate boeide als 'bakermat van de beschaving', het oude Mesopotamie. Ze wilden via Jordanie en Egypte naar Nederland terug, maar die opzet werd doorkruist door de Golfcrisis. De eerste week zaten ze in een goedkoop hotelletje. Een poging om met twaalf andere Nederlanders de Jordaanse grens over te steken, liep op niets uit. Na die mislukte expeditie trokken ze in bij Siego Wouters, arts in Bagdad en zoon van ds. D. Wouters die het familiecomite oprichtte. Later verhuisden ze naar de woning van ambassademedewerker P. de Leeuw, die op 20 september naar Nederland afreisde.

Snel maakten ze kennis met hun Nederlandse lotgenoten, die in hotels, in huizen van Nederlandse firma's of van de Nederlandse ambassade onderdak vonden. Edwin: 'We kwamen dagelijks bij elkaar langs. Iemand had yoghurt op de kop getikt en liet er ons van meegenieten. Je nodigde de anderen uit als er iets bijzonders was, op m'n verjaardag bijvoorbeeld. We gingen samen eten in restaurants, want we konden vrijelijk de stad in en aan geld hadden we geen gebrek.' Frank: 'Dat geld werd verzorgd door de ambassade, maar daar vertel ik liever niet over, want het gebeurde min of meer illegaal.' Edwin: 'Ik kreeg van het thuisfront gewoon per post dollars opgestuurd en die wisselde ik om in dinars.'

Bij de tien Nederlandse gijzelaars die afgelopen weekeinde terugkeerden, was ook F. H. Pino (58), die sinds 1984 in Bagdad woonde en als branchemanager de Iraakse vestiging van de NKF (Nederlandse Kabel Fabrieken) bestuurde. De aanleg van een telecommunicatienet was bijna afgerond, toen de crisis uitbrak.

o: 'We hebben gelijk alle medewerkers van de verschillende lokaties naar Bagdad gehaald en hebben, samen met de Nederlandse ambassade en de firma Stork, konvooien samengesteld om nog zoveel mogelijk mensen het land uit te krijgen. Wij van NKF bleven met z'n drieen achter. De toestand was alarmerend, het kon vele maanden gaan duren en daarom zijn we op grote schaal voedsel gaan inslaan: rijst, olie, suiker, ingevroren kip en vlees. Ook voor onze mensen uit Koeweit, die later bij ons kwamen, en eventuele gasten. We beschikten in Bagdad over een groot, comfortabel huis, zeg maar gerust een villa, compleet met tuin en en zwembad, dat scheelde.'

Van verveling was volgens Pino in zijn geval en zeker in het begin geen sprake: 'Ik had mijn handen vol aan het organiseren van de voedselaankopen en de zakelijke afwikkeling van ons telecommunicatieproject. Later probeerden we de eigendommen van het bedrijf het land uit te krijgen, wat niet gelukt is. Je bedacht steeds weer wat anders. Ook persoonlijke bezittingen moesten bij voorkeur de grens over en dat lukte in sommige gevallen en met hulp van vrienden wel. Alleen mijn eigen koffer is ergens onderweg blijven steken.'

En daarna? Pino: 'Ja, daarna kreeg je wel tijden dat je urenlang voor je uit zat te kijken. De spanning groeide met de dag. We zaten herhaaldelijk aan de radio gekluisterd, de Wereldomroep en de BBC, daar had je wat aan. Tussen de bedrijven door kroop ik achter de computer om mezelf een nieuwe programmeertaal aan te leren. Je zwom, je las een boek, alles concentreerde zich op het huis en directe omgeving. Je kon je weliswaar vrijelijk door Bagdad bewegen, maar dat deden we liever niet. 't Was immers oorlog, al leek het rustig. Als je iets fout deed, kon dat ernstige gevolgen hebben. Daarom zeiden we: laten we niet provocerend als Europeanen gaan rondlopen, maar ons gedeisd houden.

Niet bekend

Een van de grootste dreigingen kwam medio augustus op de Nederlandse kolonie af. Edwin Bakker: 'Ook wij Nederlanders zouden, net als de Amerikanen, Engelsen, Fransen en Japanners, naar militair-strategische objecten worden afgevoerd om als schild te dienen tegen vijandelijke aanvallen. Het was allemaal zeer beanstigend. Je las het in de krant, de Bagdad Observer, en je zag het op de tv. Daar werden de gijzelaars rechtstreeks toegesproken. Gelukkig bleek het loos alarm, maar de dreiging duurde voort. Je was nooit ergens zeker van, je wist nooit wat er de andere dag zou gebeuren.'

F. H. Pino: 'Je had geen enkele garantie dat ze de Nederlanders niet zouden interneren en daarom hebben we maatregelen genomen om, als het zover kwam, ons te verbergen met voldoende voedsel en drinkwater binnen handbereik. Nee, niet in de villa van NKF, maar ergens anders, al zeg ik niet waar. Gelukkig hebben we er geen gebruik van hoeven maken.'

Volgens Pino heeft de gijzeling voor hem en de andere medewerkers van NKF geen nadelige financiele consequenties: 'Er zijn adequate regelingen getroffen, die me doen zeggen: ik heb alle respect voor NKF.' De branchemanager van Irak zou 1 november met pensioen zijn gegaan, maar zijn vertrek bij de firma is in verband met de gijzeling uitgesteld.

Voor Edwin Bakker had het gedwongen verblijf in Bagdad tot gevolg dat hij een half jaar studie in Engeland in het kader van een EG-project moest missen. Nog maar net thuis na alle emoties en spanningen van de afgelopen maanden ontbreekt hem de lust tot studeren. 'Op het ogenblik word ik geleefd en ik heb trouwens ook geen kamer in Groningen, omdat ik naar Engeland zou gaan.' Frank Hylkema kan pas veel later dan gepland zijn studie aan de kunstacademie hervatten. Hoe dat zal uitpakken, is nog onduidelijk. 'Eerst neem ik maar een poosje rust.'