Theater verdringt dans in choreografie Monte

Gezelschap: Elisa Monte Dance Company, drie choreografische werken van Elisa Monte. Turtles eat Bones. Muziek: Johan Hassell; decor: Jean Michel Pourvoyeur; kostuums: Jose Lengson; licht: Craig Miller. Treading. Muziek: Steve Reich; kostuums: Marisol; licht: Tina Charney. The World Upside Down. Muziek: Glenn Branca; toneelbeeld: Tod Williams en Billie Tsien; kostuums: Kim DePolde, Kathy Inukai, Todd Williams en Billie Tsien; licht: Graig Miller. Begeleiding: Noordhollands Philharmonisch Orkest o.l.v. Glen Cortese. Gezien 14/11 Muziektheater Amsterdam, daar nog 16 en 17/11.

De uit New York afkomstige Elisa Monte Dance Company is sinds 1985 een regelmatig terugkerende gast in Nederland. Na het enthousiaste onthaal tijdens het Springdance Festival in datzelfde jaar werd het gezelschap uitgenodigd als eerste moderne dansgroep in het nieuwe Amsterdamse Muziektheater op treden (1987). Twee jaar later gebeurde dat in de ook al net geopende Rotterdamse Schouwburg. Nu is het Muziektheater opnieuw gastheer en zelfs meer dan dat: het werd co-producent van de groot opgezette vijftig minuten durende wereldpremiere The World Upside Down.

Het excellente tienkoppige danserstableau werd daarvoor met zes uit Nederland afkomstige dansers versterkt (van wie er drie nog in Rotterdam aan hun opleiding bezig zijn) en er werd volop gebruik gemaakt van de mogelijkheden die het theater te bieden heeft. Een groot flexibel rechthoekig object vervult een dominerende rol. Eerst schuift het als een platte witte wand schuin over het toneel en dwingt de dansers in een diagonale baan. Daarna verdubbelt de wand en klapt half open. Op beide zijkanten zorgen de schaduwen van de aan weerskanten geplaatste dansers voor een aanvullend bewegingsspel.

Omdat ook binnen de gevormde haakse hoek dansers bewegen die alleen via hun schaduw voor het publiek zichtbaar zijn, ontstaat er een verwarrend effect. Soms lopen de schaduwbeelden synchroon met de bewegingen van de zichtbare dansers, maar op andere momenten zijn er plotseling vormen te zien waarvan je in eerste instantie niet weet waar die worden uitgevoerd of door wie. Het witte vlak fungeert volledig uitgeklapt ook als een massieve achterwand.

Een ander theatraal effect wordt veroorzaakt door een tweede speelvlak dat hoog boven de toneelvloer uittorent, waarop de dansers in drie groepen geplaatst zijn. In drie segmenten verzinkt het langzaam in de vloer, terwijl de bewegingsfrases doorgaan. Uit de toneelkap komen er witte panelen te voorschijn waarvoor enkele dansers een houding innemen. Als zij van houding veranderen blijkt hun vorige schaduw zich op het panel te hebben vastgezogen.

Tegen al die knappe en verwarrende theatrale middelen is de choreografie niet echt opgewassen. Er zitten prachtige fragmenten in, die behalve door de uitstekende uitvoering, vooral imponeren door de grillige bewegingen, de vaak sculpturale schoonheid van lichaamslijnen, de complexiteit van patronen en acrobatisch tilwerk en de plotseling oplaaiende dynamiek.

Toch liet het geheel me toch met een onbevredigend gevoel achter: de stukjes van de puzzel wilden maar niet op hun plaats vallen. Dat deden ze juist wel in de twee oudere, hier al eerder geziene werken Turtles Eat Bones, een trio, en vooral in het door David Browne en Danita Ridout prachtig gedanste, poetische en mysterieuze duet Treading.