Streekvervoer wil 300 nieuwe snelbuslijnen

DEN HAAG, 15 nov. De streekvervoerbedrijven in de Randstad willen 300 nieuwe snelbuslijnen opzetten, waarvoor vrije busbanen met een totale lengte van 800 kilometer langs rijks-, provinciale en gemeentelijke wegen nodig zijn. Kosten: vier miljard gulden.

De streekvervoerders Centraal Nederland, NZH en Westnederland presenteerden hun plan 'Vrij Baan 21' vanmiddag in Den Haag. Het is een uitwerking van de suggestie die Streekvervoer Nederland, de overkoepelende organisatie van de vervoerbedrijven, eerder dit jaar deed om in het hele land langs de drukste weggedeelten vrije busbanen aan te leggen of bestaande stroken daarvoor vrij te maken.

Het randstedelijke plan kan volgens de initiatiefnemers in 2000 gereed zijn, terwijl een aantal projecten nog voor 1995 is te verwezenlijken. De bedoeling is naast het bestaande basisnet een 'snelnet' te realiseren. Het basisnet telt relatief veel haltes en moet verbindingen krijgen naar opstappunten aan het snelnet. Dit snelnet, met een totale lengte van 2000 kilometer, krijgt veel minder haltes en is bestemd voor verplaatsingen van 10 tot 30 kilometer (een auto legt in het woon-werkverkeer gemiddeld 18 kilometer af). De streekvervoerders denken met het snelnet de reistijd van de auto te kunnen benaderen.

Volgens het plan zullen de snelbussen in de spits minimaal elk half uur rijden en daarbuiten ten minste een maal per uur. Om de bus de ruimte te bieden gaat het niet alleen om vrije banen (inclusief eigen tunnels en viaducten), maar ook om voorrangsregelingen op kruispunten. Volgens de streekvervoerders kan met hun plan worden bereikt dat in 2000 het aantal reizigers in het regionaal openbaar vervoer is verdubbeld.

Of het plan wordt uitgevoerd, hangt niet in de laatste plan af van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). Directe en comfortabele busverbindingen liggen in de lijn van het beleid van haar ministerie, maar er worden wel vraagtekens gezet bij de financiele haalbaarheid van alle plannen waarmee het openbaar vervoer komt. Volgens het departement zouden de suggesties van de streekvervoerders moeten worden ingebracht in de toekomstige vervoerregio's. De vraag is volgens het ministerie of zoveel vrije busbanen wel nodig zijn, als de toekomstige verkeersplannen tot filevrije autosnelwegen hebben geleid. Ook denkt men bij Verkeer en Waterstaat dat de streekvervoerders nogal optimistisch zijn over de tijd die gemoeid is met planologische procedures.