Steeds meer onbetaalde hulp nodig voor kinderverblijven

AMSTERDAM, 15 nov. Onbetaalde hulpen en stagiaires moeten wekelijks naar schatting 20.000 uur inspringen bij kinderdagverblijven, omdat de opvang anders wegvalt. De creches zijn wekelijks gedurende 67.000 uur bemand door betaalde leidsters, maar ze zijn 87.000 uur geopend.

Dat blijkt uit een enquete van de FNV onder 431 kinderdagverblijven. De kinderdagverblijven zijn per dag gemiddeld 9,6 uur open, terwijl de betaalde medewerkers een acht-urige werkdag hebben. De gaten die ontstaan moeten worden opgevuld door 'een keurkorps aan vrijwilligers en stagiaires', aldus de onderzoekers Pelzer en Miedema, die hun bevindingen in het boek 'Kinderopvang in Nederland' hebben beschreven. Volgens hen zijn de openingstijden van de creches verlengd zonder overleg met het personeel.

De leidsters hebben veel te veel kinderen om in de gaten te houden, zo menen de onderzoekers. In extreme gevallen ziet een leidster per week 56 verschillende kinderen. Dat maakt het onmogelijk voor ze om het vertrouwen van de kinderen te winnen. Volgens de geldende normen mag een groep, afhankelijk van de leeftijd niet groter zijn dan zestien kinderen.

De FNV noemt het opmerkelijk dat ouders steeds meer moeten bijbetalen. Gemiddeld genomen nemen zij al vijftig procent van de kosten voor hun rekening, overheid en bedrijfsleven de andere helft. De bijdragen varieren van 45 gulden per maand voor een minimuminkomen tot 999 gulden voor tweeverdieners. Het gemiddelde dat ouders betalen ligt op 586 gulden per maand bij gesubsidieerde creches. In particuliere kinderdagverblijven ligt dat op 722 gulden. Opvang in bedrijven kost de ouders gemiddeld 888 gulden per maand. Van landelijke richtlijnen is geen sprake meer, stellen de onderzoekers. 'Alle gemeenten rommelen maar wat aan.' Door de inkomensgebonden bijdrage moeten vrouwen met een klein inkomen hun gehele salaris aan de kinderopvang besteden waarna ze besluiten hun baan op te geven.