Ritzen wil bestuur Open Universiteit veranderen

ROTTERDAM, 15 nov. Minister Ritzen wil de bestuursstructuur van de Open Universiteit in Heerlen ingrijpend veranderen. Daarbij wordt de invloed van studenten en personeel drastisch beperkt.

Dit blijkt uit de wijzigingen die de minister in de Wet op de Open Universiteit wil aanbrengen. Een voorstel daarvoor heeft hij deze week naar de Tweede Kamer gezonden.

De Open Universiteit kent naast het college van bestuur, als dagelijks bestuur, een breed samengestelde bestuursraad waaraan het college van bestuur voor een deel van zijn beleid, uitgezonderd de financien, verantwoording schuldig is. In de bestuursraad zijn ook studenten en personeel vertegenwoordigd.

Ritzen wil deze bestuursraad omvormen tot een raad van toezicht met zeven tot negen leden en een beperkt aantal, nauwkeurig omschreven bevoegdheden. Daarin passen geen personeelsleden en studenten. De raad moet een redelijke afspiegeling vormen van de samenleving, aldus Ritzen, en de leden moeten in staat zijn een 'substantiele' hoeveelheid tijd in het bestuurswerk te steken.

De medezeggenschapsraad verdwijnt omdat personeel en studenten zulke tegengestelde belangen hebben dat vertegenwoordiging in een lichaam tot inertie leidt, aldus Ritzen. Voor het personeel stelt de minister een zeven leden tellende personeelsraad in het vooruitzicht. De bevoegdheden zullen door het college van bestuur worden vastgesteld.

De studenten krijgen de gelegenheid om minimaal drie keer per jaar met het college van bestuur van gedachten te wisselen over onder meer het onderwijsaanbod, zo stelt Ritzen voor. Daartoe moeten zij zich in belangenorganisaties verenigen. De bestuursraad bepaalt welke organisaties in aanmerking komen om met het college van bestuur te overleggen.

De minister wil de huidige bestuursstructuur zo aanmerkelijk stroomlijnen en de bevoegdheden van de bestuursorganen scherper onderscheiden, om een 'krachtiger en slagvaardiger' bestuur mogelijk te maken. Hij volgt daarbij grotendeels de aanbevelingen van een commissie die het functioneren van de Open Universiteit onderzocht.

De Raad van State heeft scherpe kritiek op het verminderen van de studenteninvloed. De Raad vindt dat de minister in zijn stelling dat de medezeggenschapsraad niet respresentatief is wegens de lage opkomst bij de verkiezingen, onvoldoende rekening houdt met de grote differentiatie in de studentenbevolking en met het feit dat veel studenten maar een of enkele cursussen 'kopen' zodat van hen stemmen nauwelijks kan worden verwacht.