Problemen met transatlantische liefde

ROTTERDAM, 15 nov. Een transatlantische 'liefdesbrief', noemde de ambassadeur van de Europese Gemeenschap in Washington, oud-premier Van Agt, de gemeenschappelijke verklaring die de EG en de Verenigde Staten volgende week wereldkundig zouden maken. Maar beide partners blijken, nu het erop aankomt, ruziend over de grond te rollen en het is de vraag of het nog wel echt helemaal goed komt tussen de twee.

Na de Oosteuropese omwentelingen bracht de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Baker, in zijn Berlijnse rede van december krachtig het idee naar voren een soort verdrag te sluiten waarin de toekomstige samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Noord-Amerika wordt geregeld. Hij greep terug op een rede van president Bush, die zich een half jaar eerder bereid had verklaard 'nieuwe mechanismen voor consultatie en samenwerking over politieke en mondiale vraagstukken' met de EG en haar lidstaten 'te ontwikkelen'. Ook in Westeuropese hoofdsteden, vooral in Bonn, leefde de wens de banden tussen EG en VS te verstevigen.

De blijvende verbondenheid tussen Amerika en West-Europa moest volgens Baker worden onderstreept om aan te duiden dat de VS een Europese mogendheid 'zijn en blijven'. De gedeelde principes van democratie en markteconomie zouden moeten worden vastgelegd. En tevens zou worden aangegeven dat Washington niet alleen op economisch maar ook op politiek terrein steeds meer zaken doet met de EG en dus met de Europese Commissie, het 'dagelijks bestuur' van de Gemeenschap. Later bleken de Canadezen prijs te stellen op een soortgelijk gezamenlijk document met de EG.

De Europese Twaalf reageerden aanvankelijk lauw op de avances uit Washington. Ze wantrouwden onder aanvoering van de Fransen de in Washington bedekt geuite wens 'een plaats aan de tafel' te krijgen als de Gemeenschap besluiten neemt op het vlak van de buitenlandse politiek. Gevreesd werd dat de grote Amerikaanse oom op die manier zijn greep op de naar volwassenheid groeiende Europese neefjes wil houden. Bovendien hadden de Europeanen niet zulke goede herinneringen aan een eerder door de VS afgekondigd 'jaar van Europa' (1973), waar alleen maar spanning uit voortkwam. Uiteindelijk kon men zich vinden in het opstellen van plechtige gezamenlijke verklaringen tussen de EG en de Noordamerikanen.

Het is de bedoeling dat de teksten volgende week openbaar worden in de marge van de Parijse topontmoeting die de 34 landen van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) zullen houden. Maar nog steeds bestaat onenigheid over de inhoud van de Amerikaans-Europese aanhankelijkheidsbetuiging. Maandag verwierpen de EG-ministers van buitenlandse zaken in meerderheid (de Britse minister nam vermoedelijk een afwijkend standpunt in) de Amerikaanse eis dat in de verklaring een passage wordt opgenomen waarin beide partijen zich verplichten er alles aan te doen om de zogeheten Uruguay-ronde van de wereldhandelsbesprekingen met succes af te sluiten. Deze onderhandelingen zouden op 7 december in Brussel moeten worden afgerond.

'Wij geloven dat deze verwijzing niet thuis hoort in een verklaring die zich in essentie op de toekomst richt', zei de Franse minister van buitenlandse zaken, Dumas. Frankrijk is een van de EG-landen die zich fel verzetten tegen het Amerikaanse plan om als onderdeel van de Uruguay-ronde de landbouwsubsidies drastisch te verminderen. Als gevolg van de terughoudende EG-reactie, waarover de andere belangrijke landbouwexporteurs het onaanvaardbaar uitspraken, zijn de besprekingen op dit punt zaterdag opgeschort. Nu Washington dit onderwerp, volgens EG-waarnemers 'oneigenlijk', in de verklaring opgenomen wil zien heeft het er veel van weg dat de Europese 'geliefde' wordt uitgenodigd duidelijkheid te verschaffen over de grootte van de bruidsschat.

Verder lopen de standpunten aan weerszijden van de Atlantische Oceaan nog uiteen over de financien, ontwikkelingshulp en milieubescherming. De Twaalf, en vooral Frankrijk, dringen er op aan om in de doelstellingen op te nemen dat gestreefd zal worden naar een 'stabiel internationaal financieel systeem'. Washington weigert echter de aanduiding 'stabiel' te accepteren, kennelijk om tegenover de EG geen verantwoording af te hoeven leggen voor de fluctuerende dollar. Ook waar het gaat om verplichtingen voor hulp aan ontwikkelingslanden en bescherming van het natuurlijke milieu willen de EG-landen verder gaan dan de VS. Ten slotte liggen de standpunten van de partners nog uiteen over de plaats waar de halfjaarlijkse transatlantische ontmoetingen tussen de ministers en tussen de Amerikaanse president, de voorzitter van de EG-raad van regeringsleiders en de voorzitter van de Europese Commissie moeten worden gehouden. Anders dan de VS wil de EG de bijeenkomsten beurtelings in Europa en Amerika houden.

Meningsverschillen bestaan niet alleen tussen de VS en de EG, ook onderling zijn de Europese landen het niet altijd eens. Zo willen Amerika en een aantal EG-lidstaten een duidelijke verwijzing in de tekst naar versterking van de NAVO, terwijl andere lidstaten, waarschijnlijk weer met Frankrijk in de voorste gelederen, hieraan niet willen meewerken. Mogelijk zal deze barriere worden genomen door het bondgenootschap nog maar terloops aan te stippen.

De Italiaanse premier, Andreotti, dit half jaar voorzitter van de EG-ministerraad, suggereerde dinsdagavond tijdens een bezoek aan president Bush in Washington dat de verklaring er wel komt. Maar gezien alle nog op te lossen problemen is het geen wonder dat in EG-kringen de vraag wordt gesteld of het zinvol is het document op zo'n korte termijn aan te nemen. Misschien is de transatlantische liefde die eind vorig jaar leek op te bloeien daarvoor te bekoeld geraakt. De weinig overtuigende steun die de Amerikanen bij hun operatie in de Golf van de Europeanen krijgen zou nu bovendien iets vals aan de 'liefdesbrief' kunnen geven.