Mooi tweeluik over Tsjechoslowaakse identiteit

Zoektocht naar een nieuwe identiteit. Ned.3, 18.00-18.30 uur, donderdag 22 november, Ned.3, 18.00-18.30 uur.

Een jaar geleden verdreven betogende menigten de communistische machthebbers uit hun paleizen in Praag en werd Vaclav Havel president. Hoe die revolutie gestalte kreeg in een Tsjechoslowaakse provinciestad, en wat er in die stad sindsdien is gebeurd, toont de NOS vanavond in de documentaire over Havlickov Brod, honderd kilometer ten oosten van Praag. Het was onder het socialisme geen broeinest van dissidente acties, er woonden maar vier mensen die het manifest van Charta hadden getekend en zij vormden klein grut voor de elf leden van de geheime politie aldaar.

Wedergeboorte van een staat is een korte, maar geslaagde documentaire over de gebeurtenissen van toen en later. We maken kennis met Tomas Holenda, een plaatselijke dissident die onder het socialisme zijn brood moest verdienen als schoonmaker en hulparbeider. Hij is in februari burgemeester geworden: de stem van de rede en de stem van de redelijkheid, want, zegt hij: 'We zijn opgelucht dat het een jaar geleden niet afliep zoals in Roemenie'. En: 'Er wordt wel om wraak geroepen op de lieden die vroeger de lakens uitdeelden, maar we zoeken niet naar zondebokken, dat brengt maar ontwrichting: er is genoeg te doen'.

In Havlickov Brod heeft de gemeentelijke zuiveringscommissie zich derhalve beperkt tot het screenen van de elf man tellende afdeling van de geheime politie. De nog altijd in de fabrieken zetelende nomenklatoera van het oude systeem moeten de arbeiders zelf maar wegwerken, zegt de burgemeester, en hij toont het portret van Havel dat in een lijst steekt waarin vroeger Husak stak: lijsten zij schaars. Niet schaars zijn de stapels socialistische medailles die hij in het gemeentehuis heeft aangetroffen en die bestemd waren te worden uitgedeeld aan lieden die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de opbouw van de socialistische landbouw. Holendra wil ze wel verkopen.

In Havlickov Brod mogen vijf leden van de voormalige geheime politie blijven, zes anderen moeten ander werk zoeken. Viktor Pucala is naar de gewone politie verhuisd. De ex-geheim agent voelt geen berouw: hij heeft zijn plicht gedaan en geen morele normen geschonden, de enige spijt die hij voelt, geldt de oude leiding die het allemaal zo ver heeft laten komen.

Spijt voelt evenmin de voormalige partijvoorzitter, Karel Stehno. Hij mocht na de revolutie gemeentesecretaris blijven, maar hij komt na de komende gemeenteraadsverkiezingen op straat te staan. Dan gaat hij weer glas blazen, of hij richt een eigen bedrijfje op. Ook hij heeft geen spijt. Hij heeft zich na de revolutie nog even moeten verantwoorden op het centrale plein van de stad. Zelf wil hij er niet veel over kwijt, maar zijn vrouw is er nog boos over: de mensen lieten hem niet eens uitpraten, terwijl ze hem niet eens kenden, het was allemaal niet eerlijk.

In een tweede documentaire, Trots op mijn land, uit te zenden op donderdag 22 november, komen twee Tsjechoslowaakse vluchtelingen aan het woord, die na hun vlucht in Nederland zijn terechtgekomen. Vera Ebels vluchtte in 1968, toen na de Sovjet-invasie 'de wereld uit elkaar viel'. Mirek Kabela vluchtte al in 1956. Hij beschrijft zeer treffend de wereld van de jaren vijftig. Het socialisme was toen nog een religie, waarvan het historische gelijk 'wetenschappelijk' was bewezen. Elke individuele actie was een ontkenning van die leer en dus van de geschiedenis en zijn vlucht was een omkering van alles wat onder het socialisme heilig was. Een mooi tweeluik.