'Minder speerpunten en verder internationaliseren'; DSM wil toppositie in plastics

ATLANTA, 15 nov. DSM past zijn koers aan en richt zich meer op internationale activiteiten. Als uitvloeisel van de recente nota DSM 2000 is een ingewikkelde strategie geformuleerd, die zich zowel op produkten als op geografische markten richt.

Huisstrateeg P. M. E. M. van der Grinten zette in die nota, die uitsluitend in de hoogste regionen van DSM circuleert, uiteen welke sectoren daarin kansrijk mogen heten en welke niet. Op basis daarvan heeft het DSM-bestuur inmiddels de eerste initiatieven genomen om het chemieconcern in de aanbevolen richting te sturen.

Het chemieconcern streeft voor een beperkt aantal produkten een positie in de wereldtop na. Daarbij gaat het onder meer om al bestaande kasgeneratoren als caprolactam (grondstof voor nylon), acrylonitril (vezels, garens, harsen, rubbers), melamine (voor verwerking in verf, hout, lijm, harde plastics, laminaten) en benzaldehyde (agrochemische preparaten, reuk- en smaakstoffen).

In deze produkten is DSM nummer een of twee in de wereld, en behoud van die positie vereist aanwezigheid in de drie belangrijkste markten: Europa, Noord-Amerika en het Verre Oosten. 'We willen minder speerpunten en verder internationaliseren', zo verklaarde DSM-bestuurder ir. R. E. Selman, tijdens een recent bezoek aan dochterondernemingen in de Verenigde Staten, waar DSM de afgelopen jaren veel bedrijven heeft aangekocht die een belangrijke rol moeten gaan spelen in nieuwe strategie.

Zette het chemieconcern in 1988 nog 6 procent van zijn produkten in de VS af, tegenwoordig is dat 15 procent. Het produktieaandeel van de VS steeg vorig jaar van 6 naar 10 procent.

Buiten Europa en de VS is DSM's aanwezigheid bescheiden en haalt de tien procent nog niet. Maar plannen voor de bouw van een caprolactamfabriek in Korea zijn vergevorderd, terwijl de bouw van een rubberfabriek in Japan zijn voltooiing nadert. 'Je kunt in bepaalde produkten alleen eerste blijven als je dichtbij je belangrijkste klanten zit', zo licht D. J. van Waes, voorzitter van DSM's chemische divisie, toe.

Daarnaast onderscheidt de onderneming een aantal relatief nieuwe produkten waarmee ze hoge ogen kan gooien. In alle gevallen betekent dit concernbeleid concentratie op kernactiviteiten. En afstoting van werkzaamheden die onvoldoende perspectief bieden, zoals de afgelopen jaren gebeurde met grote delen van de kunstmestproduktie.

Verrassend nieuw is DSM's aangepaste koers dus niet. Eerder kan worden gezegd dat de onderneming wat scherper stuurt en meer vaart maakt.

De eerste gevolgen van dit beleid zijn sinds de zomer merkbaar. 'Back to basics' betekent bijvoorbeeld voor de Limburg BV, de 3000 man sterke DSM-dochter die ondersteuning (administratie, opleidingen) biedt aan de produktiebedrijven in Zuid-Limburg, dat de werkzaamheden die even goed door derden kunnen worden verricht zullen moeten verdwijnen. Enkele honderden banen zullen daardoor tot 1996 vervallen, zo maakte DSM vorige maand bekend.

Een ander voorbeeld was de verkoop twee weken geleden van het 10 procents belang in het Britse Clyde Petroleum voor 175 miljoen gulden. Dat leverde een geschatte boekwinst op van 100 miljoen gulden. Dit belang gold toch niet als kernactiviteit, en het geld kan goed worden gebruikt voor expansie elders.

Nog een uitvloeisel van de aangepaste concernstrategie is de nadere detaillering die in de organisatiestructuur is aangebracht. In betrekkelijke stilte splitste DSM begin dit jaar twee nieuwe divisies af. DSM Elastomeren ontstond uit de divisie Kunststoffen, DSM Engineering Kunststofprodukten (DSM-EPP) is een kloon van DSM Kunststofverwerking.

Voor beide nieuw gevormde divisies geldt dat de raad van bestuur hen als perspectiefrijk ziet en een gerichter beleid voorwaarde voor snelle groei ervan. Selman: 'We zoeken naar terreinen met een lage concurrentiegraad en potentiele groei, en daarnaast willen we doordringen op geavanceerde eindmarkten.' Doel hiervan is naast geld verdienen DSM minder afhankelijk te maken van de conjuncturele schommelingen waarvoor het overwegend petrochemische concern gevoelig is.

DSM kocht de afgelopen jaren nogal wat fabrieken die nu in deze nieuwe divisies zijn ondergebracht. Polymer/Polypenco, in 1989 in de Verenigde Staten geacquireerd, is inmiddels onderdeel van DSM-EPP. Copolymer, de grootste VS-aankoop van DSM, valt onder de elastomerendivisie. Beide divisies lijken illustratief voor de gewijzigde DSM-strategie.

Voorzitter R. J. L. de Visser verwacht dat zijn divisie Elastomeren de jaaromzet van 750 miljoen gulden in 1995 kan hebben opgevoerd tot 1,3 miljard. Daarvan zal 60 procent afkomstig zijn uit EPDM-rubber, een synthetische rubber waarvoor met name de auto-industrie groeiende belangstelling heeft en waarvan mondiaal slechts twaalf fabrikanten zijn. Terwijl de markt voor bandenrubber relatief slechte tijden doormaakt, groeit de afzet van het hoogwaardiger EPDM (gebruikt voor afdichtingen, slagvaste kunststoffen) gestaag.

Een aantrekkelijk bijkomstigheid van EPDM-rubber is de stabiele prijs ervan. 'De kwaliteit is namelijk veel belangrijker', legt De Visser uit. 'Een deurprofiel mag niet plakken, een raamprofiel mag niet lekken. Om goede kwaliteit te garanderen wordt een goede marge gegund. Met het geringe aantal concurrenten bind je de strijd aan op receptuur, niet op prijs.'

Door de koop van Copolymer werd DSM de tweede EPDM-producent ter wereld (na Exxon), met een stevige positie in de VS en Europa. Volgend jaar zal bovendien de Japanse joint venture DSM-Idemitsu de produktie van EPDM beginnen. Daarmee krijgt DSM een uitstekende entree bij de oprukkende Japanse autofabrikanten, die immers sterk hechten aan 'Jap-Jap-relaties', aldus de Visser. Mede hierdoor verwacht hij over vijf jaar 23 procent van de wereldmarkt te bedienen, waarmee Exxon van de eerste plaats zal zijn verdrongen.

Voor DSM-Engineering Kunststofprodukten geldt een soortgelijk verhaal. Hierbij gaat het om hoogwaardige, meest keiharde kunststoffen (zoals kogelvrij 'glas') die een specifieke verwerking vragen. In toenemende mate vervangen dit soort kunststoffabrikaten metalen produkten. Tot het jaar 2000 voorziet DSM een groei in deze sector van 50 procent.

In nauwe samenwerking met klanten worden die technische kunststoffen al dan niet geproduceerd door andere DSM-divisies op maat aangeleverd, als eindprodukt of in de vorm van halffabrikaten. In dat laatste segment levert DSM-EPP menig produkt waarin het qua omzet tot de wereldtop behoort. De divisie heeft vrijwel alle bekende verwerkingstechnieken in huis.

Door de verwerving van het Belgische Erta (in 1976) en Polymer/Polypenco heeft DSM produktiebedrijven in veel Europese landen en de Verenigde Staten, die gezamenlijk een half miljard gulden omzet behalen. In Japan is DSM op dit gebied een gezamenlijke onderneming begonnen met Mitsubishi (Nippon Polypenco). De geraamde omzetgroei bedraagt dit jaar 8 procent. Divisie-voorzitter J. W. Hillige rekent over vijf, zes jaar op een omzetverdubbeling.