Manifest bepleit het behoud van nationale culturele autonomie

AMSTERDAM, 15 nov. In een verenigd Europa moet de culturele autonomie van de lidstaten in een verdrag gewaarborgd worden om verlies van pluriformiteit te voorkomen.

Dat stelt het 'Comite Buitenlands Cultureel Beleid' in een manifest, dat gisteren werd aangeboden aan staatssecretaris van buitenlandse zaken P. Dankert. Tijdens een bijeenkomst in het Vlaams Cultureel Centrum 'de Brakke Grond' lichtte het comite het manifest toe.

Het comite is een particulier initiatief van M. Mourik, oud-ambassadeur voor culturele samenwerking; P. Beugels, oud-lid van de Raad van Beheer van de NOS; H. Heestermans, hoofdredacteur van het woordenboek de Grote van Dale; D. Meuwissen, hoogleraar rechtsfilosofie; en S. Couwenberg, hoogleraar staatsrecht. Ruim zeshonderd Nederlandse en Vlaamse schrijvers, juristen, letterkundigen en historici steunen het manifest met hun handtekening.

Europa is volgens het manifest 'in versneld tempo op weg naar een federale staatsvorm', waarbij de lidstaten veel van hun nationale bevoegdheden op politiek en economisch gebied overdragen aan de Gemeenschap. Over cultuur spreken de verschillende Europese verdragen zich tot op heden nauwelijks uit, maar wel blijkt dat het toepassen van eenvormige economische regels verstrekkende gevolgen kan hebben voor de afzonderlijke culturen. Voor het Nederlandse taalgebied zou het bijvoorbeeld de vraag zijn of de vaste boekenprijs en het vigerende subsidiestelsel voor de kunsten zonder meer kunnen voortbestaan.

Onder verwijzing naar de grondwetten van Belgie, Duitsland en Zwitserland, menen de schrijvers van het manifest dat een 'werkelijke federatie' de rechten garandeert van de samenstellende culturen. Onder cultuur rekenen zij tevens onderwijs, wetenschap en media.

Tijdens de komende conferenties over politieke en economische eenwording van Europa zou staatssecretaris Dankert in samenwerking met zijn Vlaamse collega, die het manifest volgende week krijgt aangeboden een voorstel moeten indienen voor een cultureel verdrag, aldus de opstellers van het manifest. Een dergelijk verdrag zou hetzij een zelfstandige status kunnen hebben, hetzij een uitbreiding kunnen zijn van de bestaande Verdragen van Rome.

Toezeggingen in die richting wil BZ vooralsnog echter niet doen. 'Uitzonderingen op de bestaande bevoegdheden van de Europese Gemeenschap' zouden 'noch in positieve, noch in negatieve zin' voorlopig aan de orde zijn.

Volgens initiatiefnemer M. Mourik, zelf voormalig ambtenaar van BZ, heeft de staatssecretaris zich 'jammer genoeg vooral laten voorlichten door de 'Eurocraten' op het ministerie.'

De Nederlandse minister van WVC, d'Ancona bepleit sinds enige tijd het opnemen van een zogeheten 'culturele paragraaf' in het Verdrag van Rome. Buitenlands cultureel beleid valt echter onder de portefeuille van Dankert. De schrijvers van het manifest menen daarbij dat het 'vraagstuk niet uitsluitend een kwestie is van ministers van cultuur'. In een toekomstig verdrag zou een bepaling moeten worden opgenomen dat grote culturen in Europa steun verlenen aan de kleinere; 'die hebben immers meer te lijden van de beperkte markt voor hun eigen culturele goederen en diensten.'

Het 'self-styled comite', dat wil gaan functioneren onder de vleugels van een nieuw op te richten Vlaams-Nederlandse stichting, zegt het initiatief voor het manifest genomen te hebben, omdat bestaande instellingen als de Taalunie, het Algemeen Cultureel Verbond en het Algemeen Nederlands Congres 'de noodzaak daarvan niet erkend hebben'. Daarbij komt dat deze instellingen niet over voldoende daadkracht zouden beschikken. P. Beugels: 'Het Vlaams-Nederlandse samenwerkingsverband van de Taalunie is een volkenrechtelijk unicum, maar het schiet volkomen tekort. Dat is ook niet verwonderlijk, als je bedenkt dat de Taalunie over zeven miljoen gulden kan beschikken; in Duitsland en Frankrijk is dat bedrag per hoofd van de bevolking vele malen hoger.'