Londens theater

HET DRAMA rondom No.10 Downingstreet begon op zondagmorgen 25 juni van het vorige jaar. Sir Geoffrey Howe, minister van buitenlandse zaken, en zijn opvolger als kanselier van de schatkist Nigel Lawson vervoegden zich toen bij de premier. Bij die gelegenheid zal mevrouw Thatcher hebben gedacht aan de Caesariaanse slotwoorden 'Ook gij Brutus'. De mannen die haar ogenschijnlijk het trouwst waren, kwamen haar vertellen hoe zij zich op de Europese top in Madrid, waarheen zij die middag zou vertrekken, had te gedragen. Verder verzet van haar zijde tegen een huwelijk tussen pond en Europees Monetair Stelsel zou haar op het vertrek van beide bewindslieden komen te staan. De teerling was geworpen, moet het selecte drietal op dat moment hebben begrepen.

De eindstrijd was begonnen. De bereidheid die zij die bewuste junizondag had getoond om een dreigende crisis met een compromis af te wenden, weerhield Thatcher er niet van steeds scherper haar minachting te tonen voor 'Brussel', voor het continent, voor hen die de premier woog en te licht bevond op haar schaal van Britse waarden. De haar belagende hovelingen werden gestraft, Sir Geoffrey werd weggepromoveerd, Lawson werd weggetreiterd. Desondanks bewoog ook Groot-Brittannie zich, weliswaar in 'slow motion', richting Europa. Nog onlangs werd dat bevestigd met de toetreding van het pond tot het EMS.

MARGARET THATCHER is dezer dagen wel vergeleken met Nevil Chamberlain, de op het stuk van nationale waarden plooibare heraut van 'Peace in our time'. Een logischer historische lijn is wellicht te trekken vanaf Sir Anthony Eden die in 1956 als premier eveneens het slachtoffer werd van een anachronistische hang naar nationale grootheid. Zij het dat Eden hechtte aan de inhoud (het Suezkanaal) en Thatcher als kind van haar tijd de verpakking tot inzet van het conflict met een groot deel van haar partij heeft gemaakt.

Sir Geoffrey, vele regeringsjaren lang Thatchers slippendrager, velde afgelopen dinsdag in het Lagerhuis het vonnis. De aanwezigheid van de premier in het kabinet was een risico geworden voor de wezenlijke belangen van de Britse samenleving. Met een politieke leider die eigenlijk een zo groot mogelijke afstand tot Europa wilde bewaren, kon Groot-Brittannie niet in staat worden geacht mede gestalte te geven aan de verdere vormgeving van Europa. Ultimata kunnen niet tot de gewone politieke werktuigen worden gerekend.

Het liefst zouden de afvallige Tories zien dat Thatcher als een uitgebrande ster in het zwarte gat aan Brittannies politieke firmament verdwijnt en plaats maakt voor een opvolger. Michael Heseltine, ooit haastig uit het kabinet vertrokken om Thatchers ongenade voor te zijn, meent dat hem de scepter toekomt. Maar de premier die de bestuurlijke verslapenheid en de onverdiende privileges in eigen land tot volksvijand nummer een verklaarde, die de Argentijnse junta van een eilandengroep aan de andere kant van de wereld verjoeg en die als een van de eerste politici in het Westen oog had voor de kentering in de Sovjet-Unie, geeft zich niet zomaar gewonnen. Volgende week zal blijken of zij de op haar gerichte dolken weet af te weren dan wel dat zij strijdend ten onder zal gaan.

ALS POLITIEK drama kan het gevecht in de Conservatieve partij niet gemakkelijk worden overtroffen. Maar vanuit een democratisch oogpunt is er veel op aan te merken. Een partij die zo met haar mandaat omspringt als de Tories laten zien, verdient het om de kans te krijgen in de oppositie tot inkeer te komen. De te lang opgehouden schijn van saamhorigheid stelt de integriteit van de hele partijtop ter discussie. Hoezeer de ministers ook met hun premier en onderling van mening verschilden over de hoofdzaken van het beleid, tegenover de buitenwacht werd zoveel mogelijk de 'stiff upperlip' getoond. Dat het roddelcircuit al geruime tijd meer dan gemiddeld actief was, vormt het tegendeel van een verontschuldiging.

Voor Europa mag het een gelukkige omstandigheid worden genoemd dat de gevechten in en rondom het Lagerhuis Brittannie dichter naar de Gemeenschap voeren. Voor een op Europese integratie gericht beleid is er in Londen geen alternatief sinds Labour zich tot de integratie heeft bekeerd. De voortschrijdende bestuurlijke eenwording van Europa markeert de onomkeerbaarheid van ontwikkelingen die niet altijd en voor iedereen even zichtbaar waren. Dat veroorzaakt soms een schok van herkenning, een schok zoals die waardoor thans Thatchers regering uit het lood is geslagen.