Kenia peilt mening 'gewone mensen' over politiek systeem

NAIROBI, 15 nov. Tussen de puinhoop zoekt een 13-jarige jongen zijn schoolboeken. Zijn moeder slaagt erin onder de last van balken en golfplaten een deel van haar keukengerei op te graven. 'Kijk wat de regering ons aandoet', zegt haar zichtbaar aangeslagen echtgenoot. 'Wat moet er van Kenia terechtkomen? De regering wil ons Kikuyu's uitschakelen.'

Zwaar bewapende paramilitaire eenheden en politie arriveerden om negen uur in de ochtend bij de vijf kiosken in de wijk Westlands van Nairobi. Kiosken zijn goedkope thee- annex eethuisjes van en voor de armen. 'Ze beschuldigden ons wapens te verbergen voor de dissidentenleider Koigi wa Wamwere. In tien minuten moesten wij onze kiosken afbreken. Toen dat niet lukte, hielp de politie ons een handje', vertelt de eigenaar van een hoopje puin. 'We hadden allen hier onze heffingen betaald aan de gemeente, we waren niet illegaal, waarom moeten ze ons dan toch vernietigen?'

Wanhoop en woede. De meeste slachtoffers weten niet waar ze vannacht zullen slapen. Hun onderkomen en enige bron van inkomsten ging verloren. De 13-jarige jongen gaat morgen niet naar school, 'want nu kan mijn vader het schoolgeld niet meer opbrengen'. Een teenager met lang rasta-haar roept: 'Wie kan me vertellen hoe ik me kan aansluiten bij de ondergrondse oppositie?'

Bij een grote 'schoonmaakactie' in de afgelopen weken richtten gewapende overheidsdienaren zich tegen duizenden (deels illegale) venters en kiosken. Waar eens levendige straathandel werd bedreven door arme stadsbewoners zijn nu wijde velden vol met puin. De actie betreft, zo zeggen de autoriteiten, een poging om de Keniaanse hoofdstad ordelijk te kunnen plannen en om de stad schoon te houden. Nairobi lijdt inderdaad onder een wildgroei van illegale krotten, onder verpaupering en een officiele werkloosheid van 40 a 50 procent.

Meer partijen

Een tweede, minder openlijk genoemde reden voor de overheidsactie heeft een politieke achtergrond. De bewoners van de krotten en kiosken en de venters leverden in de afgelopen maanden enkele malen hevige straatgevechten met de politie en paramilitaire eenheden. Ze plunderden, maar scandeerden tevens leuzen tegen de regering van president Moi en voor de introductie van een meerpartijensysteem.

Toen de balling en dissidentenleider Koigi wa Wamwere vorige maand in het geheim naar Kenia terugkeerde, hoopte hij dit straatproletariaat in opstand te brengen. De politie arresteerde Wamwere en het officiele Keniaanse persagentschap leverde de dagbladen foto's van een assortiment aan wapentuig dat hij bij zijn opstand wilde gebruiken.

Van een overheidscampagne, gericht tegen de Kikuyu's in het bijzonder, lijkt geen sprake. Het overgrote deel van de straatventers en kiosk-eigenaren zijn Kikuyu, Kenia's grootste stam. Veel Kikuyu's weten zich in de voorste gelederen van de oppositie tegen de regering. Bij eventuele invoering van het meerpartijenstelsel hebben zij als groep het meeste te winnen.

De Kikuyu's zouden door middel van verkiezingen weer een dominerende invloed kunnen krijgen in de politiek en het zakenleven, net als vroeger, onder de vorige president, Jomo Kenyatta. Mede wegens deze tribale factor nam de discussie in Kenia over het een- of meerpartijensysteem scherpere vormen aan dan in bijvoorbeeld Ivoorkust, Gabon of Zambia.

Uit angst voor de Kikuyu's klampen leden van minderheidsstammen zich vast aan de eenpartijstaat en aan Moi, die eveneens tot een kleine tribale groepering behoort.

Turbulente tijden

Kenia maakt ongekend turbulente tijden door. In het ontstane spanningsveld dreigen politiek en tribalisme steeds meer vermengd te raken. De crisis begon in februari met de nog onopgehelderde moord op de toenmalige minister van buitenlandse zaken Robert Ouko, prominent lid van 's lands tweede stam, de Luo. Veel Kenianen en vooral de Luo's zagen de hand van de regering in de vermeende politieke moord.

Moi riep de hulp van Scotland Yard in voor een onderzoek, maar vervolgens weigerde de regering het rapport van de Britse detectives te publiceren. Openbare hoorzittingen onder leiding van Keniaanse rechters moeten alsnog de waarheid boven tafel brengen.

De woede over Ouko's dood was nauwelijks bekoeld toen, tot Moi's ergernis, voorstanders van de invoering van het meerpartijenstelsel een campagne begonnen. De leiders van de campagne waren twee prominente Kikuyu's. Toen zij besprekingen begonnen met leden van andere stammen om het oppositiefront te verbreden, grepen de autoriteiten in.

Een golf van arrestaties volgde, die nog steeds voortduurt. Advocaten, zakenlui, intellectuelen, ex-parlementsleden en zelfs een parlementslid verdwenen achter de tralies of werden langdurig door de politie ondervraagd. Maar de roep om meer pluralisme verstomde niet. In talrijke steden van het land braken rellen uit, maar bovenal in Kikuyu-gebied. De regering concentreerde zich op crisisbeheersing, terwijl de ongeorganiseerde en illegale oppositiebeweging de politieke ontwikkelingen bepaalde. Kenia was voor het eerst sinds zijn onafhankelijkheid in een diepe en fundamentele politieke crisis beland.

Tegenaanval

Eind vorige maand ging Moi met voor hem onkarakteristieke agressiviteit in de tegenaanval. Enkele dagen eerder had de regering de arrestatie van Wamwere en de vondst van wapens gemeld. Voor Moi en de politieke elite was hiermee het bewijs geleverd: de dissidenten streven niet naar een meerpartijensysteem, hun werkelijke doel is met geweld de democratisch gekozen regering omver te werpen.

De opposanten zouden hulp ontvangen uit het buitenland. 'Meer dan een kwart eeuw geleden verzetten we ons tegen buitenlandse overheersing', hield Moi duizenden toehoorders op een openbare bijeenkomst voor. 'Vandaag staan we klaar om als een verenigd volk ons te verzetten tegen iedere poging door buitenlanders, direct of door hun handlangers in Kenia, om hun wil aan deze natie op te leggen', aldus een woedende president. Met verwijzing naar dit 'komplot' riep hij: 'Als ze me willen doden, laat ze weten dat ik hier zal sterven, hier in Kenia.'

Wamwere had jarenlang politiek asiel genoten in Noorwegen voor hij illegaal naar Kenia terugkeerde. De Noorse ambassadeur in Nairobi achtte het daarom zijn taak Wamwere's belangen te behartigen en hij pleitte bij de Keniaanse regering voor een eerlijke rechtsgang. Op weinig diplomatieke wijze ging hij in eigen persoon naar de rechtszaal. Het Noorse optreden werkte als een geschenk uit de hemel voor de Keniaanse regering.

Zoals de gevestigde politieke orde al maanden had verkondigd, was nu aangetoond dat het buitenland Kenia's stabiliteit ondermijnde. Moi wees de Noorse ambassadeur het land uit en verbrak de diplomatieke betrekkingen. Een parlementslid riep dat Noorwegen in juli de straatgevechten had georganiseerd. Een collega van hem pleitte ervoor Wamwere onmiddellijk op te hangen. Tegelijkertijd begon een actie tegen (illegale) vluchtelingen uit de buurlanden en ook de buitenlandse correspondenten kwamen weer onder vuur wegens 'hun sensationele en onjuiste berichtgeving over Kenia'.

De luidruchtige oppositie van kerklieden, advocaten en andere intellectuelen verstomde. Moi staat, zo lijkt het tenminste, weer vol vertrouwen en onbetwist aan het roer. De wens van meer pluralisme leeft echter in brede geledingen van de samenleving, onder alle stammen. Ook enkele leiders lijken daarvan inmiddels doordrongen.

Gewone Kenianen

Een commissie van de enig toegestane partij, KANU, trok in september door het land om de mening te registreren van 'de gewone Kenianen'. Tijdens de hoorzittingen kwam veel kritiek los op het politieke systeem. De binnenkort te publiceren aanbevelingen van de KANU-commissie zullen uitwijzen aan de autoriteiten op deze wijze het onvermijdelijke politieke veranderingsproces alsnog in ordelijke banen kunnen leiden.

De grote vraag is of het relatief kleine groepje politici dat het politieke establishment van Kenia vormt, concessies wil doen. Bij een opener en vrijer verkiezingssysteem dreigen veel politici hun positie te verliezen. Absolute trouw aan de president is voorwaarde om mee te kunnen draaien in de Keniaanse politiek.

Moi verzamelde op deze wijze een grote groep ja-knikkers in regering en partij. De politici die zich onafhankelijk probeerden op te stellen werden veelal uit KANU gezet en zo de politieke wildernis (of de illegale oppositie) ingejaagd. Ingrijpende politieke veranderingen vereisen een grondige personele wijziging van de politieke elite. Dat zou veel politici pijn doen en daarom blijven ze zich verzetten.