K. L. POLL (1927-1990); Wervend, provocerend, altijd vol ideeen

Zo veel herinneringen aan K. L. Poll. Wandelingen in de heuvels van Wales, zijn bozig gefronste wenkbrauwen als er tegenstand kwam, rare bokkesprongen op redactiebureau's als het leven hem beviel, en de eenmansvoorstellingen van zijn lange gedicht Anna. Met een schilderskiel om zijn magere lijf kwam hij, de toen 59-jarige schrijver en journalist, het toneel op om zijn poezie te spelen. Waarom? Omdat hij daar zin in had, dat kwam zomaar in zijn hoofd op. En bij zijn afscheid van NRC Handelsblad, nu bijna een jaar geleden, sprak hij geen dankwoord uit maar zong hij een vreemd lied. Typisch Bert, zeiden goede vrienden, en de minder goeden zeiden: typisch Poll.

Dat was: van die man kun je altijd iets vreemds verwachten, iets tussen wonderlijk en vermakelijk. Maar gene voelden alleen mensen die niet begrepen dat die onhandigheid een bewuste provocatie was. Een provocatie voor toeschouwers die niet wisten, dat hij zich werkelijk niets aantrok van wat er over hem werd gedacht. Kritiek, venijnige recensies, literaire achterklap het spoorde hem alleen maar aan tot nieuwe plannen, tot nieuwe essays over de wereld en het fatsoen. 'Vuil water gaat mijn deur voorbij' was de lijfspreuk die hij had overgenomen van een grootmoeder, maar het leek erop dat schoon water hem snel ging vervelen. Hij leefde op bij de polemiek, hij functioneerde op hoge toeren in tijden van conflict. En dat was geen gespeelde provocatie. Niemand kon, mocht er aan twijfelen wie gelijk had. Zakelijk vanzelfsprekend, maar ook op een hoger plan. Geen meningsverschil zo klein, of Bert wist er een existentiele worsteling van te maken met zichzelf als profeterende aartsengel die het objectieve natuurlijke gelijk kwam verdedigen. Het was vaak onweerstaanbaar.

En hij had veel opgebouwd om te verdedigen. Na een korte periode bij Buitenlandse Zaken was hij van l954 tot 1965 kunstredacteur bij het Haagse dagblad Het Vaderland. In dat laatste jaar stapte hij over naar het Algemeen Handelsblad in Amsterdam als chef van de kunstredactie en opvolger van Ben Stroman. Een vrolijke maar moeizame tijd, want het Handelsblad liep slecht en er was weinig geld voor nieuwe iniatieven.

Cultuur

De grote kans kwam toen Handelsblad en NRC in l970 fuseerden. In de besprekingen tussen de twee redacties kwam Poll met een uitgewerkte opzet voor een nieuw wekelijks Cultureel Supplement. Nederland kende al het fenomeen van een Zaterdagse bijlage. Maar het idee voor een bijvoegsel met artikelen over kunst, filosofie, wetenschap, geschiedenis , onderwijs waarin de grenzen van het begrip cultuur zo ruim mogelijk werden getrokken, was briljant en nieuw.

Twintig jaar lang leidde hij het Cultureel Supplement, aanvankelijk met Adriaan van der Veen, en sinds l974 met Lien Heyting. De toelatingseisen waren streng: in het Cultureel Supplement werd slechts een selecte groep mensen toegelaten. Dat leidde tot gegrom buitenshuis, maar tot grote loyaliteit binnen de kunstredactie, en soms ook tot gegrom. Uiteraard was niet elke van de nu meer dan duizend afleveringen van het Cultureel Supplement volmaakt. Maar wie de leggers van de afgelopen twintig jaar doorbladert, ziet een onveranderlijk hoog niveau en hij voelt karakter, de permanente aanwezigheid van mensen die geloven in hun eigen ideeen.

Niet alleen organisatorisch drukte hij zijn stempel op het Cultureel Supplement. Met hoge frequentie schreef hij daarin artikelen of series over politiek, de inrichting van het onderwijs, het fatsoen van de burger, of hij hield een pleidooi voor hernieuwde integratie van onderwijs, kunsten en wetenschappen. Dat laatste artikel, als altijd emotioneel en wervend, zelfs bezwerend geschreven, leidde tot meer dan vierduizend enthousiaste reacties van lezers, en tot de oprichting van de Vereniging voor Onderwijs, Kunst en Wetenschap. Voorzitter: mr K. L. Poll.

Hollands Maandblad

Hij was een rusteloos organisator en een mondig burger. Die combinatie leidde er bijvoorbeeld toe dat hij binnen korte tijd een serie debatten tusen intellectuelen organiseerde over de toekomst van de Partij van de Arbeid. Dat was typisch Bert Poll: de ene avond een idee, de volgende morgen een uitgewerkt plan of organisatieschema .

En die voerde hij uit met grote gedrevenheid, hij joeg zichzelf op naar nieuwe veldtochten: boeken, artikelen, gedichten. Hij had een geweldige energie en een verbazingwekkend uithoudingsvermogen. Twintig jaar lang heeft hij alleen en met grote liefde het Hollands Maandblad, dat hij in l959 met enkele anderen had opgericht, geredigeerd. Dat betekende twintig jaar lang een gevecht tegen geldgebrek en tegen uitgevers die wilden stoppen maar er kwam altijd een nieuwe oplossing. Hij gaf nu eenmaal niet op, nooit.

Naast het journalistieke werk en het Hollands Maandblad heeft Poll een groot aantal essaybundels gepubliceerd, onder andere De beklemde elite, Het masker der redelijkheid, Formules voor een moraal, Het verlangen naar almacht, Een dienstreis voor burgers en De gouden lamp. Hij schreef een roman, Emma Kwartier en hij publiceerde verschillende dichtbundels. Zijn laatste poeziewerk heet De wil van de natuur en is een weemoedige beschrijving van de vier seizoenen.

Twee maanden geleden werd hem de G. H.'s Gravesandeprijs toegekend voor 'bijzondere verdiensten op het gebied van de literatuur, met name als oprichter en enige redacteur van het Hollands Maandblad'. De uitreiking van die prijs zal hij niet meer meemaken.

Voor veel mensen is zijn dood als een plotselinge schok gekomen. Maar hijzelf en zijn naaste familieleden wisten al jaren dat hij ziek was. Daarover werd met de buitenwereld niet gepraat. Hij wilde niet als patient behandeld worden, en hij wilde de ziekte bewust ook zo lang mogelijk ontkennen. Niet uit een kinderlijke verdringing van de werkelijkheid, maar omdat hij tot het laatste moment plannen wilde maken uit een positie van deelnemer. De gedachte dat hij door een ziekte zou worden gedegradeerd tot toeschouwer, vond hij onacceptabel. Het gevecht met de ziekte wilde hij alleen voeren, ongehinderd door vragen of medelijden van anderen.

Eenling

Hij was een sociale eenling. Bert Poll genoot van dagen met de familie, van avonden met vrienden en hij was dol op gezelschapsspelletjes. Vrolijk, geestig, een warmbloedige vriend, maar toch wat de Engelsen noemen een 'private person', een man die ook zijn beste vrienden geen prive- zaken zou toevertrouwen. Hij beschouwde zichzelf als het enige en laatste jurylid over zijn werk en vroeg zelden het oordeel van anderen. Er zijn mensen die hun beste ideeen krijgen tijdens vergaderingen of in discussies met collega's, associatief reageren op wat er wordt gezegd. Bert Poll hield daar niet zo van, hij beschouwde boeken en zichzelf als de beste inspiratiebronnen; het denken, schrijven en plannen maken deed hij in eenzaamheid, in zijn werkkamer op de tweede verdieping van een herenhuis in Den Haag.

Het is voorbij. Hij was het centrum van zijn familie. Wij, zijn vrienden, blijven achter zonder die merkwaardige lange houterige persoon, zonder zijn warmte, zonder zijn idiote woordspelingen, zonder zijn plannen om de wereld interessanter, behoorlijker en minder vrijblijvend te maken, de wereld volgens Bert Poll.