Jagers moeten betalen voor schade ganzen aan landbouwgronden

DEN HAAG, 14 nov. De 33.000 jagers in Nederland moeten voor hun jachtvergunning 25 gulden per jaar extra gaan betalen. De inkomsten van deze verhoging gebruikt het ministerie van landbouw en natuurbeheer voor de vergoeding aan boeren die schade lijden door de ganzen op hun land. Dat blijkt uit de nota 'Ruimte voor Ganzen' over het ganzenbeleid in de jaren negentig die staatsecretaris Gabor vanmiddag heeft gepresenteerd.

Tot nu toe betaalt het ministerie de bijna 2,5 miljoen gulden aan schadevergoedingen uit eigen middelen. De schade aan weilanden en gewassen krijgen de boeren geheel vergoed, tenzij ze een vergunning hebben om met behulp van een geweer de ganzen te verjagen of afspraken hebben met een jager voor dat doel. De jagers vinden de extra bijdrage onbegrijpelijk en inconsequent, aldus G. Alferink van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Slechts tienduizend aktehouders jagen daadwerkelijk op ganzen. Bovendien mogen ze in ruil voor de extra bijdrage niet op een groter aantal ganzen jagen, aldus de jagersvereniging. Een jachtvergunning kost op dit moment 135 gulden per jaar.

Elke winter verblijven ongeveer een miljoen ganzen in Europa, waarvan 600.000 in Nederland. De vogels vinden voedsel in waterrijke gebieden zoals de Waddeneilanden, de Zeeuwse delta, de IJsselmeerpolders en het rivierengebied. Het ministerie maakte ook bekend onderzoek te willen doen naar mogelijkheden om de schade die de vogels aanrichten te beperken.

In de nota worden eventuele maatregelen voor een deel al vermeld: in grote aaneengesloten gebieden met weinig landbouw, moeten ganzen rustig kunnen overwinteren. Met namaak-ganzen zouden ze naar die gebieden moeten worden gelokt. Verder kan de zaaitijd worden aangepast, waardoor de vogels al weg zijn voordat schade aan de gewassen kan worden toegebracht.

In beperkte mate mogen vogels bovendien worden verjaagd met behulp van een geweer. Tegen die laatste mogelijkheid is Kritisch Faunabeheer fel gekant. De jacht op ganzen moet geheel worden verboden, aldus woordvoerder F. Hess.

Volgens Alferink van de jagersvereniging is de jacht een onmisbare methode om ganzen te verjagen. Nu kan dat tot tien uur 's ochtends. Na die tijd keren de ganzen weer terug naar dezelfde plek. Alferink pleit er voor de jachttijden uit te breiden om die terugkeer te voorkomen. Kristisch Faunabeheer bestrijdt de noodzaak van de jacht. Volgens Hess gaat het de jagers puur om de sport. Uit een onderzoek van het Rijksinstituut voor Natuurbeheer uit 1982 blijkt dat het gebruik van jachtgeweren niet effectiever is dan het toepassen van rotjes en lichtkogels.

De Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee is evenmin te spreken over de nota van Gabor. In plaats van geld beschikbaar te stellen voor het behoud van de ganzenpopulatie, wordt op een verkapte manier geprobeerd te bezuinigen, is de kritiek. De Waddenvereniging heeft een alternatief voorstel: boeren moeten vooraf een schadevergoeding krijgen, waardoor ze verzekerd zijn van inkomsten voor het 'ganzengedooggebied' dat ze in ruil daarvoor creeren. Kort gezegd houdt dit in dat ganzen met rust worden gelaten op de weilanden waar ze neerstrijken. Dit plan is in 1988 ook al eens gepresenteerd maar tot nu toe wil het ministerie geen geld beschikbaar stellen. Op Ameland is inmiddels tot alle tevredenheid een dergelijk gedooggebied, aldus de Waddenvereniging.