Industriebond FNV laat zich niet chanteren door koppeling

AMSTERDAM, 15 nov. Voor premier Lubbers waren er bloemen nadat hij dinsdag het FNV-congres had toegesproken. Maar bestuurder H. Krul van de Industriebond had hem liever een pak voor de broek gegeven. 'Het was ongelooflijk grof wat Lubbers daar stond te vertellen over de koppeling', zegt hij.

De premier had gezegd dat het behoud van de koppeling tussen enerzijds uitkeringen en salarissen van ambtenaren en anderzijds de loonontwikkeling in de marktsector niet in de eerste plaats een zaak van het kabinet is, maar van werkgevers en werknemers. Komen zij een gematigde loonstijging overeen, dan hoeft de koppeling niet in gevaar te komen, zei Lubbers.

Een dag later blijkt de boosheid over Lubbers' rede nog nauwelijks geluwd. 'Pure woordvervuiling', oordeelt Krul, die het CAO-beleid bij de Industriebond coordineert. 'Laten we wel wezen: de vakbeweging heeft werkgevers en kabinet afgelopen zomer aangeboden de looneis te matigen in ruil voor afspraken over werkgelegenheid. De werkgevers wilden niet en het kabinet hield zich afzijdig. Lubbers had tijdens het Najaarsoverleg niet de moed de werkgevers onder druk te zetten. En nu komt hij ons amper een maand later even vertellen dat we in het CAO-overleg onze looneisen moeten matigen en dat we werk boven inkomen moeten stellen. Een gotspe. Eerst onze uitgestoken hand negeren en dan zo'n oproep doen. Waar haalt hij het lef vandaan?'

De afgelopen dagen heeft Krul de balans opgemaakt van de ledenvergaderingen over de uitgangspunten voor de komende onderhandelingen over 223 CAO's voor ongeveer 800.000 werknemers in de industrie. Bijna een procent van de 217.500 leden woonde de vergaderingen bij. Nochtans waren het er 244 meer dan vorig jaar. Krul concludeert dat onder hen 'een markante eensgezindheid' bestaat over de hoofdlijnen van het voorgestelde CAO-beleid: een looneis van vier procent en, waar mogelijk en gewenst, korter werken. Het moet wel heel raar lopen wil de bondsraad zich daar volgende week woensdag niet achter scharen.

Het kabinet liet de afgelopen maanden niet na te herhalen dat de koppeling in gevaar komt als de loonstijging boven de drie procent uitkomt. Nu al krijgt de Industriebond het verwijt alleen lippendienst te bewijzen aan handhaving van de koppeling, maar zich daar in de praktijk, getuige de looneis van vier procent, weinig aan gelegen te laten liggen.

Krul is er niet van onder de indruk. De bond voelt er niets voor zich te laten 'degraderen tot trendvolger van de trendvolgers'. Bovendien hebben Lubbers en de werkgevers bij het Najaarsoverleg hun kans gemist. Het pleit zal nu in de bedrijven en bedrijfstakken worden beslecht. 'In boosheid zullen we niet vervallen in onverantwoord gedrag.'

De Industriebond gaat uit van een gemiddelde loonruimte voor verbetering van arbeidsvoorwaarden van ongeveer 5,5 procent, opgebouwd uit ruim drie procentpunt produktiviteitsstijging en ruim twee procentpunt prijscompensatie. Bij een looneis van vier procent blijft dan circa 1,5 procent van de loonruimte over voor korter werken. Maar dit zijn gemiddelden, waarschuwt Krul. De rekensommetjes verschillen per bedrijf en per sector en daar zal bij de samenstelling van het concrete eisenpakket rekening mee worden gehouden. Echter: 'Aan de looneis van vier procent valt niet te tornen. Als de loonruimte in een bedrijf of sector onder het gemiddelde zit, doordat de arbeidsproduktiviteit daar minder stijgt, dan halen we speling uit het deel dat beschikbaar is voor korter werken'.

Aan de onzekerheden over de economie heeft Krul op dit moment geen boodschap. Golfcrisis, olieprijs, dollarkoers en staatsschuld, het is allemaal koffiedik kijken en voor de bond vooralsnog geen enkele aanleiding het eisenpakket aan te passen. Het gaat de industrie, enkele incidenten daargelaten, voor de wind, zegt Krul. Bijstellingen komen pas aan de orde als er 'nieuwe zekerheden' zijn. Bijvoorbeeld over de inflatie, die opwaarts tendeert. 'Als de inflatie hoger uitpakt dan het Centraal Planbureau in september raamde, betekent dat in beginsel dat we meer loonruimte zullen claimen en onze looneis zullen verhogen. Maar het is te vroeg om daarop vooruit te lopen', zegt Krul.

Bij arbeidstijdverkorting (ATV) kiest de Industriebond voor maatwerk. Vanuit het hoofdkantoor wordt geen bepaalde vorm voorgeschreven. 'Een vierdaagse werkweek dicteren is irreeel. Dat moeten de werknemers zelf bekijken. Zij kennen de knelpunten op de lokale of regionale arbeidsmarkt, zij kennen de bedrijfsorganisatie. Als ze een vierdaagse willen en het kan, dan is het prima, maar ze kunnen de beschikbare loonruimte ook voor vervroegd uittreden, meer vakantie of andere vormen van korter werken opeisen.'

Bij het maatwerk gelden, aldus Krul, 'enkele stringente randvoorwaarden'. Over herbezetting moeten 'harde afspraken' zijn, langer dan negen uur per dag werken is 'onbespreekbaar' en de zaterdag mag 'onder geen beding' een normale werkdag worden.

Bedrijfstijdverlenging (BTV) is voor de Industriebond 'geen vies woord'. Krul: 'Bedrijfstijdverlenging kan leiden tot een betere benutting van het produktiepark. Daar zijn we voor, maar dan moet wel een deel van de opbrengst ten goede komen aan verbetering van de arbeidsvoorwaarden, zoals korter werken. Wij zeggen: geen BTV zonder ATV'. Als het vanwege het produktieproces noodzakelijk is op zaterdag of zondag te werken, valt er te praten, maar dat heeft een prijs in de vorm van toeslagen wegens inconvenientie. Daar stappen we niet vanaf', aldus Krul, die niet vergeten is dat de werkgeversorganisatie FME vorig jaar 'de zaterdag als reguliere werkdag onontkoombaar' achtte.

Speciale aandacht wil de Industriebond schenken aan arbeidstijdverkorting bij volcontinu-bedrijven (zoals Shell en ICI) waar nog geen vijfploegendienst met een gemiddelde werkweek van 33,6 uur is ingevoerd en aan bedrijven (zoals Hoogovens) waar de werknemers in de twee- of drieploegendienst nog boven een gemiddelde werkweek van 36 uur zitten.

Het overleg over nieuwe CAO's begint in de schoonmaakbranche, textielindustrie, Heineken en Douwe Egberts, in het vroege voorjaar gevolgd door Unilever, metaalindustrie, metaalnijverheid, Hoogovens en chemische industrie.