Hoorzitting over oorzaak van ongeluk bij Breda

ROTTERDAM, 15 nov. De Raad voor de Verkeersveiligheid wil een diepgaand onderzoek instellen naar de oorzaken van de verkeersramp op 6 november bij Breda. Daarbij vielen acht doden en 27 gewonden.

Mr Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Raad, meent dat het door de officier van justitie ingestelde onderzoek wel eerst volledig moet zijn afgerond, alvorens met een hoorzitting kan worden begonnen. Hij wil daarbij de garantie dat de betrokken automobilisten niet alsnog zullen worden vervolgd op grond van strafbare feiten die tijdens de hoorzitting aan het licht zouden kunnen komen.

Volgens de Bredase verkeersschout ingenieur J. Koppert zullen automobilisten uitsluitend worden vervolgd naar aanleiding van het justitiele onderzoek. Op dit moment wordt een uitgebreid onderzoek ingesteld naar de snelheden van de auto's die bij de kettingbotsingen in dichte mist waren betrokken.

Koppert verwacht dat een analyse van de tachografen en het afnemen van getuigenverklaringen nog enkele weken in beslag zal nemen. Nu al staat vast dat een vrachtauto met een snelheid van 110 kilometer op stilstaande auto's is ingereden. Koppert sluit strafvervolging niet uit, maar zal daartoe eerst overleg voeren met de hoofdofficier van justitie.

De Raad voor de Verkeersveiligheid hoopt aan de hand van de hoorzitting een structureel advies aan de overheid uit te kunnen brengen hoe het publiek kan worden voorgelicht over rijgedrag bij mist. 'Voortdurend zendt de televisie spotjes uit over maximumsnelheden en veiligheidsgordels. Over mist hoor ik helemaal niets', aldus Van Vollenhoven.

Hij bepleit voorts de aanleg van een mistsignaleringssysteem op de A16 bij Breda. Ook wil hij dat de bestaande signaleringssystemen worden aangepast. Van Vollenhoven: 'Nu wordt vaak als maximumsnelheid vijftig of zeventig kilometer aangegeven, zelfs als het verkeer allang tot stilstand is gekomen. Op die manier gelooft niemand meer in de betrouwbaarheid van dergelijke waarschuwingen.' Van Vollenhoven meent dat voor 1 december definitief moet zijn besloten of een hoorzitting haalbaar is en dat deze 'uiterlijk in januari' moet worden gehouden.