'Het was schandalig wat deze vrouwen hebben gedaan'; Protest Saoedische vrouwen is geen lang leven beschoren

RIAD, 15 nov. De Saoedische overheid heeft dinsdag op advies van religieuze leiders een wet uitgevaardigd waarbij het vrouwen verboden wordt om een auto te besturen. Niet een burger van het koninkrijk verkeerde tot dusver in de veronderstelling dat autorijden voor vrouwen was toegestaan, maar toch heeft het regeringsbesluit opzien gebaard. Het maakt immers duidelijk dat koning Fahd en zijn familie niet van plan zijn de strenge gedragsregels te verzachten waaraan vooral het vrouwelijk deel van de bevolking onderworpen is. De aanwezigheid van honderdduizenden buitenlandse militairen, onder wie ook vrouwelijke chauffeurs, mag daarop kennelijk geen invloed hebben.

Het besluit is uiteraard een reactie op de protestrit die zeventig vooraanstaande dames vorige week dinsdag in Riad hebben gehouden. De vrouwen verzamelden zich in de buurt van een supermarkt, stuurden hun chauffeurs en echtgenoten weg en hanteerden ruim een half uur zelf het stuurwiel voordat de politie hen in hechtenis nam. Het incident werd uitsluitend in de buitenlandse pers gemeld, zodat de nationale overheid er nu moeilijk in het openbaar aan kan refereren. Maar zoals overal waar de media onder staatstoezicht staan, bloeit in Saoedi-Arabie een levendig geruchtencircuit en bovendien was de schok over het ongehoorde optreden van de vrouwen zo groot, dat de actie onmiddellijk onder ieders aandacht kwam.

In kantoren gingen handtekeningenlijsten rond om aan te dringen op harde maatregelen tegen de demonstranten, en in moskeeen werd gewezen op de godslasterlijke aard van hun gedrag. De organisatrices waren voor het overgrote deel vrouwen die een opleiding in het buitenland hebben gehad en een aantal van hen werkte aan universiteiten. Ze zijn inmiddels, al of niet tijdelijk, van hun functies ontheven. Volgens sommige verhalen zijn de naambordjes van hun werkkamers geschroefd en vervangen door de tekst 'ongelovige'.

De vrouwen behoren zonder uitzondering tot gegoede en soms zelfs zeer vooraanstaande families in het koninkrijk, onder hun verwanten zijn de ministers van landbouw, industrie en financien. Het is daarom niet waarschijnlijk dat ze op de lange duur persoonlijk schade van hun actie zullen ondervinden. Tegelijkertijd heeft juist hun hoge afkomst de woede van de conservatieve religieuze leiders vergroot. Het bevestigde hun vrees dat de regering er niet alleen moderne ideeen op nahoudt als het gaat om de verkoop van olie, de bouw van huizen en wegen en het inhuren van buitenlands personeel, maar ook geneigd zou kunnen zijn andere Westere gewoonten ingang te doen vinden zoals de consumptie van alcohol, het bekijken van pornografie, godsdienstvrijheid en het verschaffen van gelijke rechten aan de vrouw. Het moderniseringsstreven van het koningshuis en de behoudzucht van de religieuze leiders zorgen voor een permanente spanning in de Saoedische maatschappij, die door de Golfcrisis en de komst van Amerikaanse, Engelse en Franse militairen nog verder is toegenomen. Beide partijen zijn echter voor hun voortbestaan op elkaar aangewezen, want Saoedi-Arabie is een staat op religieuze grondslag: het koningshuis ontwerpt wetten, maar pas de bijval van de geestelijkheid geeft ze kracht.

'Het was schandalig wat deze vrouwen hebben gedaan', meent dr. Ahmad Saifuddin Turkistani, die desgevraagd door het ministerie van informatie naar voren wordt geschoven om toelichting te geven op het recente besluit. 'In onze maatschappij kan wel degelijk over dit soort onderwerpen worden gesproken, op grond van argumenten ontleend aan de koran en de shari'a (het islamitische plichtenrecht). Maar demonstraties zijn uit den boze, streng verboden. Zelfs de mannen demonstreren bij ons niet.'

Dr. Saifuddin is hoogleraar aan de islamitische universiteit van Riad. Hij doceert zowel theologie als communicatiewetenschappen, want aan zijn universiteit zijn alle vakken aan een godsdienstige interpretatie onderworpen. Saoedi-Arabie heeft twee islamitische instellingen voor hoger onderwijs; de andere staat in de heilige stad Medina en dus op voor ongelovigen verboden gebied. De universiteit in Riad herbergt ook een centrum voor vrouwenstudies, maar de jeugdige geleerde wijst verontwaardigd de gedachte van de hand dat ook daaruit deelneemsters aan de protestactie zouden kunnen zijn gerecruteerd. 'Alleen vrouwen van de technische universiteiten ontwikkelen dit soort betreurenswaardige gedachten.'

In de acht jaar dat hij onderwijs in de Verenigde Staten volgde heeft prof. Saifuddin nooit meer dan de allernoodzakelijkste woorden gewisseld met zijn vrouwelijke medestudenten. Zijn eigen vrouw heeft al die tijd het zwarte kleed gedragen dat het lichaam, inclusief de ogen, bedekt van top tot teen. Saifuddin geeft op dit moment zelf ook les aan vrouwelijke studenten, maar die bevinden zich dan in een ander lokaal. Hij gebruikt daarbij een gesloten televisiecircuit; zij zien hem wel maar hij hen niet.

In de schriftelijke toelichting die chaufferende demonstranten op hun actie hebben gegeven, bedienen ook zij zich van godsdienstige argumenten. Zij menen dat het onzedelijk is wanneer een vrouw gedwongen wordt zich alleen met haar chauffeur in de auto te bevinden; hij is tenslotte een vreemdeling en geen echtgenoot of broer.

Prof. Saifuddin werpt echter tegen dat de chauffeurs slechts werknemers zijn en bovendien vaak Pakistaanse of Soedanese gastarbeiders die terdege beseffen aan welke fatsoensregels zij zich als goed moslim te houden hebben. Hij wijst bovendien op het gevaar van verkeersongelukken, waarna de autorijdende vrouw noodgedwongen met 'vele mannen' in aanraking zou komen en stelt ten slotte dat permissie om te rijden het reizen door vrouwen zou bevorderen, en dat is iets wat in Saoedi-Arabie zonder manlijke begeleiding ook in trein en vliegtuig verboden is.

De hoogleraar beaamt dat de regels waaraan de Saoedische bevolking zich te houden heeft nu strenger zijn dan twintig jaar geleden. Ten dele komt dat doordat de geestelijkheid meer moeite doet om de schadelijke gevolgen van het toegenomen contact met het Westen tegen te gaan. Maar belangrijker acht hij de invloed van een wereldwijd groeiende belangstelling voor geestelijke waarden. De religieuze politie die er dagelijks gewapend met een rotting op toeziet dat het besef van deze waarden ook levend blijft, is volgens professor Saifuddin geen blijk van zwakte maar juist een teken van kracht. Norse mannen met baarden die Westerse vrouwen dwingen hun onderbenen te bedekken en dreigend hun stok heffen als een winkelier zijn nering niet snel genoeg sluit bij de oproep voor het gebed, zijn immers merendeels vrijwilligers die hun vrije tijd opofferen om de burgers te helpen bij het naleven van hun plichten.

Deze moetawa's vallen rechtstreeks onder sjeik Abdulaziz bin Baz, de hoogste geestelijk leider van het land. Omdat alle wetten religieuze wetten zijn, overlapt hun werk vaak dat van de gewone politie. Maar daarmee wordt volgens Saifuddin 'voortreffelijk' samengewerkt. Soms moeten de moetawa's helaas geweld gebruiken, maar fanatici zijn zij volgens de professor niet.

Saifuddin heeft de pamfletten gelezen die de afgelopen dagen in moskeeen werden verspreid en waarin de demonstrerende vrouwen 'afvalligen' en 'communisten' worden genoemd, die streng moeten worden gestraft. De schuld van hun wandaden wordt in deze vlugschriften niet alleen bij de vrouwen gelegd, maar ook bij het koningshuis dat vreemdelingen in het land heeft toegelaten en het zelf met de wetten ook niet zo nauw meer neemt.

'Het is niet in overeenstemming met de islam om mensen zo maar van communisme of iets dergelijks te beschuldigen', zegt de hoogleraar. 'Wij moeten de harten van deze vrouwen winnen. Wij moeten zijn als een dokter voor een patient. Je straft iemand toch niet voor zijn ziekte? Je probeert hem te genezen. Deze pamfletten zijn ofwel het werk van ongelovigen of ze zijn geschreven door jeugdige extremisten, die niet goed weten wat ze doen. Sjeik bin Baz en de andere prominente geleerden keuren dit niet goed, dat verzeker ik u, terwijl zij wel in een fatwa, een officiele conclusie op grond van de heilige geschriften, hun goedkeuring hebben gegeven aan het binnenhalen van vreemde troepen.'

Voor de zeventig vrouwen en al hun zusters die op een grotere bewegingsvrijheid hoopten, betekent de fatwa die gisteren werd bekendgemaakt dat nieuwe demonstraties voorlopig zinloos zijn. Wat tot nu toe een traditie was die ter discussie stond, heeft nu kracht van wet. Gisteravond liet een meisje dat aanvankelijk had toegezegd de beweegredenen van de groep te willen toelichten, via een mannelijk familielid weten dat ze niets meer met de plannen te maken wil hebben. Zelfs Saoediers die sympathie hadden voor de doelstellingen van hun vrouwen en zusters zeggen nu dat de demonstratie een misrekening was. 'Saoedi-Arabie is geen land voor revoluties', meent een van hen. 'De vrouwen zullen geduld moeten hebben. Als we de balans hier in evenwicht willen houden, hebben we aan een crisis voorlopig genoeg.'