Het Noorden lonkt naar tuinders uit Westland

DEN HAAG, 15 nov. Het gebrek aan ruimte voor woningbouw in het westen van het land en tekort aan toekomstperspectief voor boeren in de veenkoloniale gebieden in het noorden kunnen voor een groot deel worden opgelost door de Westlandse tuinbouw naar zuidoost-Drenthe te verplaatsen.

Dat zegt de Drentse gedeputeerde voor ruimtelijke ordening, mevrouw D. van As-Kleijwegt (PvdA), naar aanleiding van het aan minister Bukman (landbouw) aangeboden herstructureringsplan voor het fabrieksaardappelgebied in het noorden van het land, dat zij mede opstelde. Ook haar partijgenoot minister Alders (ruimtelijke ordening) vindt dat de sterk groeiende glastuinbouw buiten het Westland naar uitbreiding moet zoeken. Hij denkt daarbij, zo bleek gisteren bij de presentatie van de Vierde nota ruimtelijke ordening (extra), zowel aan het noorden als aan de Zuidhollandse eilanden.

Volgens gedeputeerde Van As staat Drenthe klaar voor ingrijpende agrarische veranderingen. Vooral de omgeving van Emmen en Klazienaveen beschikt volgens haar over een uitstekende infrastructuur voor de uit het westen over te plaatsen tuinbouw en over prima exportverbindingen naar Duitsland. Verplaatsing van een deel van de tuinbouw is volgens het herstructureringsplan voor de akkerbouw op de Drents-Groningse zand- en dalgronden ook nodig omdat de boeren daar alleen kans van bestaan hebben bij radicale veranderingen in hun eenzijdige bedrijfsstructuur. Mede omdat de traditionele akkerbouw te maken krijgt met strenge voorschriften voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen zouden ze zich meer op groenten-, bloembollen- en heesterteelt en op veehouderij moeten toeleggen en tot meer gemengde bedrijven moeten komen.

Lukt dat niet, dan vreest Van As dat de helft van de 3000 akkerbouwbedrijven ten dode is opgeschreven. In het veenkoloniale gebied bestaat de landbouw nu nog voor 83 procent uit gewassen als aardappels, bieten en graan die onder de Brusselse marktordening vallen. De prijzen daarvan zullen waarschijnlijk blijven dalen. Verder is de omvang van de boerenbedrijven in dit landsdeel doorgaans niet groter dan vijftig hectare. Daarop zou zonder ingrijpende bedrijfsvergroting nauwelijks meer een behoorlijk inkomen kunnen worden verdiend.

Minister Bukman kreeg deze week ook herstructureringsplannen voor de akkerbouw in zuidwest-Nederland, Flevoland, de Noord-Oost Polder en Friesland aangereikt. Deze plannen zijn opgesteld door de herstructureringscommissies van de Provinciale raden voor de bedrijfsontwikkeling van het ministerie van Landbouw. Aanleiding hiervoor was de conclusie van de zogeheten Commissie van goede diensten die landbouwminister Braks begin dit jaar liet weten dat de Nederlandse akkerbouw echt wel toekomst heeft, mits er regionale ontwikkelingsplannen komen.

Bukman bleek daarover bij de aanbieding van de plannen nogal verheugd, maar vreesde wel dat al te grote bijdragen van de overheid zouden worden gevraagd. Hij wees erop dat het door de akkerbouwers nog niet geclaimde deel van de 90 miljoen gulden die dit jaar voor de herstructurering van de akkerbouw beschikbaar is, alsnog in 1991 kan worden gebruikt en niet in 's Rijks schatkist zal terugvloeien.

In de vier herstructureringsplannen zijn tientallen projecten te vinden die de rentabiliteit van de akkerbouwsector kunnen vergroten. In Friesland mikken de boeren vooral op de ontwikkeling van akkerbouwgewassen die bestand zijn tegen aaltjes in de bodem. Daarmee zou het gebruik van dure en milieuschadelijke bestrijdingsmiddelen kunnen worden beperkt.

De akkerbouw in het zuidwestelijk kleigebied richt zich vooral op omschakeling naar de teelt van gewassen die arbeids-, kennis- en kapitaalsintensief moeten zijn. Daardoor zou het niet nodig zijn bedrijven iets te vergroten. De akkerbouw in Flevoland richt zich wel op de vergroting van de bedrijven. Verder wil de sector in dat gebied de verwerking van akkerbouwgewassen zoals vlas en suikermais stimuleren, zodat met deze produkten meer geld kan worden verdiend.