Heseltine belooft herziening poll tax

LONDEN, 15 nov. Michael Heseltine, de man die Margaret Thatcher wil verstoten als leider van de Britse Conservatieve Partij, is zijn campagne begonnen met de belofte dat hij de onpopulaire poll tax (gemeenschapsbelasting) zal herzien. Die toezegging verzekert hem in een klap van de mogelijke steun van circa 50 Conservatieven die met maar een kleine meerderheid door hun kiesdistrict naar het parlement zijn afgevaardigd. De poll tax is bij de kiezers de onpopulairste maatregel ooit door de regering-Thatcher genomen en leidde vorige week nog tot verlies in twee tussentijdse verkiezingen.

Michael Heseltine heeft 159 stemmen van collega-Lagerhuisleden nodig om mevrouw Thatcher dinsdag van een voortgezet leiderschap af te houden. Hij zegt dat 'belangrijk meer dan honderd parlementsleden' hem bij voorbaat hun steun hebben toegezegd.

Heseltine's aankondiging, gisteren, dat hij kandidaat staat voor het leiderschap, stond geheel in het teken van 'het land heeft mij nodig en daarom moet ik wel'. De verklaring, dinsdag, van Sir Geoffrey Howe over de manier waarop de premier de toekomst van de natie in gevaar dreigt te brengen door haar eigenzinnige stijl van leiding geven en haar koppige verzet tegen Europese integratie, had de doorslag gegeven.

'Ik ben ervan overtuigd dat ik nu een betere kans heb dan mevrouw Thatcher om de Conservatieven een vierde verkiezingsoverwinning te bezorgen en zo de grootst mogelijke ramp van een Labour-regering te voorkomen', zei Heseltine in een verklaring over zijn kandidatuur. Vanmorgen krijgt hij gelijk van twee opiniepeilingen, die onder andere laten zien dat onder Heseltine de voorsprong van de Labourpartij van vijftien tot vier procent teruggebracht zou worden. Conservatieve stemmers onder de gepeilden geven echter nog steeds de voorkeur aan Margaret Thatcher en Heseltine is tot nu toe niet tevoorschijn gekomen met de namen van prominenten die zijn leiderschapsambities steunen.

Leden van het Britse kabinet houden tot nu toe vol dat de strijd om het leiderschap 'onnodig en ongewenst' is. Maar veel betekenis wordt gehecht aan uitlatingen van Douglas Hurd, de Britse minister van buitenlandse zaken, die mogelijk in een tweede ronde als 'stoplapkandidaat' tevoorschijn wordt gehaald om Michael Heseltine tegen te houden. Hurd viel openlijk de analyse van Geoffrey Howe bij, al wees hij diens besluit om het kabinet te verlaten af. Toen hem gevraagd werd of hij kandidaat was voor het leiderschap van de partij, zei Hurd: 'Dat zie ik op dit moment niet.'

Onder de backbenchers die openlijk steun betuigen aan Heseltine's kandidatuur lijkt vooral de overtuiging te heersen dat het leiderschap van de Conservatieve Partij toe is aan een nieuw gezicht. 'Thatcher was de jaren tachtig, maar we hebben nu Michael nodig om ons met frisse ideeen en nieuw elan de jaren negentig door te voeren', vatte een van hen de situatie samen.

Verschil

Maar afgezien van Heseltine's constructievere opstelling tegenover Europa en zijn verzet tegen de poll tax in de huidige vorm is er inhoudelijk niet zo vreselijk veel verschil tussen zijn opvattingen en die van Margaret Thatcher. Dat brengt Thatchers medestanders ertoe hem af te schilderen als iemand die zich alleen maar laat leiden door brandende ambitie en ijdelheid en niet door vernieuwende ideeen. Hem treft hetzelfde verwijt dat Geoffrey Howe voor de voeten wordt gegooid: dit gevecht gaat om stijl, niet om iets inhoudelijks, en is dus overbodig.

Stijl of substantie: over Europa, de grote splijtzwam in de partij (overigens niet bij de gewone kiezers), schreef Heseltine in 1989 al dat de Europese integratie geen kwestie is van het afstaan van soevereiniteit, maar een proces is waardoor het Verenigd Koninkrijk een veelomvattender, Europese soevereiniteit terugkrijgt die uiteindelijk het nationaal belang dient. Dat argument is afkomstig van Winston Churchill, de man die Margaret Thatcher als haar grote voorbeeld beschouwt.

    • Hieke Jippes