'Gladio had niets te maken met rechts terrorisme in Belgie'

BRUSSEL, 15 nov. Er is tot dusver geen enkele aanwijzing dat een geheim netwerk in Belgie zoals in Italie onder de naam 'Gladio' bestaat, iets te maken heeft met het rechtse en linkse terrorisme uit de jaren tachtig.

Dat heeft de Belgische minister van defensie, Guy Coeme, gisteren gezegd tijdens een persconferentie waar hij de hele voorgeschiedenis van het netwerk uit de doeken deed. Vandaag zou de minister het Belgische kabinet inlichten over de resultaten van het administratieve onderzoek dat hij vorige week heeft laten instellen.

Daaruit is gebleken dat de ongerustheid die de minister toen aan de dag legde over mogelijke betrokkenheid van de leden van de organisatie met de aanslagen van de Bende van Nijvel nergens op is gebaseerd. Er was volgens de bewindsman eerder sprake van 'echte patriotten' die behoorden tot een kleine 'begrijpelijke' verzetsorganisatie die actief moest worden na een vijandelijke aanval. Die organisatie was geintegreerd in de internationale strategie 'Stay Behind', waartoe op het eind van de jaren veertig was besloten om het verzet beter te organiseren dan bij het begin van de Tweede Wereldoorlog het geval was geweest. In Belgie, zo lichtte Coeme toe, was in 1949 een akkoord gesloten tussen premier Paul-Henri Spaak en generaal-majoor Menzies, het hoofd van de Britse Secret Intelligence Service tijdens de Tweede Wereldoorlog, om op papier een netwerk op te zetten voor spionage en actie in geval van oorlog.

Het netwerk, dat in Belgie de naam SDRA-8 kreeg (Service de Renseignements et Action), en waarover in 1951 afspraken in de Belgische regering werden gemaakt, moest zich toeleggen op de voorbereiding van de evacuatie van prominente personen en op het onderhouden van radio-contact met een regering in ballingschap. Tegelijkertijd zou er coordinatie bestaan met soortgelijke netwerken in andere landen, maar niet via de NAVO.

In 1952 werd daartoe een comite opgericht (CCA - Comite de Coordination des Allies) dat regelmatig bijeenkomt, voor het laatst in oktober in Brussel. Het netwerk van SDRA-8 heeft in de periode sinds de jaren vijftig bestaan uit een aantal militairen (op het ogenblik nog acht), versterkt met een tiental gepensioneerde militairen en een veertigtal burgers. De militairen beschikken over lichte wapens die opgeslagen liggen bij de militaire inlichtingedienst SGR. Tot mei dit jaar hadden sommige militairen ook een pistool in een verzegelde kist thuis. Die pistolen zijn intussen ingeleverd en geen van de zegels bleek verbroken. Maar voor het overige beschikken de leden van het netwerk alleen over radio-apparatuur.

Aanvankelijke plannen om overal in het land geheime wapendepots in te richten waren volgens Coeme nooit gerealiseerd en in 1972 opgegeven. Er was alleen een hoeveelheid die de Britten in de jaren vijftig hadden geleverd en die bewaard werd bij de SGR.

Dat de socialist Coeme niet wist van het bestaan van de SDRA-8 en zijn liberale voorgangers wel, schreef de minister toe aan 'politieke manoeuvres'. Vandaag zal Coeme de kwestie van wat nu eigenlijk militair geheim moet blijven op de ministerraad aan de orde stellen. Tot zover onze correspondent.

Amerikaanse en Britse geheime agenten waren 'zeer nauw betrokken' bij de organisatie van Europese verzetsgroepen die zich moesten voorbereiden op een mogelijke Sovjet-invasie. Dat heeft Nigel West, Brits expert op het gebied van inlichtingendiensten, gisteren gezegd. West is het pseudoniem van het Britse Conservatieve parlementslid Rupert Allason, auteur van verscheidene boeken over de Britse geheime diensten M15 en M16. Volgens hem waren die netwerken vaak het uitvloeisel van plannen die al in de Tweede Wereldoorlog waren ontstaan. 'Er was in de naoorlogse periode een zeer wijdverspreide bondgenootschappelijke organisatie die zich via Noorwegen, Zweden, Duitsland en Oostenrijk naar Noord-Italie uitstrekte, een 'Stay Behind'-organisatie', aldus West.

De woordvoerder van de Duitse regering, Hans Klein, heeft gisteren bevestigd dat in West-Duitsland een geheime verzetsorganisatie heeft bestaan die klaarblijkelijk banden had met andere verzetsgroeperingen in het Westelijke bondgenootschap. 'Net als in andere NAVO-landen zijn ook in West-Duitsland sinds de jaren vijftig voorbereidingen getroffen om ervoor te zorgen dat ook na een bezetting van het land inlichtingen verzameld zouden kunnen worden'.

De Amerikaanse geheime dienst CIA heeft in de jaren vijftig meegeholpen ook in Skandinavie een anti-communistische geheime organisatie op te bouwen. Dat heeft William Colby, ex-directeur van van de CIA, meegedeeld in een gisteren gepubliceerd vraaggesprak met het Zweedse persbureau TT.

De Luxemburgse premier, Jacques Santer, heeft gisteren opdracht gegeven de Luxemburgse afdeling te ontmantelen van het geheime verzetsnetwerk. (Reuter/AFP/DPA)