Europa zoekt naar alternatief voor 'anachronistische' Navo; 'De geschiedenis pleegt haar aanbiedingen niet te herhalen'

'Kan het CVSE-proces niet worden beschouwd als een nog niet voltooid en een ook nooit te voltooien gezamenlijk kunstwerk van West en Oost, dat de 35 deelnemers gemeenschappelijk willen en kunnen scheppen voor de opbouw van een Europa van vrede en vrijheid met een openheid naar binnen en naar buiten?' Deze wat pathetische, retorische vraag stelt de Westduitse diplomaat Hans-Heinrich Wrede zich in zijn onlangs verschenen boek KSZE in Wien, Kursbestimmung fur Europas Zukunft. En het is duidelijk dat Wrede, die al lange tijd nauw betrokken is bij de Weense onderhandelingen over conventionele-wapenreducties en vertrouwenwekkende maatregelen, de vraag met een hartgrondig 'ja' beantwoordt. Voor hem is het CVSE-proces zowel 'raamwerk als richtsnoer' op de weg naar een Europa, dat militair, politiek en economisch een eenheid is.

In Parijs begint maandag de topconferentie van staatshoofden en regeringsleiders van de inmiddels 34 landen die deel uitmaken van de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking in Europa, namelijk alle Europese landen (vooralsnog minus Albanie) plus de Verenigde Staten en Canada. Tijdens die bijeenkomst worden weer enkele stenen gemetseld van het Europese Huis van Sovjet-leider Gorbatsjov, enkele nieuwe spanten opgezet van minister Van den Broeks Europese achitectuur.

De afgelopen maanden heeft het voorbereidende comite van ambassadeurs van de deelnemende landen een reeks voorstellen opgesteld, waaraan de leiders volgende week hun officiele goedkeuring zullen hechten. Zo zal in de Verklaring van Parijs worden vastgelegd dat de 34 staatshoofden en regeringsleiders elke twee jaar bijeen zullen komen om zich over de situatie op het oude continent te beraden. Verder is voorzien in regelmatige bijeenkomsten van de ministers van buitenlandse zaken. Bovendien komt er een klein CVSE-secretariaat en zal worden besloten tot de vestiging van een centrum voor conflict-preventie.

Dat deze overeenstemming kon worden bereikt, betekent niet dat alle betrokkenen het eens zijn over de toekomstige status van het CVSE-proces voor Europa. Aan de ene kant staan de enthousiaste aanhangers van het in de jaren zeventig in Helsinki begonnen pan-Europese vredesproces, die vrezen dat veel politieke leiders zo gehecht zijn aan de bestaande structuren dat ze verdere uitbouw van de CVSE zullen blokkeren. Aan de andere kant staan de cynici, die krampachtig pleiten voor de oude structuren, omdat ze kennelijk bang zijn dat ze in elkaar zullen zakken voordat een nieuwe veiligheidsstructuur op poten staat.

De cynici zijn vooral in het Amerikaanse kamp te vinden. Omdat de Amerikanen met name de Duitsers niet wilden frustreren, zijn ze een eindweegs meegegaan met de uitbouw van het CVSE-proces, maar eigenlijk zien ze er niet veel heil in. President Bush heeft een en ander maal duidelijk gemaakt dat de CVSE een nuttig instrument kan zijn op voorwaarde dat het 'de versterking van de NAVO' dient. De Amerikaanse aarzeling om mee te werken aan de totstandkoming van een pan-Europese Assemblee, die parlementariers van de 34 deelnemende landen tenminste een keer per jaar in Straatsburg bijeen zou brengen, is een duidelijk blijk van de Amerikaanse reserve ten opzichte van het CVSE-proces.

In het Oosteuropese kamp leven veel hogere verwachtingen van de CVSE. De Sovjet-Unie hoopt, nu het Warschaupact verleden tijd is, dat het CVSE-proces zal leiden tot de snelle ontmanteling van de NAVO. En de Tsjechoslowaakse minister van buitenlandse zaken, Jiri Dienstbier, verklaarde nog niet zo lang geleden: 'Het hart van een collectief veiligheidssysteem voor Europa moet worden gevormd door een verdrag waardoor alle partijen zich verplichten tot bijstand, inclusief militaire bijstand, in het geval van een aanval op een van de deelnemers aan het systeem. Dit vereist een mechanisme dat het mogelijk maakt om de naleving van deze afspraak mogelijk te maken.'

De opvatting van de Duitse regering, en met name van minister van buitenlandse zaken Genscher, gaat weliswaar niet zo ver, maar toch wel een eind in deze richting. Bonn zal de exclamatie van zijn diplomaat in Wenen wellicht niet geheel voor zijn rekening willen nemen, maar het is duidelijk dat de Duitse leiders in een sterke pan-Europese veiligheidsstructuur een garantie zien dat de aanwezigheid van een verenigd Duitsland in een aaneengesloten Europa door de buurlanden niet als een bedreiging zal worden ervaren.

In het jongste nummer van het Amerikaanse tijdschrift voor internationale politiek, Foreign Policy, wijzen Gregory Flynn en David J. Scheffer er terecht op, dat de opstelling van de minimalisten en maximalisten gevaren met zich meebrengen voor het CVSE-proces. Degenen die alles op de kaart van de CVSE zetten lopen de kans hun oude schoenen weg te gooien voordat ze nieuwe hebben. De minimalisten kunnen de nu aanwezige dynamiek van de veranderingen in Europa echter verstoren, waardoor van de kansen die de historische situatie van dit moment biedt geen adequaat gebruik wordt gemaakt. Hans-Heinrich Wrede haalt in dat verband een uitspraak van de Duitse president Richard von Weizsacker aan, die zei: 'De geschiedenis pleegt haar aanbiedingen niet te herhalen.'

Flynn en Scheffer wijzen erop dat een positie die er rekening mee houdt dat de CVSE een proces, een ontwikkeling is tussen deze twee uitersten mogelijk is. Zij vinden dat de NAVO niet moet worden opgeheven, zolang niet zeker is dat de Sovjet-Unie definitief heeft gekozen voor de koers die het land nu is ingeslagen. Ze wijzen er verder op dat versterking van het CVSE-proces niet per definitie verzwakking van de NAVO betekent. Maar Europa zal de komende jaren geconfronteerd worden met problemen, zoals etnische onrust, milieuvraagstukken en de noodzaak van economische bijstand aan de landen van Oost-Europa, waarvoor de NAVO niet het passende orgaan is. Juist op die terreinen kan de CVSE de komende jaren een steeds belangrijker rol gaan spelen. De NAVO blijft in deze constructie een soort winterdijk die de Amerikaanse betrokkenheid bij de veiligheid van West-Europa garandeert.

Ook minister Van den Broek van buitenlandse zaken onderkent de mogelijkheden die het naast elkaar bestaan van NAVO en CVSE biedt. In zijn bijdrage tot een recent symposium van het Nederlands Helsinki Comite sprak de minister van een 'dakpannenmodel'. 'Elke dakpan beschermt een stukje dak. Daarbij overlappen ze steeds een beetje en steunen op elkaar. De NAVO biedt de lidstaten een veiligheidsgarantie wat de CVSE niet doet, maar de CVSE biedt door haar brede samenstelling een kader voor politieke dialoog en crisisoverleg tussen alle betrokkenen, hetgeen de NAVO niet doet.' Hoewel Nederland bij de voorbereidende onderhandelingen zich duidelijk heeft ingezet voor een stevige CVSE-structuur, lijkt Van den Broek vooralsnog de voorkeur te geven aan de oude schoenen. Aan het slot van zijn toespraak merkte hij namelijk op: 'De hechte samenwerkingskaders die wij in Westeuropees en Atlantisch verband hebben opgebouwd zijn belangrijke instrumenten van ordening, die wij zoveel mogelijk dienstbaar moeten maken aan vrede en stabiliteit in heel Europa. Dat is tevens de basis van waaruit wij kunnen werken aan versterking van de pan-Europese structuren, waaronder in de eerste plaats de CVSE.'

Zonder onmiddellijk te pleiten voor een op de helling zetten van de NAVO, is het toch mogelijk om politiek meer in het CVSE-proces te investeren. Het lijkt waarschijnlijk dat de ontwikkelingen in Europa op den duur vanzelf leiden tot uitholling van het Atlantisch bondgenootschap. Tenslotte is de verdragsorganisatie opgezet om een aanval vanuit het Oosten te voorkomen of te stoppen en daarop neemt de kans met de dag af. Minister Ter Beek van defensie wees er onlangs terecht op dat de 'kans, nog afgezien van de politieke bereidheid, op een succesvol grootscheeps offensief uit het Oosten klein' is. Militairen houden nu al rekening met een waarschuwingstijd van enkele maanden. In combinatie met de toenemende weerzin in de Verenigde Staten om te blijven bijdragen aan de verdediging van Europa zal deze ontwikkeling de NAVO op den duur tot een slapende structuur maken. Dat zal de relatieve betekenis van afspraken in het kader van de CVSE alleen maar doen toenemen.

In dat verband is er zeker wat te zeggen voor de pleidooien van Flynn en Scheffer voor de vorming van een aantal pan-Europese raden. Ze bepleiten de vorming van een militaire raad, die zou moeten kunnen beschikken over een kleine vredesmacht die in geval van conflicten zou moeten kunnen worden ingezet, voorts voor een milieuraad en voor een raad die zich bezighoudt met etnische problemen, waarbinnen oplossingen kunnen worden gezocht voor problemen van minderheden. De oude schoenen mogen dan nog niet worden weggegooid, het is duidelijk dat ze langzamerhand wel beginnen te slijten. En daarom is het van belang dat de nieuwe schoenen al vast stevig worden ingelopen.