EEN NEDERLANDS NAAISTER BIJ HET KIROV BALLET IN LENINGRAD; De vindingrijkheid van de armoede

Kuifje in Rusland: met zo'n onbevangen enthousiasme en verwondering spreekt Annelies Polderdijk (38) over het half jaar dat zij als naaister bij het Kirov Ballet in Leningrad werkte. Ze heeft er veel geleerd, zegt ze, niet alleen over het klassieke balletkostuum maar vooral 'de vindingrijkheid van de armoede'. Voor een danser heeft ze nog wel een oude Trevira-jurk tot een kostuum weten om te bouwen, maar hoofdschuddend vraagt ze zich nog steeds af: 'Hoe moet je balletkostuums maken van fluweel zo hard als karton?'

Voordat ze eindelijk in september vorig jaar naar Leningrad afreisde was Annelies Polderdijk al jaren door de Sovjet-Unie gefascineerd. Ze leerde de taal, ontwierp na haar opleiding modevormgeving aan de Rietveld Akademie mode volgens de Russische look en kende Leon Baksts ontwerpen voor Diaghilevs Ballet Russes van buiten. Via de Rietveld Akademie raakte ze betrokken bij theaterproducties van Hans van Willigenburg en Annemarie Prins en een balletopvoering van Romeo en Julia. Een nog veel groter onderneming vormden de kostuums voor de musical Cats, die precies volgens de oorspronkelijke ontwerpen voor de Nederlandse dansers moesten worden nagemaakt. 'Het namaken op zichzelf is natuurlijk niet zo spannend, maar het meewerken aan zo'n grote produktie wel.'

Na Cats ging Polderdijk voor het eerst op reis naar Leningrad, Moskou en Riga. 'Het Kirov Theater was dicht, maar ik heb wel de Vaganova School bezocht waar dansers voor het Kirov Ballet worden opgeleid. In het museum kreeg ik een rondleiding door Marina Vivien, die er zelf is opgeleid en na haar pensionering op verzoek van de school voor het museum zorgt. Zij liet mij al die mooie foto's, kostuums, schilderijen en boeken over het Kirov zien en toen wist ik het zeker: ik moest hier terugkomen en dit van binnenuit meemaken.'

Via Simon Andre, docent dans aan de academie in Brabant die zelf in 1969 als solist in Rusland heeft gedanst, kon ze bij het Kirov in Leningrad terecht.

Begin vorig jaar werkte zij daar met Andre mee aan kostuums voor L'Oiseau de feu, Le spectre de la rose en l'Apres-midi d'un faune. 'Hij had afbeeldingen gevonden van de oorspronkelijke kostuums voor Diaghilevs ensceneringen van deze balletten. Aan de hand daarvan heb ik patronen en proefmodellen gemaakt. Dansers moeten echt leren zich in dergelijke kostuums te bewegen.'

Een beurs van WVC kreeg Polderdijk niet: volgens het ministerie kon ze veel beter naar Duitsland of Italie. 'Voor het moderne balletontwerp was de Sovjet-Unie zinloos geweest, ja, maar ik was juist geinteresseerd in het klassieke kostuum. Bij het Kirov zijn de meeste balletten nog gekostumeerd. In die zin is het er nog een bolwerk van conservatisme.' Het werk op de kostuumafdeling bestond dan ook voornamelijk uit het namaken van oude ontwerpen. 'Je kunt bijna alleen maar witte stof krijgen. Je gaat niet in de winkel een leuk dessin uitzoeken, je ontwerpt het zelf en gaat het vervolgens erop borduren, drukken, verven of appliceren.'

Net als in veel andere sectoren van de Sovjet-arbeidsmarkt is er in de balletwereld een soort brain drain ontstaan. 'Nu het toegestaan is om voor jezelf te beginnen zijn veel snelle, ervaren patronenmaaksters en naaisters vertrokken om hun eigen coops te vormen. Dus wat krijg je? In plaats van een mouw met een goede coupe te maken zetten ze er gewoon een lelijk stuk stretch-stof tussen. De chef van het atelier weet ook niet hoe het anders moet, bovendien is zij al haar tijd en energie kwijt aan het ritselen om aan stoffen te komen. Het gekke was dat ik dus eigenlijk roomser dan de paus was, ik was juist tegen die zogenaamde moderne oplossingen.'

Haar persoonlijke contacten met haar Russische collega's waren heel goed, maar over de toekomst kan Annelies Polderdijk niet anders dan somber zijn. 'Het niveau van lesgeven op de Vaganova is zeer hoog, dat bleek wel bij hun optredens vorig jaar in het Holland Festival. Maar verder is het een ramp: een toilet op de vijfde verdieping, nauwelijks voedsel. Bieten, wortels en kool zijn de enige groenten die ik tussen september en april heb gegeten. Ze proberen nu betalende studenten uit het buitenland aan te trekken, maar er is overal gebrek aan.

'Als je alleen al naar de kostuumafdeling van het Kirov kijkt zie je dat die weliswaar een lange traditie heeft, maar de mensen met de kennis zijn weg. De machines en materialen zijn slecht: als er tule is, is er geen fluweel en andersom. Van het Bolshoi zijn er al zeventien dansers naar het westen vertrokken. Het talent wordt aan de kant geschoven, waar blijven de jonge choreografen? Ik heb er een modern ballet gezien op muziek van Astor Piazzolla. In een systeem waar zo sterk het middelmaat regeert zal het nog lang duren, vrees ik, voordat het artistiek talent uit Rusland de wereld weer doet opkijken.'

Ze laat een lijfje voor Giselle zien dat zij zelf als oefenstuk heeft gemaakt, een fraai staaltje ouderwetse naaikunst van lichtblauwe crepe op een ondergrond van stevig katoen. Door de ruches loopt een koordje om de pasvorm goed strak te houden. Terwijl de meeste tutu's werden geimporteerd heeft Polderdijk er toch een met de hand gemaakt om pasvorm en techniek onder de knie te krijgen. Nu speelt ze met het idee van een tutu-project in Nederland: 'Het lijkt me heel interessant om kostuums te ontwerpen op basis van de tutu en een aantal choreografen te vragen daar iets mee te doen in een dansproduktie op het podium of op video. Het kostuum komt vaak op de laatste plaats, zeker in recensies, en dat wil ik nu eens omdraaien: de tutu als uitgangspunt.'