Weekstaat der Nederlandsche Bank; Geldmarktrente stijgt

AMSTERDAM, 14 nov. De banken zijn de afgelopen week wat minder krap bij kas komen te zitten. Geholpen door een ruimere toewijzing op de speciale belening en betalingen van het Rijk hebben de banken een geringer beroep hoeven doen op De Nederlandsche Bank.

Zoals uit de weekstaat is af te lezen, kent de speciale belening een omvang van fl. 7,9 miljard en is daarmee circa fl. 0,5 miljard groter dan de vorige. De betalingen van het Rijk beliepen per saldo fl. 2,3 miljard waardoor het schatkisttegoed terugliep tot bijna fl. 5 miljard.

Deze verruiming van de geldmarkt stelde de banken in staat hun beroep op het contingent in de afgelopen periode geleidelijk te verminderen. Hierdoor liep de ontsparing op het contingentsverbruik terug van 4 naar 3 procent. Ook uit het verloop van de kortste geldmarkttarieven is de verruiming van de geldmarkt af te lezen. Het interbancaire daggeldtarief is in de afgelopen dagen met circa 0,2 procent teruggelopen tot net boven de 8,3 procent.

Daarentegen is de rente op interbancaire leningen met een looptijd van drie maanden gestegen tot 8,78 procent. Deze ontwikkeling sluit aan bij de discontoverhoging die begin deze maand werd doorgevoerd. Deze verhoging werd, niet onverwachts, gevolgd door een hoger tarief op de speciale belening: 8,2 procent (was 8 procent).

Met het oplopen van de geldmarktrente bleef Nederland in de pas lopen met Duitsland, zij het dat de Nederlandse rente nog steeds een fractie onder de Duitse ligt. Dit positieve renteverschil voor Nederland is mogelijk de oorzaak van de licht verzwakkende positie van de gulden ten opzichte van de D-mark.

Momenteel ligt de koers van de D-mark ongeveer op fl. 1,128. Deze ontwikkeling is naar verwachting aanleiding voor De Nederlandsche Bank om de nieuwste speciale belening, die vanaf morgen loopt, wederom een hoger tarief (mogelijk 8,3 procent) mee te geven.

De rentestijging op de Nederlandse geldmarkt ging in belangrijke mate aan de kapitaalmarkt voorbij. De rente op staatsleningen (met een looptijd van 5 tot 8 jaar) bleef om de 9,2 procent liggen. Hierdoor is de afstand tussen de korte en lange rentetarieven geringer geworden. In andere woorden: de yieldcurve heeft een vlakker verloop gekregen. Een vlak verlopende yieldcurve wordt veelal gezien als een teken dat de centrale bank een krap monetair beleid voert. In de markt wordt rekening gehouden met een verdere verkrapping van het monetaire beleid in Duitsland, nog voor het einde van het jaar. Dit betekent dat, ook in Nederland, tijdelijk sprake kan zijn van een omgekeerde yieldcurve. Bron: NMB Postbank Groep