Wandelen op de vulkaan

'Ga niet. Uitgezonderd masochisten.' Zo begint Ron Schouwenburg uit Leiden op 29 juli 1987 zijn verslag van de beklimming van de vulkaan Merapi (2.911 meter) in het gastenboek van Home stay Vogels in het Middenjavaanse bergstadje Kaliurang. Vogels en zijn gastheer Christian Awuy zijn een begrip bij alle travellers die vanuit Kaliurang (50 km ten noorden van Yogyakarta) deze altijd werkende en af en toe uitbarstende vulkaan willen bestijgen.

Iedere avond geeft Pak Christian in de lounge van Vogels een naam die hij mooi vond en niets met een Nederlands verleden te maken heeft aan de hand van kaarten een gedetailleerde uitleg over de beklimming. Dat moet 's nachts gebeuren. Vertrek is omstreeks 01.00 uur. Vanaf acht uur luistert Awuy alle zeven observatieposten rond de berg af om te kijken of de Merapi rustig genoeg is. Zo niet, dan gelast hij de beklimming af. De Merapi is de meest actieve vulkaan van Indonesie. Uitbarstingen hebben in de loop der tijden duizenden slachtoffers geeist. De klimmers gaan zonder gids naar boven en moeten met een handlamp en een kaartje het juiste pad zien te vinden. Als dat lukt bereiken ze om half zes de boomgrens. Op dat moment komt net de zon op en dan is het nog een uur steil klimmen.

Beest

De Leidenaar Schouwenburg over zijn ervaringen aan de boomgrens: 'Daar gebeurt een werkelijk wonder: je ziet de nacht in dag veranderen! En niet zomaar. Wat eerst een onduidelijk pad naar het midden van niets leek, verandert in een beest van een berg. De zonsopgang is zo mooi: als je net boven de boomgrens zit, zie je aan de rechterkant een rode hemel die langzaam verandert in paars en vervolgens blauw. Op zich niet bijzonder, maar tegelijkertijd wordt de aarde (waar je ver boven bent) langzaamaan verlicht. Het landschap openbaart zich als een landkaart: hoogten, rivierbeddingen, scheuren en kloven'. Hij eindigt zijn verslag zoals hij begon. 'Het was vreselijk zwaar en adembenemend, maar nooit weer!' De beschrijving van Schouwenberg is er een uit honderden verzameld in negen gastenboeken en geschreven door mensen van vele nationaliteiten, van Thailanders tot Grieken.

De door Awuy voorbereide beklimmingen zelf besteeg hij de Merapi al 22 keer begonnen in 1983 toen hij Vogels begon. Sindsdien zijn via hem zo'n 10.000 mensen de Merapi op geweest, een klim die begint op 900 meter en op tweeduizend meter hoogte eindigt aan de rand van de krater. Onder zijn gasten zijn veertien ongelukken voorgekomen, waarvan een met dodelijke afloop. Dit betrof een zeer ervaren Zwitserse alpiniste. Zij dacht op grond van haar ervaring een kortere route naar de top te kunnen nemen. Stenen en rotsen begonnen te rollen. Ze werd verpletterd.

Awuy: 'Het is absoluut onverantwoord om in het wilde weg die berg op te klimmen. Als je afwijkt van de door mij aangegeven route kunnen er ongelukken gebeuren, ook bij de afdaling. Ten eerste moet je niet later dan half acht de boomgrens weer verlaten, want dan komt een dikke mist opzetten, waarbij je je neus nauwelijks meer kunt zien. Ook is het gebeurd dat twee Engelsen bij de afdaling een ogenschijnlijk gemakkelijk pad insloegen. Die hebben dagen geploeterd in een moeilijk doordringbaar tropisch regenwoud. We hebben dagen naar ze gezocht.'

De langzaamste bestijging en afdaling staat nu met vier en een halve dag op hun naam. De snelste staat op 4 uur en 40 minuten. Gemiddeld doet men er tien tot twaalf uur over. Die snelle jongens waren Amerikaanse 'mountain runners'. De snelste afdaling staat met 17 minuten op naam van een Zwitser. Die sprong met een bestuurbare parachute naar beneden en bracht daarmee het hele stadje Kaliurang in verbazing. De jongste die de top haalde was een 12-jarige Australier, de oudste een 65-jarige Nederlander.

Controlepost

Op zondag organiseert Awuy geen beklimmingen. Dan is de berg voor de Indonesiers. 'De meesten van hen lopen geheel onvoorbereid de Merapi op. Overdag. Een heleboel melden zich niet eens bij de controlepost in het dorpje aan de voet van de berg. Dat is verplicht, want dan kunnen ze je gaan zoeken als je niet bijtijds terug bent. Onder hen gebeuren de meeste ongelukken. Overigens meldt zich hier slechts uiterst zelden een Indonesier om geinstrueerd te worden.'

De onderkomens in Vogels zijn bescheiden. Voor twee gulden per nacht kun je al een bedje krijgen op een gemeenschappelijke slaapzaal en voor een tientje heb je een kamer met eigen gemakken. Jaarlijks wordt de toeloop naar Vogels groter. Awuy zocht elders in Kaliurang, waar zich tientallen guesthouses en weekendhuizen van rijke Indonesiers bevinden, een dependance. Dat werd een mislukking.

Awuy: 'Maar de man die die dependance voor mij wilde runnen, begreep er niets van. Die wilde alleen maar gauw rijk worden aan die buitenlanders. Ik heb een andere instelling. Ik vind het prettig mijn gasten te helpen en reken verblijfstarieven die redelijk zijn en waarvan ik met mijn gezin aardig kan leven. Ik denk dat ik goed met buitenlanders kan omgaan, omdat ik zestien jaar gevaren heb. Ik was toen tweede stuurman, maar besloot te stoppen na een vreselijke scheepsramp die ik ternauwernood overleefde. Hier voel ik me iedere dag een gezagvoerder op een passagiersschip.'