Verzekeraars voorzien afvalrace; Fusiegolf Europees verzekeringswezen zal pas over drie jaar echt beginnen

LONDEN, 14 nov. De fusiegolf in het Europese verzekeringswezen zal pas in de periode 1993-1995 een hoogtepunt bereiken en veel verzekeraars 'uit de markt schudden'. De groei van de Nederlandse markt neemt sterk af en kan de komende vijf jaar zelfs op nul uitkomen.

Dat zijn enkele verwachtingen van de 420 directeuren van verzekeringsconcerns uit vijftien Europese landen, die door het organisatieadviesbureau Arthur Anderson en Co zijn ondervraagd over de verzekeringsmarkt in 1995. Vernon Ellis, partner bij Anderson consulting, zei gisteren bij de presentatie van het onderzoek dat de respondenten tachtig procent van de Europese markt vertegenwoordigen, gerekend naar het premie-inkomen van de bedrijven. De premie-inkomsten van alle Europese verzekeraars bedroegen vorig jaar 349 miljard dollar, ruim zes procent van het bruto nationaal produkt.

Onderzoekleider Kevin Lavery constateerde dat de verzekeraars veel invloed ondervinden van de Europese eenwording en de liberalisering. Buiten Groot-Brittannie en Nederland zijn veel markten nog sterk beschermd. De tarieven liggen hoger zodat de Nederlandse verzekeringen na de Britse de goedkoopste in Europa zijn.

De verzekeraars krijgen te maken met nieuwe concurrentie van banken en buitenlandse verzekeraars. 'Ze beantwoorden dat met fusies, verlaging van de kosten en een betere dienstverlening'. De respondenten geven de voorkeur aan fusies boven samenwerkingsverbanden. Op wat langere termijn verwachten ze ook banden te leggen met maatschappijen buiten Europa.

De banken zullen in 1995 gemiddeld twintig procent of meer van de verzekeringsmarkt beheersen. In Frankrijk hebben banken in drie tot vier jaar 54 procent van de nieuwe transacties op het gebied van levensverzekeringen in handen gekregen. In Spanje beheersen de banken al negentig procent van de markt voor levensverzekeringen.

De open Britse markt kent veel kleine verzekeraars met lage winstmarges waardoor ze zeer kwetsbaar zijn voor overnemingen vanuit het buitenland. De verwachting is dat buitenlandse maatschappijen in 1995 de helft van de Britse markt voor schadeverzekeringen in handen zullen hebben en ruim een kwart van de markt voor levensverzekeringen.

Van de grote landen staan Duitsland en Frankrijk er een stuk sterker voor en zullen vooral de Franse verzekeraars de grensoverschrijdende overnemingen sterk uitbreiden. Ze zullen in 1995 de Belgische markt domineren. In Duitsland is alleen Allianz, nummer een in Europa, groot genoeg voor het opkopen van grote buitenlandse concurrenten. De Zweden spelen een overheersende rol in de Scandinavische markt.

Voor de Nederlandse markt valt een beperkte stijging van de buitenlandse invloed te verwachten, vooral vanuit Duitsland, Frankrijk, Engeland en Japan. Op het moment hebben de ongeveer 150 buitenlandse verzekeraars circa een tiende van de Nederlandse markt in handen.

In de Zuideuropese landen Spanje, Italie en Portugal worden relatief weinig verzekeringen afgesloten maar is sprake van een sterke groei. Integenstelling tot de andere in het onderzoek betrokken Europese landen zal in deze drie landen het aantal verzekeringsmaatschappijen toenemen. Behalve Allianz zijn vooral ook de Franse verzekeraars hier actief. Ook bestaat er belangstelling vanuit de Verenigde Staten.

In de meeste landen werken de verzekeraars met eigen agenten. Alleen in Engeland, Belgie en Nederland speelt de onafhankelijke tussenpersoon een grote rol. In Nederland vertegenwoordigen de ongeveer 30.000 tussenpersonen gemiddeld tien verzekeraars en beheersen 45 procent van de markt. De banken hadden in 1989 ongeveer tien procent van de markt in handen, wat de komende vijf jaar zou kunnen verdubbelen. De grote rol van de onafhankelijke tussenpersoon voorkomt in Nederland het grootschalig gebruik van nieuwe distributievormen. Wel zien de Nederlandse respondenten een 'relatief scherpe stijging' van het aantal agenten, gebonden aan een verzekeraar. In andere Europese landen zal de client in toenemende mate via massamedia en telefoon direkt door verzekeringsmaatschappijen worden benaderd.

De Europese verzekeringsmarkt zal naar verwachting jaarlijks vijf tot negen procent groeien. Maar de verzadigde Nederlandse verzekeringsmarkt zal in guldens maximaal vijf procent groeien tegen meer dan vijftien procent in 1988. Gecorrigeerd voor inflatie zou zelfs sprake kunnen zijn van een daling. Uitzondering is de markt voor milieuaansprakelijkheidsverzekeringen waar nog een jaarlijkse groei van meer dan tien procent wordt verwacht.

Omdat het dienstenaanbod in Nederland al groot is, wordt vooral concurrentie op basis van prijzen verwacht. Elders in Europa staat produktverbetering voorop in de concurrentieslag.

Wat betreft Oost Europa, uitgezonderd de voormalige DDR, zien de respondenten voor de komende vijf jaar weinig mogelijkheden in verband met de vele belemmeringen en de geringe koopkracht van de consument. Hongarije en Tsjechoslowakije bieden de eerste kansen, maar zijn een kleine markt.

Het onderzoek is een zogeheten Delphi-studie waarin de anonieme mening van insiders in twee ronden is gevraagd zodat ze de tweede keer kunnen reageren op de uitkomst van de eerste ronde. Arthur Anderson zegt dat deze methode in het verleden 'zeer nauwkeurig' is gebleken. Het rapport 'Insurance in a Changing Europe 1990-1995' wordt deze week gepubliceerd door de Britse uitgever The Economist Publications.