Vertrek ex-Vopo's laat groot deel van Oostduitsers onbeschermd achter

BERLIJN, 14 nov. Oostberlijnse voetbalvandalen lijken de ordelijkste ter wereld. Een eigen ordedienst van potige jongens zorgde er afgelopen zaterdag voor dat confrontaties met de politie uitbleven, toen enkele duizenden aanhangers van het (Oostberlijnse) FC Berlin met een treurmars door het centrum van de Duitse hoofdstad hun vorige week door de politie in Leipzig doodgeschoten kameraad Mike Polley herdachten. Ook de politie deed mee aan de plechtige gebeurtenis door geen vuurwapens, slechts schilden, stokken en traangasgranaten mee te nemen in de rijen van de tweehonderd agenten die ongeveer duizend demonstranten begeleidden naar de Brandenburger Tor. Daar aangekomen zetten de zwijgende betogers nog wat kaarsjes op het trottoir en verspreidden zich ordelijk.

Nieuwe hoop voor een beter contact tussen Oostduitse politie en Oostduitse voetbalfanaten, nadat gebleken was dat de dode van Leipzig vorige week te wijten was aan onvakkundig politieoptreden? Nauwelijks, want de oproerpolitie is geheel afkomstig uit het westelijk deel van de stad. Oostduitse politieambtenaren komen er, als het menens wordt, niet meer aan te pas in Berlijn, waar de beide politiemachten op 2 oktober een moeizame fusie aangingen.

Geluk

De burgers in beide delen van Berlijn mogen van geluk spreken: zij hebben door de inzet van Westberlijnse agenten tenminste nog een functionerende politiemacht. Het ontbreken daarvan in de rest van Oost-Duitsland is een bron van toenemende zorg voor de regering in Bonn. De gang van zaken in Leipzig is een goed voorbeeld: net als in de rest van de voormalige DDR geeft meer dan de helft van de plaatselijke ex-Volkspolizei in de tweede stad van Oost-Duitsland er de brui aan. Zo'n 1.500 man hebben al ontslag genomen, 480 zullen nog volgen. Zeer veel ex-Vopo's verlaten de dienst, de traditioneel vijandige reacties van de Oostduitse burgerij kennelijk beu. Of ze zien op tegen de controle op hun politiek en eventueel crimineel verleden, waaraan allen zich moeten onderwerpen en die zal uitmonden in een proeftijd als politieagent van twee jaar.

De rest van het korps bevindt zich kennelijk in staat van organisatorische wanorde. Voor de omgang met meer dan 300 voetbalvandalen uit Berlijn waren in Leipzig vorige week welgeteld 219 agenten ingezet. En 75 van hen waren afkomstig uit de zogeheten Bereitschaftspolizei, dat wil zeggen een politie van dienstplichtigen naar het voorbeeld van de Sovjet-MVD-troepen. Met de Duitse eenheid is de recrutering voor deze Bereitschaftspolizei gestaakt, maar de dienstplichtigen in Leipzig moeten hun tijd kennelijk wel uitdienen.

Bijstand

Aangezien alle politiekorpsen in Oost-Duitsland met vergelijkbare problemen kampen had het voor Leipzig geen zin versterking uit omliggende gemeenten in te roepen. Een bijstandsaanvraag in een van de Westduitse deelstaten, waar men wat rellen betreft van wanten weet, behoort zeer wel tot de mogelijkheden en moet ambtelijk worden geregeld tussen de ministeries van binnenlandse zaken van de betrokken deelstaten. Alleen: het ambtelijk apparaat van Saksen, waartoe Leipzig behoort, verkeert sinds de verkiezingen vorige maand nog in opbouw met andere woorden, er is helemaal nog geen Saksisch ministerie van binnenlandse zaken, waartoe men zich zou kunnen wenden.

Het gevolg: een dode en drie gewonden toen in paniek geraakte agenten zonder verdere plichtplegingen het vuur openden op stenengooiers, waarna andere voetbalvandalen ongehinderd in de binnenstad van Leipzig voor miljoenen schade konden aanrichten.

Excessen van deze omvang lijken in Berlijn onwaarschijnlijk: de Berlijnse politie had voor de voetbalwedstrijd en de treurmars zaterdag duizend man ingezet. Maar ook Berlijn heeft problemen: onder de 2.300 Westberlijnse politieagenten die hun 5.400 collega's in Oost-Berlijn moeten bijstaan is het al tot een protestdemonstratie gekomen, en de 9.300 Westberlijnse politieagenten in het westelijk deel van de stad zijn ook niet altijd even gecharmeerd van hun 3.700 stagiairs uit Oost-Berlijn.

Want dat zijn ze, de ex-Vopo's, stagiairs. Tot 1 april volgend jaar in ieder geval, daarna pas krijgen ze de ambtenarenstatus met een proeftijd van twee jaar. Ze blijken, mede omdat ze geen hulpofficieren van justitie waren, slechts een zeer summiere opleiding te hebben ontvangen, van een halfjaar tegen tweeeneenhalfjaar hun Westberlijnse collega's. Hun rechtskennis met name is meer dan bescheiden en hun fysieke conditie eveneens. Wie een Westberlijnse patrouillewagen ziet herkent de Oostberlijnse stagiair meteen aan zijn gezet postuur, ook als hij een van de eerste 650 ex-Vopo's is die al een Westberlijns uniform aanhebben.

Van de Oostduitse uniformen is het DDR-wapen inmiddels vervangen door een Westberlijns beertje, de Lada's zijn in de Westberlijnse kleuren overgespoten en de 140 Trabanten van de Oostberlijnse politie worden naar Hongarije verkocht. De pistoolmitrailleurs waarover de Vopo's de beschikking hadden zullen eveneens worden verkocht. De vervanging van het Oostberlijnse dienstpistool, dat naar Westerse maatstaven te zware verwondingen toebrengt en waarvan ook de beveiliging te wensen overlaat, zal echter nog enige tijd kosten.

Logistiek

De demonstrerende Westberlijnse agenten ageerden vooral tegen de logistieke voorzieningen. In Oost-Berlijn bestaat geen centrale meldkamer. De reikwijdte van de mobilofoons van de Volkspolizei blijkt uiterst beperkt en de gebruikte frequenties maken de apparatuur bovendien niet compatibel met de in West-Berlijn gebruikte. De naar het oostelijk deel van de stad uitgezonden Westberlijners zijn inmiddels ontheven van het dienstvoorschrift dat men zelf zijn dienstruimten moet schoonhouden. Het schrijnend gebrek aan schrijfmachines is daarmee evenwel nog niet opgelost.

De Berlijnse senator van binnenlandse zaken, Erich Patzold, pleit ervoor om het Berlijnse uitwisselingsprogramma ook op landelijke schaal toe te passen. De animo van Westduits politiepersoneel daarvoor is vermoedelijk bescheiden, maar er zal iets moeten gebeuren. Volgens sommige schattingen is nog maar de helft van de nominale politiesterkte in de voormalige DDR, 120.000 man, daadwerkelijk in dienst. Inmiddels stijgen de criminaliteitscijfers door een grotere bereidheid tot aangifte onder Oostduitsers, maar vermoedelijk ook in werkelijkheid. Voor het eerst krijgen de Oostduitse politiemannen te maken met het verschijnsel 'bankoverval', enkele tientallen per maand. Steeds vaker ontaarden voetbalwedstrijden, conflicten tussen groepen jongeren en ontruiming van bezette woningen in omvangrijke veldslagen. In Berlijn heeft de oppositionele CDU de 'onveiligheid' al tot haar voornaamste verkiezingsthema gemaakt, daarbij gemakshalve drugsgebruik, jeugdbenden en voetbalgeweld op een hoop gooiend.

De vandalen van FC Berlin lijken na hun waardige treurmars inmiddels maar wat trots. 'Ook vroeger in de DDR-tijd hebben we met de politie gevochten', zegt een van hen, voordat een vriend hem met de woorden 'veel te link om met journalisten te praten' meeneemt. 'Die in Leipzig hebben hun ware gezicht laten zien.'