Van Vlijmen vertaalt twijfels Van Gogh in opera In de

Amsterdamse Stadsschouwburg gaat vrijdagavond 'Un Malheureux vetu de Noir' van Jan van Vlijmen in premiere, een opera over de laatste jaren van het leven van Vincent van Gogh. 'Op zijn sterfbed zei Van Gogh: Et la tristesse durera toujours. Daar kan iedere componist noten bij verzinnen, ' aldus librettist Johan Thielemans.

Un Malheureux vetu de Noir. 16, 18, 19, 23 en 25/11 in de Stadsschouwburg in Amsterdam. 7, 9, 11 en 13/12 in De Vlaamse Opera te Antwerpen.

AMSTERDAM, 14 nov. De eerste scene. Links op het podium staat, op een soort reclamebord uit een voetbalstadion, de datum 24 dec. 1888. De betekenis van zo'n 'documentair moment', zoals de regisseur het noemt, ligt voor de hand: wat hier op het toneel plaatsvindt, is echt gebeurd.

De eerste repetitie met orkest, het Schonberg Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw, in de schouwburg. Op de achtergrond hangt een enorme, verlichte kerstboom en midden op het podium staan de koffers klaar. Jo Bongers en Theo van Gogh staan op het punt zich te verloven. Plotseling gaat de bel 'pling', klinkt er vanuit de orkestbak. Theo komt terug met een telegram waarin staat dat broer Vincent zich een deel van zijn oor heeft afgesneden.

Een schilder die zich een oor afsnijdt, een verhaal waarin oog en oor, beeld en geluid bij elkaar komen, als dat geen opera is! Regisseur Axel Manthey heeft dat met een symbolische tekening van een oor en een oog op het doek weergegeven.

De Nederlandse componist Jan van Vlijmen (55) kreeg twee jaar geleden van de Stichting Van Gogh 1990 het verzoek om een opera te schrijven over Vincent van Gogh. Van Vlijmen besprak de mogelijkheden met de Vlaamse theaterwetenschapper en operacriticus Johan Thielemans. Die bleek daarover interessante theorieen te hebben, zodat de componist hem vroeg het libretto te schrijven.

Thielemans heeft heel bewust de verleiding weerstaan om uitgebreid in te gaan op Van Goghs schilderkunst. Thielemans: 'Opera's moeten handelen over personages die in een duidelijke, emotionele relatie tegenover elkaar staan, en niet slechts over de relatie tussen een schilder en zijn kunst. Bovendien wordt er over Van Gogh al te veel geinterpreteerd.'

Uitgangspunt voor Thielemans was de briefwisseling van Vincent en zijn broer Theo. Daarin beschrijft Vincent zijn werk, voegt een schetsje toe, maar over de betekenis van zijn schilderijen spreekt hij nooit. De brieven roepen evenmin het beeld op van een soort romantische worsteling met het scheppen. 'De mythische proporties rond de persoon van Vincent van Gogh hebben wij er zelf aan toegevoegd. Waar Van Gogh over nadenkt is de vraag: Ben ik een kunstenaar? Het antwoord daarop wisselt telkens.'

In overleg met Van Vlijmen en Karst Woudstra, die als een soort dramaturg optrad, koos Thielemans voor een verhaal over een man met grote twijfels en angsten, en de verhouding tot zijn broer en diens vrouw. De librettist wordt ontroerd door de gedachte dat daaruit die schilderijen zijn voortgekomen.

Axel Manthey, als regisseur en decorontwerper sterker op het beeld gericht, plaatste tegenover de akoestische partituur zijn eigen visuele partituur, waarin Van Goghs schilderijen wel opduiken. In een scene in de kliniek waar Van Gogh wordt verpleegd, verknippen medepatienten zijn doeken. De rieten stoel uit het bekende schilderij gebruikt Manthey als een symbool voor Vincents identiteit.

Dreigend slagwerk

De beginscene met Jo (sopraan Stella Kleindienst) en Theo (tenor Guy de Mey) moet worden herhaald. Dirigent Reinbert de Leeuw is nog niet tevreden over de balans in het orkest. Het koper, dat in Van Vlijmens partituur toch al sterk aanwezig is, dringt te veel op de voorgrond. 'Wij zijn slechts een articulatie van de zangers, ' waarschuwt De Leeuw de orkestleden. De orkestklank is zeer gedifferentieerd, expressionistisch als in de opera's van Alban Berg.

Van Vlijmen instrumenteert voortreffelijk. De stevige, donkere tonen van de piano werken als een dreigend slagwerk. De blazers zorgen voor een overwegend heldere klank, waarop de strijkers af en toe een dromerige of vervreemdende invloed hebben. Van Vlijmen heeft het de zangers niet gemakkelijk gemaakt. Hun partijen vertonen weinig herkenbare muzikale aanknopingspunten. Zij missen de stromende lijn van een duidelijke melodie. 'Ik kan die toon als een geheugensteun in het orkest toevoegen, ' zegt de componist tijdens de repetitie, om Guy de Mey tegemoet te komen bij een lastige inzet.

Bariton David Pittman-Jennings zingt de rol van Vincent, met wie hij, door zijn scherp getekende gezicht, wel enige gelijkenis vertoont. Hij lijkt geen probleem te hebben met zijn zware partij. Ook het Nederlands gaat hem goed af. Thielemans heeft, net als in de brieven, Nederlands en Frans gecombineerd, om daarmee de 'solidariteitslijnen' weer te geven. Jo beheerst de Franse taal slecht. Dus als Theo en Vincent met elkaar in het Frans praten, sluiten ze Jo min of meer uit. Als Vincent zich van Jo wil afkeren, gaat hij over in het Frans. Theo en Jo praten over Vincent in het Nederlands.

Thielemans heeft in intensief overleg met de componist zijn woorden gekozen. 'Vroeger werkte een librettist met de scheiding tussen het recitatief, met veel informatie, en de aria: het grote muzikale moment. Dat onderscheid is in de moderne muziek weggevallen en de taal moet daaraan worden aangepast. Dat betekent vooral: schrappen. Net zolang tot de kern overblijft, zinnen waardoor de componist muzikaal wordt gegrepen. Als dat niet gebeurt, ontstaat doelloze muziek. En die is al in te veel moderne opera's te vinden.'