Praagse herfst

HET GISTEREN in Praag bereikte akkoord tussen de premiers van Tsjechoslowakije, de Tsjechische Landen (Bohemen en Moravie) en Slowakije heeft Tsjechoslowakije behoed voor zijn eerste ernstige crisis sinds de revolutie van een jaar geleden en mogelijk zelfs voor een uiteenvallen: het gevaar van een Slowaakse afscheiding lijkt bezworen.

De boodschap die president Vaclav Havel op de nieuwe nationale feestdag, 28 oktober, zijn volk zijn volkeren voorhield, was geen vrolijke: onrust, ontevredenheid, ongeduld en desillusie bepalen de sfeer in Tsjechoslowakije, de roep om wraak wordt sterker, de levensstandaard daalt en er worden zondebokken gezocht. Havel maakte daar geen geheim van. Maar, zo stelde de president op die 28ste oktober, niet die ontwikkelingen hebben Tsjechoslowakije 'op de rand van de desintegratie' gebracht. Veel gevaarlijker namelijk was volgens Havel het probleem van het Slowaakse nationalisme.

Dat Slowaakse nationalisme is na de revolutie van eind vorig jaar in een stroomversnelling geraakt. Al direct na die revolutie kwamen de Slowaken, niet langer tevreden met het vooral theorie gebleven federale systeem dat in 1969 is ingevoerd, met eisen: het moest maar eens uit zijn met de situatie dat in Praag alles wordt beslist, door de rijke en machtige Tsjechen en een handvol alibi-Slowaken die hun land hebben verruild voor het warme pluche van de macht. Nog weken is er eind vorig en begin dit jaar in Praag en Bratislava geruzied over de vraag of het bevrijde land nu Tsjechoslowakije dan wel Tsjecho-Slowakije moest heten: een herhaling van een discussie die in 1918 al was gevoerd. De discussie over dat streepje en over de Slowaakse bevoegdheden werd indertijd vrij geruisloos beslecht door de toenmalige president Masaryk; dat is de eerste republiek nog heel lelijk opgebroken toen het ging spannen aan de vooravond van de oorlog want loyaal aan die republiek zijn de Slowaken nooit geweest en ze vormden onder Duitse protectie zelfs, zodra dat mogelijk werd, een eigen (marionetten)staat.

HET PLEIT VOOR de nieuwe leiders president Havel, de Tsjechoslowaakse premier Calfa en zijn collega's van de Tsjechische Landen en Slowakije dat ze het gevaar van een nieuwe afscheiding tijdig hebben onderkend en, zij het met enige moeite, een voorlopig akkoord hebben bereikt. Het Slowaakse nationalisme heeft de afgelopen maanden nare extremistische trekjes gekregen, want wat de Slowaken voor zichzelf opeisten, volledige zelfbeschikking (met zelfs het recht op een eigen centrale bank, een ministerie van buitenlandse zaken en eigen consulaten in het buitenland), ontzegden ze de omvangrijke Hongaarse minderheid in Slowakije. En onder de nieuwe Slowaakse helden die werden ontdekt en herdacht bevonden zich niet alleen taalhervormers en staatslieden uit het verleden, maar ook de als oorlogsmisdadiger opgehangen mgr. Josef Tiso, de president van het fascistische Slowakije, en zijn premier Vojtech Tuka, de man die de honderdduizenden Slowaakse joden naar de vernietigingskampen heeft gestuurd (en per jood 500 Reichsmark opstreek) en rassenwetten opstelde die nog meedogenlozer waren dan de Duitse.

ALS HET gisteren bereikte akkoord door de drie betrokken regeringen en de drie betrokken parlementen wordt goedgekeurd, verdwijnt hopelijk de angel uit het potentiele gevaar van de Slowaakse afscheiding en wordt de Slowaakse nationalisten de wind uit de zeilen genomen. Of dat het geval is moet nog blijken. De Slowaakse nationalisten zullen niet blij zijn met het akkoord van gisteren en wat de Slowaakse bevolking ervan vindt wordt pas duidelijk bij de gemeenteraadsverkiezingen van eind deze maand. Maar wel is duidelijk dat Tsjechoslowakije het eerste land in Oost-Europa is dat serieus tracht het nationalisme, wellicht het grootste gevaar dat de jonge democratieen in Oost-Europa bedreigt, in zijn grondwet te regelen.