Pittig debat in Oostenrijk over neutraliteit

WENEN, 14 nov. Met de vrijwilligheid van een gekooide adelaar spijkerde Oostenrijk in oktober 1955 de neutraliteit vast in zijn nieuwe grondwet. Enige maanden daarvoor, in mei, was het staatsverdrag afgesloten, waarbij de Grote Vier Oostenrijks onafhankelijkheid herstelden en het vertrek van buitenlandse troepen regelden. Tot dit staatsverdrag zou het nooit gekomen zijn als de toenmalige Oostenrijkse regering-Raab de Sovjet-minister van buitenlandse zaken, Molotov, niet had toegezegd dat het parlement van zijn land eeuwigdurende neutraliteit zou afkondigen.

Tijdens onderhandelingen in april 1955 had Molotov aanvankelijk de eis van Allianzfreiheit gesteld. Maar daarna bracht hij het begrip neutraliteit ter tafel. Uit de lucht hoefde hij het niet te grijpen. Minister van buitenlandse zaken Gruber had in 1952 al tijdens een geheim gesprek bij Luzern aan de Indiase premier Nehru gevraagd de Russen te sonderen over een neutraliteitsaanbod. Dat sonderen was toen op niets uitgelopen: Molotov was afwijzend geweest.

Maar na Stalins dood, bij de onderhandelingen van 1955, zag Molotov er opeens veel in. Te veel aanvankelijk voor de delegatieleden vice-kanselier Scharf en Bruno Kreisky, de latere bondskanselier. Zij accepteerden het begrip pas nadat het beperkend omschreven was als 'het niet toetreden tot militaire bondgenootschappen' en het 'niet toelaten van militaire steunpunten van andere landen' en nadat nadrukkelijk verwezen was naar de Zwitserse neutraliteit als voorbeeld. Ideologisch zou het Oostenrijk vrijstaan de kant te kiezen van de Westerse parlementaire democratie, met persvrijheid, een vrije markt, enzovoort. Maar militair zou Oostenrijk het Westen niet mogen versterken.

Pittig

Het is nu 1990. De Koude Oorlog is voorbij. Neutraal tussen de twee blokken hoeft Oostenrijk niet meer te zijn. De Sovjet-dwang is weg. Wat let de regering in Wenen om 'de eeuwigdurende' neutraliteit aan de wilgen te hangen, een grondwetswijziging voor te bereiden en nu geheel vrijwillig en blijmoedig het Westelijke kamp te omhelzen, zoals half Oost-Europa lijkt te willen doen? Met een lidmaatschap van de Europese Gemeenschap, inclusief een gemeenschappelijke buitenlandse politiek en veiligheidsdimensie?

Over deze vragen is de afgelopen weken in Oostenrijk een pittige discussie ontbrand, mede naar aanleiding van de Duitse eenwording en het herstel van de Duitse soevereiniteit. Moet Oostenrijk nu niet de Koude-Oorlogsbeperkingen van het staatsverdrag van 1955 en de 'vrijwillig' aangenomen neutraliteitsparagraaf amenderen, veranderen of openlijk aan het historische grootvuil meegeven? Is het dat niet verplicht aan zijn 'zelfrespect', zoals de secretaris-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken in Wenen al heeft geopperd?

Groot goed

Een grote meerderheid van de politieke elite, en volgens opiniepeilingen ook van het Oostenrijkse volk (90 procent), beantwoordt die vragen negatief. Na 35 jaar wordt de neutraliteit door velen als een groot goed ervaren. Zij is misschien wel ooit door de Russen opgelegd, maar sindsdien een deel van Oostenrijks politieke persoonlijkheid geworden.

Op 26 oktober, de nationale feestdag waarbij de grondwet herdacht wordt, zei bondskanselier Franz Vranitzky dat de neutrale status Oostenrijk grote voordelen had gebracht doordat deze over de grenzen van blokken en militaire verdragen heen een dialoog en een klimaat van samenwerking tot stand had gebracht, vertrouwen had weten te wekken, bemiddelen had mogelijk gemaakt in moeilijke situaties en Oostenrijk ook internationaal in staat had gesteld veel te doen voor vrede en veiligheid. Al deze kwaliteiten zullen Oostenrijk, volgens minister van buitenlandse zaken Alois Mock, ook een gewaardeerd en nuttig lid van de Europese Gemeenschap maken, waarvan waarnemers wel eens gezegd hebben dat Oostenrijk eigenlijk een gemankeerde mede-oprichter is.

Van andere kanten werden nog meer kwaliteiten van de Oostenrijkse neutraliteit aangedragen. Oud-ambassadeur Hans Thalberg, jarenlang naaste medewerker van bondskanselier Kreisky, somde in Der Standard ook nog op: Wenens politieke betrouwbaarheid en voorspelbaarheid in het verder wankelende Centraal-Europa en de markante identiteit, vooral tegenover de nieuwe Duitse kolos, die Oostenrijk aan de neutraliteit ontleent. Hij vergeleek Oostenrijk bovendien met Finland, een ander land dat neutraliteit ging praktizeren op hartelijk aandringen van de Russen. De neutraliteit en het staatsverdrag, dat in artikel 4 aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland verbiedt, dragen bij aan het veiligstellen van de vrede in Europa, aldus Thalberg. Zij zijn geen vrijheidsbeperkingen, maar formuleren precies wat in Oostenrijks belang is.

Kletskoek

Hoe kan de neutraliteitsdiscussie pittig zijn als alle prominente heren en dames in Wenen plus nog 90 procent van het volk het eens zijn? Het antwoord is dat er van twee kanten met plomp geweld stenen in de vijver van eensgezindheid worden gegooid. In de eerste plaats door de leider van de steeds rechtsere FPO, Jorg Haider, die zich al heeft laten ontvallen de notie van een Oostenrijkse natie 'onzin' te vinden en die in het machtige Duitse buitenland (en dan nog wel in Munchen) een paar weken geleden betoogde dat de Oostenrijkse neutraliteit kletskoek is. Het staatsverdrag zag hij graag gecorrigeerd en herzien en in een vraaggesprek sprak hij broeierig over de 'Duitse hereniging kleine versie'. Wat de grote versie in zijn ogen zou kunnen zijn, hoeft men zich bij de leider van een partij waarvan de oudere leden grotendeels de Anschluss en wat daarop volgde omhelsden, niet af te vragen.

Haider, die bij de verkiezingen begin oktober grote winst boekte, kan niet afgedaan worden als de leider van een gekte-sekte. Dat doet ook niemand in Wenen. Zijn uitspraken droegen er zeker toe bij dat vorige week door de Oostenrijkse regering aan Moskou, Washington, Parijs en Londen een nota werd aangeboden waarin Wenen afstand neemt van de meest verouderde punten van het staatsverdrag, zoals bijvoorbeeld het verbod vliegtuigen voor de burgerluchtvaart te kopen van Duitsland of Japan. Deze punten waren in de praktijk al in onbruik geraakt en konden dan ook op deze manier zonder verdragswijziging ontkracht worden, aldus Vranitzky.

Een andere hoek waaruit geluiden kwamen die Oostenrijks rust verstoorden, was de Duitse. Uitspraken van bondskanselier Kohl wekten in Wenen de indruk dat de Oostenrijkse zelfstandigheid, eigen identiteit en neutraliteit in zijn ogen niet veel om het lijf hadden. De vice-president van de Europese Commissie, de Duitser Martin Bangemann, verklaarde vierkant dat Oostenrijk bereid moest zijn zijn neutraliteit en ten dele zijn soevereiniteit op te geven als het tot de Gemeenschap wilde toetreden. De Finnen en Zweden zijn veel flexibeler, volgens Bangemann, die zich erover verbaasde dat in Wenen, 'de geheime hoofdstad der diplomatie', zoveel dogmatisch en orthodox denken voorkwam.

Haider, Kohl, Bangemann hebben velen in Wenen aan het schrikken gemaakt. Vandaar het driftige opeenstapelen van argumenten waarom de neutraliteit van 1955 zo'n kostbaar goed is. Op den duur zal dat alleen niet genoeg zijn. De keuze tussen EG en neutraliteit (voor dr. Thalberg een klare zaak: de neutraliteit is het hogere goed) hoeft misschien in deze krasse Bangemann-vorm niet gesteld te worden; wel zal het neutraliteitsdenken nieuwe nuances moeten ontwikkelen.