Nieuwe groep Nederlandse marinemensen naar de Golf; Aflossing komt geen dag te vroeg

DEN HELDER, 14 nov. Voor de Nederlandse marinemensen in de Golf, aan boord van de fregatten Witte de With en Pieter Florisz, komt de aflossing begin december geen dag te vroeg. Munitie was er nog voldoende, maar de voorraden bronwater en cola bleken te krap bemeten en ook het bier is op.

Maandag vertrekt de nieuwe ploeg, ruim zeshonderd man, verdeeld over de fregatten Jacob van Heemskerck en Philips van Almonde en het bevoorradingsschip Zuiderkruis. De overdracht zal op 4 en 5 december gebeuren, in de haven van Djibouti, waar de vertrekkende groep wat laatste tips kan geven aan de nieuwkomers. Als tegenprestatie worden er wat vaten bier overgebracht, om de thuisreis extra glans te geven. Op 20 december wordt de aankomst in Den Helder verwacht.

Voor B. Schaapveld, scheepsarts van de Zuiderkruis en tevens duikerarts, heeft de korte ontmoeting van gaande en komende man tegen Sinterklaas als aantrekkelijke bijkomstigheid dat haar collega aan boord van de Pieter Florisz tevens haar echtgenoot is. Ze weet wat haar te wachten staat: 'Het wordt geen pretreisje. Je moet er rekening houden dat de stress-bestendigheid van mensen afneemt als er bijvoorbeeld thuis iets fout gaat. Daarnaast is er de routine van het werk, dat toch niet routinematig mag worden.' Een voordeel is volgens haar dat de verstrekking van drogisterijwaren ook in handen is van de scheepsarts, al is het maar een pleister. 'Kleine wondjes ontsteken bij tropische temperaturen sneller, dus moeten mensen daarmee ook sneller komen. En als iemand veel pillen tegen zeeziekte komt halen, moet je bekijken of dat wel met zijn werk valt te combineren.'

Alle Nederlandse schepen voor de Golf hebben een basisarts aan boord; daarnaast zijn op de Zuiderkruis een chirurg, een anesthesist en een tandarts aanwezig. De geestelijke verzorging was tot dusver in handen van een dominee en een priester. Nu er drie schepen naar de Golf gaan, is een derde geestelijke stroming vertegenwoordigd in de persoon van een humanistische raadsvrouw.

Nieuw is ook een eigen kapper. Die hadden de mannen en vrouwen in de Golf de afgelopen maanden, sinds hun vertrek eind augustus, duidelijk gemist. Luitenant ter zee A. Harmsen (41), als hoofd logistieke dienst van de Zuiderkruis verantwoordelijk voor het personeel en de aanvoer van voedsel en drank: 'Ze zeiden dat er een barbier aan boord moest komen, dus gaat er nu een mee op de Zuiderkruis. Met een lijntje kan hij worden overgezet naar de fregatten.'

Van zijn collega's die hem in de Golf zijn voorgegaan, heeft Harmsen nog andere tips gekregen, zoals de aansporing voldoende machtigingen mee te nemen om ter plekke wat meer armslag te hebben. 'Maar het belangrijkste is te weten dat alles daar te koop is, verse groente, vlees, limonade. Het is wel duurder dan in Nederland. Vlees wordt veelal overgevlogen uit Australie en Nieuw Zeeland, maar ook bijvoorbeeld schapevlees uit Texel.'

Matroos J. Adema (21), die zich als bottelier rechtstreeks met de voedselvoorraad bezighoudt, heeft al vernomen dat hij niet op uitgesneden lapjes hoeft te rekenen. 'Je koopt daar een halve koe die nog moet worden uitgebeend.'

Van de drie schepen is de Zuiderkruis het grootste en langzaamste. De twee luchtverdedigingsfregatten, 130 bij ruim veertien meter, kunnen met hun Rolls Royce gasturbines dertig zeemijlen per uur halen. Het bevoorradingsschip, dat 169 bij 20 meter is en achtmeter diep steekt tegen de fregatten zes, haalt uit zijn diesels hooguit twintig zeemijlen. Het verschil in waterverplaatsing is aanzienlijk, bijna 17.000 ton tegen nog geen vierduizend ton van de fregatten. Om het wat logge schip wat minder weerloos te maken, is het net als de fregatten voorzien van een snelvuurkanon van het type Goalkeeper. Bovendien gaan er zes mariniers die met Stingerraketten vijandelijke vliegtuigen onschadelijk kunnen maken.

'Het is nu realiteit', zegt matroos J. Koning. 'Dat is toch wat anders dan een spelletje oorlog, waarin je gevaarlijke situaties nabootst.' Koning zit in de commandocentrale van de Zuiderkruis aan de radar. Hij is kort verband vrijwilliger en moet binnen twee jaar weg bij de marine, zeer tegen zijn zin. 'Ik zou wel beroeps willen worden, maar dat kan niet, omdat ik geen meisje ben. Volgens de commandant der zeemacht is er een tekort aan dames. Positieve discriminatie, bij de politie hoor je dat ook.'

Onder de zeshonderd marinemensen op de drie schepen zijn 35 vrouwen, geconcentreerd op de Zuiderkruis. E. Groen (22), ook een KVV'er en net als Koning met een functie achter de radar, heeft duidelijk zin in de reis. 'Het Midden-Oosten zien, dat is een kans, die pak ik.' Zoals bij de meeste opvarenden zijn haar ouders niet zo enthousiast, maar die moeten zich er maar bij neerleggen, vindt ze. Over het werk in de commandocentrale van het bevoorradingsschip is ze zeer te spreken. 'Je werkt hier zelfstandiger dan op een fregat. Daar lopen veel meer hoge pieten rond.'