Minister Dreyfus noemt protesten van voormalige rebellen terecht; 'Nicaragua is bestand tegen ex-contras'

DEN HAAG, 14 nov. Ondanks nieuwe acties van de officieel al ontbonden contras staat Nicaragua niet aan de vooravond van een nieuwe burgeroorlog. Dit heeft de Nicaraguaanse minister van buitenlandse zaken, Enrique Dreyfus, gisteren verzekerd tijdens een kort bezoek aan Nederland.

De voormalige contras hebben volgens hem het vertrouwen in zijn regering en vooral in president Violeta Chamorro nog niet verloren. De berichten uit Nicaragua geven een ander beeld. Al bijna twee weken protesteren de ex-contras in een grimmige sfeer. Vooral in het oosten hebben ze doorgaande wegen geblokkeerd en enkele stadjes bezet. Afgelopen week vielen enkele doden en tientallen gewonden toen de oproerpolitie een einde maakte aan de bezetting van de steden Boaco en Nueva Guinea door voormalige rebellen.

De ex-contras hebben gelijk dat de Nicaraguaanse regering haar beloften niet heeft waargemaakt, meent Dreyfus. Veel ex-contras kregen noch land noch werk. 'Ze moeten klagen en de bureaucraten aan het werk zetten', aldus Dreyfus. De meeste contra-leiders begrijpen echter wel, zo zei hij, dat verdeling van land en hulp tijd vraagt. Hij wees erop dat anders dan tot dusver was aangenomen de contras niet 12.000 maar 21.000 man bleken te omvatten.

Chamorro riep de ex-rebellen maandag op de protesten te beeindigen en beschuldigde 'politieke samenzweerders' ervan de onrust op te stoken. De protesterende contras hebben de steun gekregen van achttien burgemeesters, en eisen ook het ontslag van de sandinistische legerleider Humberto Ortega en enkele ministers die te veel met de sandinisten zouden samenwerken. Volgens Dreyfus is er geen aanleiding generaal Ortega te ontslaan: de legerleider is loyaal aan de regering en leidt op een goede manier de afslanking van het leger, van 93.000 man begin dit jaar tot momenteel 33.000 man.

De vreemde situatie doet zich nu voor dat Chamorro, die de sandinisten in de verkiezingen van februari versloeg, samenwerkt met de sandinisten en een confrontatie aangaat met voormalige contras en met de rechtervleugel van haar eigen coalitie. Dreyfus vindt dat niet zo vreemd: 'Nicaragua is een functionerende democratie. In het parlement komt het regelmatig voor dat gematigde sandinisten en de gematigde delen van de regeringscoalitie samen een wetsvoorstel ondersteunen.' De extremisten hebben het nakijken.

Zijn stellige optimisme baseert Dreyfus vooral op een 'akkoord voor verzoening' dat de regering eind oktober sloot met de sandinistische vakbonden. 'Door 36 dagen van continue besprekingen kunnen we nu nieuwe stakingen vermijden.' Stakingen die door de sandinisten waren georganiseerd liepen in juli uit op openlijke straatgevechten in de hoofdstad Managua.

Dreyfus tilt niet zwaar aan de beslissing van de organisatie van ondernemers COSEP het verzoeningsakkoord niet te tekenen. 'COSEP weigerde omdat de regering landerijen die door de sandinisten zijn onteigend, stap voor stap wil teruggeven. De ondernemers willen de botte bijl hanteren. Maar uiteindelijk zullen ze de verzoening niet blokkeren', aldus de minister, die in 1981 als COSEP-topman door de sandinisten vier maanden in de gevangenis werd gegooid.

Van economisch herstel 'is nog weinig terecht gekomen', meent Dreyfus, om vervolgens te melden dat zijn regering het overheidstekort heeft verminderd tot een derde van het oude niveau en dat de inflatie is gedaald van 110 procent in mei tot 30 procent in oktober.

Dreyfus reist Noordwest-Europa rond in het gezelschap van Arturo Cruz, een bekende Nicaraguaan die in 1984 presidentskandidaat was voor de oppositie en tegenwoordig bewindvoerder is bij de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Samen zijn ze op zoek naar giften en leningen waarmee Nicaragua zijn betalingsachterstand van 350 miljoen dollar bij de IDB en de Wereldbank kan wegwerken. Zolang dat niet is gebeurd krijgt het land geen nieuwe kredieten bij internationale financiele instellingen. Dreyfus besprak dit probleem gisteren ook met de Nederlandse ministers Van den Broek en Pronk, die echter geen onmiddellijke toezeggingen deden.

Die kredieten zijn hard nodig omdat de door regering gepreekte verzoening geld kost, aldus Cruz. 'Ontwikkeling is alleen mogelijk als Nicaragua de sociale vrede bewaart.' Hij noemt de noodzaak van een sociaal hulpfonds om duizenden ambtenaren die worden ontslagen te helpen, bij voorbeeld met het starten van een eigen bedrijf.

Met de Verenigde Staten onderhandelt Nicaragua op het ogenblik over de schadeclaim die het Internationaal Gerechtshof in Den Haag aan Nicaragua toewees, onder meer wegens het leggen van mijnen door de Amerikanen in de haven van Corinto. Dreyfus ontkent berichten dat Washington de toegezegde hulp van 300 miljoen dollar vasthoudt totdat Nicaragua zijn aanspraak op de schadevergoeding heeft ingetrokken. Wel voegt hij daar aan toe: 'Natuurlijk hadden de Amerikanen meer voor ons kunnen doen.'

    • Thieu Vaessen