Kommoenalka's in Moskou een bron van haat en nijd

MOSKOU, 14 nov. Zes kamers, een rommelhok, een keuken, een wc en een badkamer telt de woning aan de Moskvinstraat In het oude centrum van Moskou. De totale woonoppervlakte de 'plaatsen voor gemeenschappelijk gebruik' niet meegerekend is 120 vierkante meter. Daar wonen vijf gezinnen, negentien mensen, van wie negen kinderen.

Dat is zes vierkante meter per persoon, liefst een meter boven de gemeentenorm, dus een reden tot klagen hebben de vijf gezinnen niet. Dit is een normale 'kommoenalka', een gemeenschappelijke woning, zoals er tienduizenden in Moskou bestaan.

Over kommoenalka's doen verschrikkelijke verhalen de ronde. Een vriend, pianist, bewoonde jarenlang een kamertje dat geheel in beslag werd genomen door zijn vleugel. Links van hem woonde een alcoholist en rechts van hem een moeder en haar zoon, beiden alcoholist. Deze twee drankneuzen raakten doorgaans 's avonds slaags, waarbij bij toerbeurt de moeder de zoon of de zoon de moeder de kamer uitsmeet, zodat de pianist bij thuiskomst over een zandzak heen moest stappen die op zijn deurmat zijn of haar roes lag uit te slapen. In een andere kommoenalka was de spanning zo ver opgelopen dat alle bewoners na toiletbezoek hun eigen peertje uit de fitting draaiden omdat ze de buren het gebruik van hun gloeilamp wilden ontzeggen.

In de Moskvinstraat is het zover nog niet gekomen, maar de families Baggoelets (twee kinderen), Skvortsov (twee kinderen), Roesanov (twee kinderen) en Iljitsjov (drie kinderen) en de oude Jekaterina Proednikova zijn tot jarenlang samenwonen veroordeeld door de nijpende woningnood in de stad. In de rij voor de badkuip, in de rij voor de wc, in de rij voor het fornuis in de keuken en voor de telefoon en onvermijdelijke botsingen in de akelig smalle en met overtollig huisraad volgestouwde gang.

Wonderlijk genoeg blijven ze er zelf nogal stoicijns onder. Ze hebben geluk gehad, vinden ze. In de meeste kommoenalka's heerst haat en nijd, maar zij hebben een modus vivendi weten te vinden, al is daarvoor soms veel inspanning vereist.

Zo wil Natasja 's ochtends bijvoorbeeld haar twee kinderen koud nadouchen, maar dan vormt zich een rij van ongeduldigen die naar hun werk moeten. De 91-jarige Jekaterina is zo doof dat ze de televisie 's avonds op volle sterkte aanzet, waardoor de kinderen in de kamer ernaast niet kunnen slapen.

Pag. 11: Leven en laten leven in Moskou's kommoenalka's Jekaterina Proednikova is de oorspronkelijke bewoonster van het huis. Met vader, moeder, oma en vijf kinderen betrok het gezin in 1906 de zeskamerwoning. Jekaterina was toen zes jaar. Naast de keuken woonden de dienstmeid en de keukenmeid. Het was een mooi, maar niet buitensporig groot huis. Beneden zat een portier. De familie had een eetkamer, een woonkamer, vader had een studeervertrek. Hij werkte als bedrijfsleider in het handelshuis van Popov (In Wol en Stoffen) en was lid van de Koopmansclub, waar de kinderen elk jaar het kerstfeest gingen vieren.

Jekaterina: 'Toen kwam de revolutie, en het handelshuis ging dicht. Mijn vader heeft daarna niet meer gewerkt. Hij is in 1926 gestorven. Het was een heel zware tijd. Mijn moeder verkocht haar juwelen en bont en daarmee hielden we ons in leven. Vaders spaarcenten werden in beslag genomen. Er was honger.'

Na de revolutie ging de regering over tot confiscatie van woningbezit. In 1923 werden de eerste arbeiders en drukkers bij de Proednikovs ingekwartierd. Twee kamers mochten ze houden. De verhoudingen waren niet ideaal. 'Het waren vreemden in ons huis. Ze noemden ons bourgeois. Ze hadden veel lawaaierige kinderen. We moesten onze meubels verkopen.'

Langzamerhand verdween de ene na de andere Proednikov uit de Moskvinstraat. Alleen Jekaterina en haar broer bleven het ouderlijke huis bewonen. Haar broer is hier gestorven. Zelf woont ze nu in de vroegere kamer van haar oma. Een ijzeren ledikant, een grote spiegelkast, een antiek dressoir en een divan staan in het piepkleine kamertje gepropt. Onlangs is ze bestolen. Twee mannen kwamen op bezoek, duidelijk op jacht naar antiquiteiten. Voor Jekaterina het in de gaten had hadden ze twee erfstukken, twee mooie aquarellen, van de muur gehaald en voor 100 roebel van haar 'gekocht'. Erger nog vindt Jekaterina dat ze haar antieke ikoontje hebben meegenomen. De buren hebben niets gemerkt, er lopen zoveel onbekenden door de woning.

Officieel

Jekaterina, die haar hele leven boekhouder is geweest en nu 70 roebel pensioen krijgt, is ongetrouwd gebleven. 'Officieel tenminste', zegt ze schalks. Ze is heel punctueel. Al jaar en dag is donderdag haar baddag. Daar houden de andere bewoners rekening mee. Op vrijdag komt het herenbezoek. Tot voor kort bleef haar heer altijd het weekeinde, maar dat kan nu niet meer. Ze weet niet wat ze hem te eten moet geven, en ook verder wordt het allemaal wat te vermoeiend en dus gaat haar heer vrijdagavond weer huiswaarts. Jekaterina gaat nog dagelijks de straat op. Koken doet ze zelf, maar ze zegt geen grote behoeftes meer te hebben.

Het huis aan de Moskvinstraat heeft een plaquette aan de gevel, omdat de geliefde Russische dichter Sergej Jesenin lang op de derde etage heeft gewoond. Jekaterina kan zich hem heel goed herinneren. Zijn poezie vond ze mooi, maar hijzelf liet te wensen over. 'Als hij niet gedronken had was hij heel vrolijk en aangenaam, maar in beschonken toestand maakte hij een heel vervelende indruk. Op de Tverskajastraat was een cafe, de Stal van Pegasus, waar hij vaak optrad. Dan was het afgeladen vol. Het is me niet een keer gelukt daar binnen te komen.' Jesenin, die meestal in een (zijden) Russisch hemd de boer uithing, maar tegelijkertijd graag met hoge hoed en wandelstokje werd gesignaleerd, had een verhouding met de danseres Isadora Duncan, die Jekaterina regelmatig in haar Griekse gewaden en met sjaals om het hoofd de trap in de Moskvinstraat heeft zien bestijgen.

Sergej Morgoelets (45) woont sinds 1977 met vrouw Natalja en twee dochtertjes in de kommoenalka. Ze hebben twee kamers, dertig vierkante meter in totaal. Officieel hebben ze recht op een driekamerwoning, maar ze staan al tien jaar op de wachtlijst. Ze worden doodmoe van het voortdurende gedwongen contact met de buren, al zijn de verhoudingen niet slecht. 'Als man en vrouw ruzie hebben luistert de hele flat mee', zegt Sergej, 'en na negen uur 's avonds moet het stil zijn in huis.' Sergej is ingenieur en een van de politiek actieve bewoners van de flat. Hij rekent zich tot de democraten en is een devoot aanhanger van Boris Jeltsin. Daarover heeft hij regelmatig verschil van mening met Sasja Roesanov, die met vrouw, zieke vader en twee kinderen een kamer van 23 vierkante meter bewoont. Roesanov komt van het eiland Sachalin en om een verblijfsvergunning voor Moskou te krijgen is hij politieagent geworden. Hij was wat men hier een limitsjik noemt, een gastarbeider met recht op een bed in een arbeiderspension. Zodra de woonvergunning binnen was is hij uit dienst gegaan.

Sasja is, blijkens een plakkaat aan de muur, lid van de vereniging Pamjat en voor Jeltsin heeft hij geen goed woord over. Hij noemt hem een speculant en een politieke prostitue, die zich met vage beloften goedkope populariteit verwerft bij het volk. Pamjat ('Geheugen') heeft niets met antisemitisme te maken, aldus Sasja, er zijn allerlei schurken die zich als Pamjat presenteren en haar goede naam te grabbel gooien. Hij is monarchist, Russisch-orthodox en op zoek naar de wortels van Rusland, die tijdens de Oktoberrevolutie zijn doorgesneden. De democraten, vindt Sasja, zetten in feite gewoon de politiek van de bolsjewieken voort en zullen Rusland genadeloos aan het Westen verkopen. Ondanks hun uiteenlopende politieke opinies kunnen Sergej en Sasja het redelijk goed met elkaar vinden. Ze moeten wel, ze komen elkaar dagelijks bij het tandenpoetsen in de badkamer tegen.

Wachtlijst

De familie Skvortsov (twee dochtertjes) bewoont een grote kamer van 36 vierkante meter en heeft formeel dus geen recht om op de wachtlijst te komen. Gelukkig heeft een bureaucraat onlangs bedacht dat iemand die veertig jaar in Moskou woont geldt als een 'oorspronkelijke Moskoviet' en dus toch voor de wachtlijst in aanmerking komt. Andrej, kok van beroep, is net veertig geworden en mag nu zijn wettige plaats op de wachtlijst innemen. Veel hoop geeft dat hem en zijn Armeense vrouw nog niet, want de gemiddelde wachttijd is tien jaar en dit jaar is het nieuwbouwplan in Moskou maar voor 25 procent uitgevoerd. In afwachting van betere tijden hebben de Skvortsovs de kamer met hardboardwandjes in drieen gedeeld. Met baksteenbehang schiepen ze de illusie van My home is my castle en ze zijn er zelfs in geslaagd in deze bekrompenheid nog een eenvoudige eethoek te creeren.

In de keuken komt alle lief en leed van het huis samen. Hier vechten onderbroeken en hemden om een plaats aan de waslijn, hier kookt men bij toerbeurt op twee fornuizen, hier borrelt en gist de huiswijn in weckflessen. De afwas en de was vinden daarentegen weer in de badkuip plaats, omdat alleen in de badkamer warm water voorhanden is, als de hulpmotor in de kelder het tenminste niet begeeft die het water wegens de gebrekkige druk naar boven moet pompen.

Volgens Sergej hebben 1,2 miljoen (van de acht miljoen) Moskovieten ernstige woonproblemen. Ondertussen bouwen ministeries onbeschaamd verder aan nomenklatoera-huizen. Het verzet daartegen neemt toe en verscheidene huizen zijn door wanhopende woningzoekers bezet. Het gemeentebestuur probeert hen tegemoet te komen en heeft een aantal huizen aan gewone Moskovieten toegewezen. Sergej, ingenieur op een breinaaldenfabriek, blijft optimistisch. 'Tijdens Brezjnev heerste er een algemene atmosfeer van uitzichtloosheid, van wanhoop. Nu zijn er in ieder geval bepaalde kansen en kun je vechten', zegt hij en toont een handtekeningenlijst van bewoners van kommoenalka's die protest aantekenen tegen de toewijzing van een woning aan een gezin dat voor zijn beurt is gegaan.