KAPPEN

Een indiaan, gewapend met pijl en boog, staat met opgeheven armen tegenover een huizenhoge, grommende gele bosvernieler. De associatie met die student die in juni 1989 in z'n eentje de tanks op het Tianmenplein wilde tegenhouden, is snel gemaakt. Machteloosheid... .

We nemen plaats achter ons Amazoco-houten bureau en schrijven een girootje uit voor 'Kappen met kappen'. Het geweten is weer gesust.

Een derde van de oppervlakte aan tropisch regenwoud ligt in het Braziliaanse Amazonegebied. In dat bos is de mensheid de natuur aan het 'cultiveren' met een voortvarendheid een betere zaak waardig. Voor de aanleg van wegen, stuwdammen en ijzerertsmijnen wordt een schat aan flora en fauna opgeofferd. Daarbij kun je op zichzelf al vraagtekens zetten. Je kunt erop wijzen dat de longen van de wereld worden beschadigd als je bossen vernielt die kooldioxide opnemen. Je kunt vaststellen dat het platbranden van de Amazonewouden een kwart van de kooldioxide-uitstoot in de atmosfeer veroorzaakt. Zo dragen de bosbranden op twee manieren bij aan het broeikaseffect. Maar daar staat dan weer tegenover dat wij toch moeilijk Brazilie zijn industriele ontwikkeling kunnen afpakken. Zij maken daar de keuze voor ijzer en ten koste van bos. Moeten wij ze nu vertellen dat ze het niet goed doen?

Prikkels

Maar behalve het offeren van bos om Brazilie op te stoten in de vaart der volkeren, is er nog iets heel anders aan de hand. Stel dat wij vanaf vandaag geen Braziliaans ijzererts meer zouden kopen. En dat we ons meubilair zouden optrekken uit eigen-teelt waaibomenhout. Stel dat we alle kozijnen uit een milieuvriendelijke plasticsoort zouden maken. Helaas zouden dan nog steeds

Amazonewouden worden platgelegd. Braziliaanse regeringen hebben namelijk een aantal financiele prikkels ingebouwd die de kettingzagen nog tijden lang zullen laten zingen. Het ontbossingprogramma ziet er ongeveer als volgt uit.

Ten eerste willen de mensen door de beruchte hyperinflatie zo snel als het kan van hun geld af. Het is een bekend verschijnsel dat mensen in tijden van sterke geldontwaarding uit geld in goederen vluchten. Ze steken hun geld bij voorbeeld in land. Dat drijft de grondprijzen op en zo wordt grond een plezierig speculatie-object.

Ten tweede: de landbouwsector betaalt veel minder belasting dan de industrie. Voortvarende zakenlieden kopen dus landbouwbedrijven op om hun ondernemingswinsten buiten de belasting te houden. De uitgekochte boeren trekken op hun beurt naar de Amazone om daar nieuw land te ontginnen.

Ten derde: er wordt een belasting geheven op ongecultiveerd land. Maak je het geschikt voor akkerbouw of veeteelt, dan zakt die belasting tot tien procent van het oorspronkelijk niveau. Dus: weg met die bomen; cultiveren die hap.

Ten vierde: wie zich een aantal jaren nuttig heeft gemaakt door een stuk grond van die lastige bomen te ontdoen, kan drie keer de oppervlakte van dat stuk tegen een zacht prijsje in eigendom krijgen. Zo iemand kapt dus voorlopig niet met kappen. Van overheidswege wordt het vernielen van bossen dus krachtig gesubsidieerd. En de gevestigde belangen van invloedrijke grootgrondbezitters staan er borg voor dat in deze situatie weinig verandering komt. Wie protesteert, wordt uit de weg geruimd. In 1988 werd Francisco ('Chico') Mendes vermoord. Hij voerde actie tegen de ontbossing. Op het hoofd van zijn opvolger staat een hoge prijs.

Eerste stap

Zo vanuit de verte is het vrij duidelijk wat er moet gebeuren. Brazilie zou z'n inflatie onder controle moeten brengen; daar wordt overigens aan gewerkt. Beleggen van vermogens in bij voorbeeld obligaties in plaats van in land kan dan weer aantrekkelijk worden. Het belastingsysteem zou zo moeten worden ingericht dat de landbouwsector niet als belastingparadijs wordt gebruikt.

Een actie als 'Kappen met kappen' brengt geld bij elkaar om lokale groepen te ondersteunen. Organisaties van rubbertappers en indianen die de aandacht van de wereld vestigen op wat zich daar in het bos afspeelt. Zelf hebben ze tot dusver onvoldoende politieke macht om het systeem veranderd te krijgen. Maar via de allesdoordringende televisie kunnen ze het geweten van de wereld wakker schudden. Internationale druk kan helpen, maar uiteindelijk moet men in het land zelf tot veranderingen komen. Het zorgvuldig exploiteren van tropisch regenwoud zou meer moeten opbrengen - hout, rubber, vruchten, geneesmiddelen, genetisch materiaal - dan het omleggen ervan. De geldprikkels moeten op het behoud worden gericht. Zo'n girootje kan niet meer zijn dan een eerste stap.