Kamer: pak misbruik van uitkeringen krachtig aan

DEN HAAG, 14 nov. De Tweede Kamer vindt dat het kabinet misbruik en oneigenlijk gebruik van sociale uitkeringen met kracht moet bestrijden. Dat bleek gisteren bij de begrotingsbehandeling van sociale zaken en werkgelegenheid in de Tweede Kamer.

PvdA-woordvoerder Leijnse vindt dat iedere uitkering die ten onrechte wordt geincaseerd en iedere premie die niet wordt afgedragen, de uitkering van mensen die het echt nodig hebben in gevaar brengt. 'Slachtoffer daarvan is niet de kleine groep die misbruik maakt van een uitkering, die weet zich wel te redden. Nee, slachtoffer zijn de bejaarden, arbeidsongeschikten en werklozen die echter op de uitkering aangewezen zijn. Zij betalen de prijs voor het misbruik', aldus Leijnse.

Het verschil tussen de minimumlonen en de uitkeringen moet volgens het CDA groter worden. Veel werklozen die een baan aanvaarden, gaan er vaak in inkomen op achteruit. 'De zo noodzakelijke financiele prikkel om te gaan werken ontbreekt', zei CDA-woordvoerder De Leeuw.

Volgens De Leeuw kan hier een einde aan worden gemaakt door het arbeidskostenforfait te verhogen en een aantale fiscale aftrekposten te schrappen. Mensen met een relatief laag inkomen hebben minder aftrekposten en kunnen alleen het arbeidskostenforfait dit jaar ruim 1000 gulden in mindering brengen op hun inkomen.

De fracties van de PvdA en D66 willen dat het kabinet de Sociaal-Economische Raad advies vraagt over de voordelen van de vierdaagse werkweek. Het kabinet heeft laten weten dat de invoering van de vierdaagse werkweek een zaak van de CAO-partijen is. Ook de CDA-fractie vindt dat de politiek zich er niet mee moet bemoeiden, omdat dit 'typisch een zaak van werkgevers en werknemers is', aldus De Leeuw.

Een Kamermeerderheid pleitte voor het niet schrappen van de subsidie voor het landelijk steunpunt thuiswerk. De coalitiepartijen CDA en PvdA hebben daarvoor een wijzingsvoorstel op de begroting ingediend.

Morgenmiddag geven minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld antwoord op de vragen van de Kamerleden.