Jurken met slaolie (2)

De vuilnisauto draait links een fietspad op en koerst af op het wijde land, waar de horizon niet van beton is. Dan stuurt Akin de Terberg-automobiel achteruit naast een treintje glanzend-nieuwe containers die in de vrije natuur staan geparkeerd. Hier geen stamppot van luiers en blikken verf. Keurig verpakt, als geschenken voor een jubileum, wachten in de karretjes de doorzichtige zakken van de 'Gulden Leeuw' en 'Groenhoven'. Ook hoogbouw, ook in de Bijlmer, maar koopflats.

Cliche's zijn vervelend, vooral als ze een beetje waar zijn. Over de Bijlmer is al zo veel gecongresseerd. Sociologen en planologen kunnen niets meer verzinnen. Amsterdam wilde in de jaren zestig iets moderns doen: 'de hoogte in en groen ertussen'. Een onbereikbare illusie zolang de Nieuwmarkt-protesten de bouw van de metro ophielden. Ook niet voorzien was de stroom Surinamers en Antillianen die in de leegstaande flats een dak boven hun hoofd konden vinden dat bedoeld was voor Amsterdammers uit de oude wijken.

Nu twintig jaar later is de situatie zo onbevredigend dat, ondanks de guitige verfjes die er overheen zijn gegaan, wijkwethouder Maij (geen familie) zegt: 'De Bijlmer hoogbouw is een structureel probleem dat iedereen aangaat. Wat doe je met de openbare ruimte die onherkenbaar is. We moeten niet alleen kijken naar het wonen, maar ook naar de vraag wie er woont: er is een oververtegenwoordiging van mensen met de laagste inkomens en zonder werk. Het kan zijn dat het delen van flats iets oplost. De uitkomst van de discussie kan ook afbraak betekenen, maar dat mag niet de eerste inzet zijn.' Vanmiddag zou de Amsterdamse gemeenteraad over de afbraak beslissen.

Op kleinere schaal is de wederopbouw vast ter hand genomen, al is het in de nederige reinigingsdienst van Zuidoost. 'Je kan iedere poging tot verbetering wel de grond in praten, maar dan bereik je niets', zegt de ras-optimist Ernst Oord die door 'Stadsdeelwerken' van de deelraad is aangesteld om de verziekte Reiniging in de Bijlmer op orde te brengen.

Toen Oord dit jaar als interim manager begon was het ziekteverzuim over 1989 zesendertig procent: het vuil moest iedere dag met tweederde van de mensen worden opgehaald. Na de opsplitsing van de Gemeentereiniging voelden chauffeurs, beladers en vegers zich ontworteld. Het oude gevoel te horen bij een belangrijke dienst, die Amsterdam tijdens Den Uyls Ziektewet-crisis nog eens had platgestaakt, was weg. De leiding was vaag en het werk frustrerend.

Nu zijn twee gebouwtjes op een industrieterrein vlak bij het AMC hun thuisbasis: een niet overdreven praktisch kantoortje met kleedkamers boven en verderop een nieuwe garage, die 's morgens vroeg blauw van de diesel staat als de ophaalmonsters op elkaar wachten.

De vuilniszakken passen nog steeds niet in de bakken, de bakken staan verkeerd. Achter het winkelcentrum Ganzenhoef (waar een samenscholingsverbod tegen de drugshandel geldt) staan voor de winkeliers speciale containers. Daar zijn afsluitbare hokken voor gemaakt maar die stinken omdat ze slecht bereikbaar zijn en door niemand worden schoongemaakt. De omgeving staat in het teken van die twee vertrouwde Nederlandse verpakkingsmiddelen mayonaise en piepschuim.

Het is vervelend vuil op te halen volgens een systeem dat niet goed werkt. Maar wat het diepst in de ziel snijdt wordt minder snel onder woorden gebracht: als vuilnisman met de nek te worden aangekeken door mensen die je zelf niet altijd respecteert wegens de rotzooi die sommigen over hun eigen buurt uitsmeren. De ingewikkelde hierarchie van Hollander, Turk en Surinamer.

Akin (54), de chauffeur: 'Ik wil een produkt leveren. Dat kan ik hier niet. Daar word ik na veertig jaar werken wel een beetje moe van'. Hij behoort tot degenen die het nog steeds volhouden, hoewel de ratten voor hun voeten blijven wegspringen.

Ernst Oord is begonnen de zieken en langdurig arbeidsongeschikten weer te 're-animeren'. Hij heeft ze een brief geschreven over alle nieuwe plannen, is op bezoek gegaan, heeft de betrokkenen op het werk uitgenodigd. In een zo'n gesprek zegt hij: 'Het is een misverstand te denken dat ik niks te maken heb met jouw ziekte. Als jij niet komt moeten de anderen extra hard werken om jouw werk er bij te doen. Ik wil bovendien weten of dit werk jou ziek maakt.'

De reacties zijn gemengd. Sommigen zijn naar de bond gelopen, of gaan klagen op de secretarie van de deelraad. Er is ook enthousiasme. Het ziekteverzuim is gezakt, in het eerste kwartaal van dit jaar naar 25 procent en in het tweede kwartaal naar 16 procent. Oord verwacht voor heel 1990 uit te komen op een verzuimpercentage tussen vijftien en twintig.

Die verbetering met bijna twintig procent schrijft hij toe aan de actieve benadering van de zieken. 'We hebben een nieuwe GSD-arts. Ik heb nog nooit zoveel contact over zieken gehad als de laatste weken. Maar als ik denk aan het socio-medisch team, dat vergadert met personeelsmensen en zonder mij, tenzij ik me zelf uitnodig, dat is Kafkaiaans. De Reiniging heeft heel wat klantjes naar de winkels van die lui gestuurd. Ik heb niet kunnen ontdekken wat zij in al hun vergaderingen heb bereikt om die 35 procent te voorkomen of te verlagen. Het lijkt wel of zij mede voor dat hoge getal gezorgd hebben.'

Volgende week begint de grote actie in Zuidoost. Bestuurlijk kon er nog veel langer over worden gedelibereerd, maar de proef wacht daar niet op: groen afval wordt geheel a la mode apart opgehaald in de laagbouw (met behulp van de overal oprukkende plastic containers, die prettiger zijn voor ophalers dan bewoners), er wordt met nieuwe roosters en nieuw materieel gewerkt, en auto's die in de weg staan worden weggesleept.

Oord: 'We hebben geprobeerd iedereen te mobiliseren, de mensen van onze dienst zijn de buurten in gegaan, met een brief, ratelaars en geluidswagens. Ik heb een uitlegavond gehouden. Iedereen weet alles. Ik ben alleen vergeten de participatiemedewerker op het stadsdeelraadkantoor in te schakelen'.

    • Marc Chavannes