Het schaap bleek een vermomde Rottweiler

LONDEN, 14 nov. 'Mogadon man' begon met een grap, maar al snel viel er weinig meer te lachen. Sir Geoffrey Howe, 'poor old Geoffrey', wiens slaapverwekkende aanvallen in de politiek door Denis Healy fameus vergeleken zijn met die 'van een dood schaap', gebruikte de toelichting op zijn vertrek als vice-premier uit het derde kabinet-Thatcher als was hij een drenkeling op het laatste stuk wrakhout. In zijn enige kans om nog te schitteren, vernietigde hij vanaf de backbench in een klap zowel zijn eerste minister als zijn eigen reputatie van goeiige Geoffrey, de man met het koddige uiterlijk en de dikke actetas, die zo vaak de Europese hoofdsteden moest afreizen om misverstanden recht te zetten. Het schaap bleek opeens horens en klauwen te hebben of zelfs als we de krantenkoppen van vanmorgen mogen geloven een gecamoufleerde Rottweiler te zijn.

In een volgepakt Lagerhuis was het zo stil, dat de microfoons het geluid van collectief ingezogen adem konden registreren, bij elke doodsklap die Sir Geoffrey, bedriegelijk saaie, grijze Sir Geoffrey, aan 'My Right Honourable Friend' uitdeelde. Uit dat toonbeeld van loyaliteit, degelijkheid en diplomatie rolde de ene vernietigende strofe na de andere tevoorschijn. En al pratend verrees het beeld van een man die zijn getrouwheid aan partij en natie uiteindelijk zwaarder moest laten wegen dan zijn lang, 'misschien te lang' volgehouden loyaliteit aan de Eerste Minister.

Op het groen van de Lagerhuisbanken leken Labour, SLD en nationalisten even niet te bestaan. In plaats daarvan leek Hare Majesteits regering de rol van Oppositie in haar gelederen te hebben ingelijfd. Aan de ene kant Howe, voor het eerst in 25 jaar sprekend van de derde rij, geflankeerd door een broeierig kijkende Nigel Lawson. Aan de andere kant, zeer aanwezig op de voorste bank, mevrouw Thatcher, flauw glimlachje om de mond, versteend, omgeven door leden van haar kabinet die niet wisten hoe ze zich moesten houden.

Voor Howe en Lawson (identieke blauwe stippeldas, hetzelfde grijze pak), op de voorste bank, maar ver van de Prime Minister, de Conservatieve Oppositie. Edward Heath, voormalig eerste minister en in 1975 slachtoffer van Thatchers gooi naar het leiderschap van de partij, en Michael Heseltine. De beperktheid van de regels waaronder televisiecamera's in Westminster Palace mogen opereren, was nog nooit eerder zo duidelijk aangetoond als op het moment dat de troonpretendent het Lagerhuis betreden had. Door het Huis, dat hem nog niet uit Duitsland terug had verwacht, ging een golf van opwinding bij zijn onverwachte entree. Sommige durf-als zwaaiden zelfs met hun papieren, het hoogst denkbare vertoon van bijval. Maar de camera's moesten volgens afspraak gericht blijven op de spreker van het moment en dus kreeg de kiezer thuis de indruk dat het debat over het Britse telefoonwezen tot zulke emoties leidde.

Bij elk verwijt over monetaire aangelegenheden, ging het hoofd van Nigel Lawson knikkend van 'ja' op en neer. Bij elke grap 'Als ik sommige van mijn voormalige collega's hoor praten ben ik, geloof ik, de eerste minister ooit die ontslag nam omdat hij het zo volledig eens was met het regeringsbeleid' bleef Heath staatsmanachtig ernstig kijken, maar barstte Michael Heseltine in ongecontroleerd lachen uit. Andere leden van het kabinet, degenen die wisten wat goed voor ze was, aarzelden tussen een licht trekken met de mondhoek of een camouflagegebaar met hand of zakdoek.

Toen Sir Geoffrey na achttien minuten precies eindelijk was gaan zitten, bleef het even stil. Toen brak de hel los.