Brief premier Lubbers 'geheime organisatie'

Naar aanleiding van vragen vanuit uw Kamer over een zogenoemde geheime organisatie, hecht ik eraan, mede namens de minister van defensie, u langs deze weg op hoofdpunten te informeren.

Vooropgesteld zij dat er in Nederland geen sprake is van een geheim commando, resp. een organisatie ingericht voor grootschalige sabotage-activiteiten in oorlogstijd.

Wel is in de vijftiger jaren naar aanleiding van ervaringen gedurende de bezettingstijd 1940-1945 in Nederland een onder de minister-president en de minister van defensie ressorterende organisatie opgericht met als taak in geval van bezetting van Nederland te verzekeren dat de Nederlandse regering in ballingschap over de nodige informatie zou beschikken inzake de situatie in bezet gebied. Een tweede doelstelling was de versterking van de geestelijke weerbaarheid van de bevolking in bezettingstijd.

Deze organisatie heeft altijd gefunctioneerd onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering. Van enigerlei buitenlands of NAVO-toezicht op de organisatie is nimmer sprake geweest. Een dergelijke benadering paste ook niet in de Nederlandse opzet zoals hierboven uiteengezet. De contacten met andere organisaties in NAVO-landen, waarvan sommige anders gestructureerd zijn, resp. een ander karakter hebben, hebben zich voor wat betreft Nederland dus ook beperkt tot de vraag hoe in bezettingstijd de hierboven genoemde doelstellingen zouden kunnen worden gerealiseerd.

De opeenvolgende ministers-president en ministers van defensie hebben het altijd verstandig geacht noch andere leden van de opeenvolgende kabinetten noch de Kamer over deze organisatie te informeren.

De bescheiden bedragen die met deze organisatie gemoeid zijn, maken als zogenaamde geheime uitgaven deel uit van de Defensie-begroting en worden persoonlijk en rechtstreeks door de President van de Algemene Rekenkamer gecontroleerd. Hoewel met deze organisatie, die een gemengd burgerlijk militair karakter heeft, zoals gezegd, slechts bescheiden bedragen gemoeid zijn, is enige maanden geleden besloten de omvang van deze dienst tegen het licht te houden, teneinde met het absoluut noodzakelijke te volstaan.

Tenslotte zij voor de goede orde vermeld, dat hoewel deze organisatie niet behoort tot de zogenaamde Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, ondergetekende tezamen met de minister van defensie heden wel aan de commissie die deze naam draagt informatie heeft verstrekt.

Deze brief strekt ertoe uw Kamer, rekening houdend met openbaarheid enerzijds en zorgvuldigheid van de in geding zijnde belangen anderzijds, te informeren.