YANNOS RITSOS 1909 - 1990; Verdriet als pure poezie

Met de dood van Yannis Ritsos is niet alleen een groot dichter van Griekenland heengegaan, maar een dichter van wereldformaat. Hij werd geboren in Monemvasia op 1 mei 1909. De 1ste mei is in Griekenland een vreugdevolle dag bij uitstek, de dag waarop de lente zich in haar feestelijkste tooi heeft uitgerust. Maar Yannis' leven zou allesbehalve lentelief verlopen: reeds op twaalfjarige leeftijd verloor hij zijn begaafde moeder en zijn broertje; beiden stierven aan tuberculose. Bij de 'Grote catastrofe', toen de Grieken vernietigend werden verslagen door de Jong-Turken (1922), verloor zijn vader al zijn grond. Evenals een zuster van Yannis werd de man in een psychiatrische inrichting opgenomen.

Zelf moest Yannis na zijn gymnasiale opleiding als kalligraaf in zijn onderhoud voorzien, maar wegens een tbc-aandoening bracht hij ook geruime tijd door in een sanatorium. Zijn eerste bundel werd in 1934 gepubliceerd. De vormgeving was nog traditioneel, inspiratiebronnen waren Karyotakis, maar ook de Russische dichters Majakovski en Blok. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot het communisme. De Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende Griekse burgeroorlog sloegen diepe wonden in Ritsos' ziel. Later, in de periode van de rechtse regimes en de kolonels-dictatuur, werd hij herhaaldelijk verbannen naar strafeilanden. Echte faam kreeg hij pas in de jaren zestig, toen Theodorakis zijn Epitaphios (Dodenklacht) reeds in 1936 geschreven bij de dood van een door de politie doodgeschoten jonge tabaksarbeider en Romeosini (Griekendom) op muziek zette. Het meest bijzonder aan Ritsos is misschien wel dat hij in zijn poezie nergens enige verbittering laat doorklinken over het leed dat hem persoonlijk en zijn vaderland is overkomen. Verdriet en gruwel zijn wel degelijk aanwezig, maar steeds gesublimeerd tot pure poezie. De omvang van zijn werk wekt de indruk dat iedere gedachte die hij aan het papier wil toevertrouwen hem in poetische beelden uit de pen vloeit. Ritsos, die in 1956 de Leninprijs ontving, is een visionair die schildert met een kleurrijk woordpalet. Uitbundiger in zijn dichtkunst dan Kavafis en Seferis, minder surrealistisch dan Elytis, zal Ritsos een ereplaats op het podium van de literatuurgeschiedenis blijven innemen. Voor hem zijn dag en nacht nu ineengevloeid, zoals in het slot van zijn 'Jonkvrouw van de Wingerden':

Dag en nacht vloeien ineen zoals de tien vingers zich verstrengelen om de schoot der stilte, / En daar zijt Gij, Jonkvrouw van de Wingerden, in het ochtendgloren, alleen: / Uw lange schaduw doorklieft de vlakte als een schip/ En boven de olijfbomen Uw beide handen doodstil ineen/ Als een heilige duif die in zijn snavel draagt/ Een bundel licht, en de wereldweegschaal herstelt in nieuw evenwicht.

    • W. J. Aerts