'Treuhand' onder spervuur van kritiek

BERLIJN, 13 nov. De kritiek op de Treuhandanstalt, de overheidstrust die de staatseconomie van de voormalige DDR moet privatiseren, neemt hand over hand toe. Gisteren voegde het Ifo-instituut voor economisch onderzoek in Munchen zich in het koor van critici, die menen dat de Treuhand met 8.000 ondernemingen in beheer nominaal het grootste concern ter wereld niet is opgewassen tegen de enorme taak, en de neiging vertoont een log bureaucratisch apparaat te worden.

Karl Schiller, voormalig SPD-minister van economische zaken, merkte gisteren in een vraaggesprek met het dagblad Die Welt op dat de Treuhand tot nu toe een van de voornaamste opgaven, een snelle privatisering van de DDR-economie, niet lijkt uit te voeren.

Van centralistische neigingen en een verlammende invloed op het economisch herstel is de Treuhand eerder beschuldigd door Kurt Biedenkopf, de minister-president van de nieuwe deelstaat Saksen, en door het stadsbestuur van Berlijn. De Treuhand wordt overdreven voorzichtigheid verweten bij het overdoen van voormalige staatsbedrijven aan Westduitse investeerders. In Berlijn verwijt men de instantie met name ook de eindeloze onderhandelingen die nodig zijn om onder de Treuhand ressorterende grond in handen te krijgen.

In de strenge kantoorruimten aan de Oostberlijnse Alexanderplatz, waar de Treuhand ressorteert, hult men zich vooral in stilzwijgen. Overijld overdoen van bedrijven zonder garanties op het gebied van werkgelegenheid zou hele regio's in de voormalige DDR tot onmiddellijke werkloosheid en bedelstaf brengen, meent men.

Nog maar 200 van de 8.000 voormalige staatsbedrijven zijn tot nu toe in andere handen overgegaan, voor het eind van het jaar hoopt men er nog eens 500 te privatiseren. Bij de overige probeert de Treuhand als eigenaar zelf al een begin te maken met het saneren van bedrijven. Zo'n veertig ondernemingen met in totaal 40.000 werknemers zullen in het kader van dit beleid binnen afzienbare tijd worden gesloten.

De bewindvoerder over de Treuhand, Detlev Rohwedder, voormalig topman van het Westduitse staalconcern Hoesch, heeft zijn aanvankelijk voornemen er eind dit jaar de brui aan te geven, niet uitgevoerd. Hij blijft in functie, tegen een salaris van ongeveer een miljoen mark 's jaars, een half miljoen minder dan hij bij Hoesch verdiende. Zijn aanblijven lijkt mede bedoeld een eind te maken aan geruchten over verschillen van mening binnen de top van de Treuhand zelf. Met name de voormalige minister van economie van Nedersaksen, Birgit Breuel, zou van mening zijn dat de Treuhand sneller knopen moet doorhakken. Zij staat overigens op de nominatie minister te worden in Saksen, onder Treuhand-criticus Biedenkopf dus.

De traagheid bij de privatisering kan Treuhand-manager Rohwedder bezwaarlijk zelf worden verweten. Toen hij dit najaar het roer overnam was de Treuhand geheel lamgeslagen, en de eerste balansen in D-mark van de voormalige DDR-staatsbedrijven schijnen nu pas op het hoofdkantoor binnen te druppelen. Maar dat is nog geen excuus voor het maandenlang voortslepen van bepaalde onderhandelingen, die over de toekomst van de Oostduitse vliegtuigmaatschappij Interflug bijvoorbeeld. Zowel Lufthansa als British Airways staan te popelen het bedrijf over te nemen, meer uit belangstelling voor het marktaandeel dan voor de Interflug-werknemers en het materieel overigens. De Treuhand beidt haar tijd.

De toenemende kritiek op de Treuhand moet vermoedelijk ook worden gezien tegen de achtergrond van de almaar uitblijvende tekenen van economisch herstel in de DDR, dat zo langzamerhand voor alle betrokkenen genant begint te worden. De belangstelling voor investeringen in de produktiesfeer, die arbeidsplaatsen zouden kunnen verschaffen, blijkt vrijwel nihil. Zoals pessimisten eerder dit jaar hadden voorspeld is de DDR tot nu toe bijna uitsluitend interessant als afzetmarkt, en de Westduitse producenten varen tot nu toe wel bij de Duitse eenheid. Een vijftal Duitse onderzoeksinstituten voorspelde vorige week, dat in Oost-Duitsland volgend jaar misschien met 3,2 miljoen werklozen moet worden gerekend, ongeveer eenderde van de werkende bevolking.

    • Raymond van den Boogaard