Strijd tegen apartheid is gestreden en gewonnen

Volgens NRC Handelsblad-correspondent Allister Sparks werkt Pretoria aan een concept voor een nieuwe grondwet die de weg baant voor een zwarte meerderheidsregering, maar waarin zoveel remmen zijn ingebouwd, dat als men niet oppast, de apartheid opnieuw op een effectieve manier wordt verankerd (NRC Handelsblad, 3 november).

Sparks doelt daarmee op de instelling van een tweekamerstelsel met naast een direct via algemeen kiesrecht gekozen Huis van Afgevaardigden, een Senaat waarin groepen die zich onderscheiden naar een bepaalde taal, cultuur of religie vertegenwoordigd zijn, ongeacht de grootte ervan, en waaraan het recht wordt toegekend met een derde van de stemmen een aantasting van minderheidsrechten tegen te houden.

Mijn bezwaar tegen de benadering van Sparks is dat hij de postapartheidsproblematiek blijft beoordelen door een typisch Britse bril. Het Westminster-model van democratie met zijn sterke accentuering van het meerderheidsstelsel een democratische versie van het aloude recht van de sterkste is voor hem kennelijk het enig juiste democratiemodel. Het heeft echter alleen weerklank gevonden in Engelssprekende landen en in de voormalige Britse kolonien in Afrika is het spoedig mislukt, want meestal uitgelopen op autoritaire regimes.

In de meeste liberale democratieen heeft men de werking van het meerderheidsbeginsel beperkt door een evenredig kiesstelsel, grondwettelijke bescherming van grondrechten en bijzondere eisen voor grondwetsherziening. Voorts is die werking vaak beperkt door constitutionele rechtspraak en een referendum-stelsel. In tal van grondwetten is die werking zelfs geheel uitgeschakeld doordat bepaalde zaken geheel zijn onttrokken aan toekomstige grondwetsherziening zoals bijvoorbeeld bepalingen over de liberaal-democratische basisorde in de Bondsrepubliek Duitsland, de republikeinse staatsvorm in Italie, Turkije, Portugal en Frankrijk, het principe van gelijke vertegenwoordiging van (deel)staten, ongeacht hun grootte, in de Senaat van de VS en de federale staatsstructuur in Brazilie.

Fictie

In de praktijk blijkt een meerderheidsbewind overigens maar al te vaak een fictie te zijn. In het Verenigd Koninkrijk leidt het meerderheidsstelsel veelal tot regeringen die in feite slechts op een minderheid der uitgebrachte stemmen steunen. De Lagerhuisverkiezingen van 1974 resulteerden zelfs in een Labour-regering die op niet meer dan 39,9 procent der uitgebrachte stemmen kon steunen en op slechts 28,6 procent van alle geregistreerde kiezers. Om die reden wordt het Britse model van democratie vaak als ondemocratisch bestempeld.

Uit onderzoek is voorts gebleken, dat de praktijk van democratische besluitvorming veelal niet in termen van een meerderheidsbewind te beschrijven valt. Veel wetten komen niet tot stand op basis van een vrije meerderheidsbeslissing, maar onder dwang van fractie-discipline, door manipulatie van belanghebbende en invloedrijke minderheden, of zij worden aanvaard omdat men geen kabinetscrisis wenst. Voorzover het om ingewikkelde zaken gaat, wordt parlementaire besluitvorming bovendien in sterke mate bepaald door een beperkt aantal specialisten in het parlement, die daarbij tevens kunnen rekenen op het non-interventiebeginsel van andere specialisten.

Regeerkracht

Het Britse model van democratie heeft het voordeel van een grote regeerkracht en stabiliteit, maar daarvoor moet een stevige prijs worden betaald. Het kon in Zuid-Afrika functioneren zolang de toepassing ervan beperkt bleef tot het blanke deel der bevolking, maar het is ondeugdelijk in een postapartheidssamenleving die wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan scherp geprofileerde culturen, waarin de politieke conflictstof zich niet laat oplossen door de toepassing van het meerderheidsbeginsel zoals de politieke praktijk in landen als bijvoorbeeld Zwitserland, Belgie, Nederland en Oostenrijk met ook scherp geprofileerde culturen, heeft geleerd. Daar heeft men een pacificatiemodel van democratie ontwikkeld waarin politieke conflictstof bij voorkeur wordt opgelost door alle machtsgroepen in de besluitvorming te betrekken, waardoor of-of keuzen plaats maken voor meer of minder-keuzen en conflicten worden verwerkt dank zij geduldig tot stand gekomen compromissen en 'package deals'. Het is dan ook heel begrijpelijk dat de regering in Pretoria bezig is het een en ander te ontlenen aan het constitutionele voorbeeld van die pacificatiedemocratieen. Op de praktijk valt daarom heel veel aan te merken. Het is een heel moeizaam functionerend stelsel, maar alle andere alternatieven zijn hoogstwaarschijnlijk nog beroerder.

Al datgene wat Sparks opsomt ter bevestiging van zijn stelling dat Pretoria aanstuurt op nieuwe apartheid, is normaal in tal van Westerse democratieen zoals groepsvertegenwoordiging in een toekomstige Senaat, een vetorecht van minderheden over grondwettelijke waarborgen, een breed samengesteld kabinet, besluitvorming op basis van consensus (in Nederland zelfs aangeprezen als sociocratie en als summum van democratie). In Europees verband wordt ook reeds gedacht aan een Senaat bestaande uit vertegenwoordigers van lidstaten of regio's.

Nieuw staatsbestel

Apartheid relict uit een feodaal-koloniaal tijdperk is eindelijk ook in Zuid-Afrika een volstrekt gepasseerd station in de politieke evolutie aldaar. De strijd tegen de apartheid is gestreden en gewonnen. De Nationale Partij is volledig overstag gegaan. Er is geen weg terug. Het wordt tijd dat ook anti-apartheidsstrijders zich losmaken van het apartheidssyndroom en dat niet blijven projecteren op zaken die met apartheid niets te maken hebben. Waar het nu om gaat is de ontwikkeling van een nieuw staatsbestel in Zuid-Afrika te ondersteunen dat wordt geinspireerd door liberale en democratische beginselen en functioneert in een politiek-cultureel klimaat, waarin die beginselen ook reele werking kunnen krijgen.