Smalle marges etnische winkelier; De concurrentie wordt steeds heviger, ik vind er niets meer aan

ROTTERDAM, 12 nov. Het gaat niet goed met de Surinaamse 'tropische winkel' en zijn Turkse en Marokkaanse variant. Vooral de vier grote steden in de Randstad zijn de laatste jaren dichtgeslibd met deze winkels, waar vrijwel allemaal dezelfde specerijen, bakprodukten en groenten worden verkocht. Daardoor is de onderlinge concurrentie enorm toegenomen.

'Ik vind er niets meer aan. Ik verkocht mijn brood eerst voor twee gulden. Enkele andere winkels verlaagden de prijs tot anderhalve gulden. Toen moest ik ook', klaagt H. Sekmen, eigenaar van een Turkse levensmiddelenzaak in de binnenstad van Rotterdam. Sekmen is tien maanden geleden zijn winkel begonnen in een klein, langwerpig pandje aan de drukke Mathenesserlaan. Het pand is eigendom van zijn vader. In de lengte is een rij kisten met groenten op een grijs ribtapijt uitgestald. Op de wandschappen staat een sober assortiment ingeblikt groente, snoep en rijst. Eenderde van de ruimte is voorraadkamer en is van de winkel afgescheiden met grijze plastic kratten. Sekmen: 'Ik betaal geen huur en kan daardoor mijn groenten goedkoper aanbieden. Ik sta ongeveer quitte, anders had ik het nog geen maand gered'.

Een zojuist verschenen rapport van het Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf (EIM) signaleert dat het financieel niet goed gaat met etnische ondernemers in uitheemse levensmiddelen. Probleem bij het in kaart brengen van het reilen en zeilen van etnische ondernemers is dat er geen harde cijfers zijn. De Kamer van Koophandel registreert geen etnische gegevens van ondernemers en is dat ook niet van plan. Die restrictie bemoeilijkt onderzoek. Daarom gaat het EIM af op eerder enquete-onderzoek van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) uit 1988. Daaruit bleek dat er ongeveer tienduizend allochtone ondernemers in Nederland zijn.

Volgens het ITS-onderzoek is 56 procent van de Turkse, Italiaanse en Surinaamse ondernemers werkzaam in de horeca, zoals restaurants en broodjeszaken en 18 procent in de levensmiddelen-detailhandel (slagerijen, bakkerijen, levensmiddelenwinkels). Complete, uitgesplitste verhoudingsgetallen bestaan niet.

Adjunct-secretaris A. van Idsinga van het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) vermoedt dat in Nederland inmiddels zo'n twaalfduizend allochtone ondernemers actief zijn. Hij verwacht dat het etnisch ondernemerschap nog zal toenemen, en dat er na verhouding net zoveel allochtone als autochtone ondernemers zullen zijn.

A. Ganpat, eigenaar van een Surinaamse tropische winkel in Rotterdam, twijfelt of hij veel langer kan doorgaan. Zijn winstmarges zijn de afgelopen jaren almaar kleiner geworden. 'Er is weinig aan te doen, het wordt alleen maar erger', zegt hij gelaten. Een deel van zijn oorspronkelijke klanten verdween geleidelijk naar nieuw opgerichte tropische winkels om de hoek. Ganpat besloot de service van zijn winkel te vergroten door grote verpakkingen rijst aan huis te bezorgen en door zijn assortiment uit te breiden. Maar het heeft niet veel geholpen.

Volgens E. van Emden van het Rotterdamse adviesbureau voor etnische ondernemers 'Atlas' is aan deze terugloop zeker wat te doen. Hij meent dat de etnische ondernemer zich eenvoudigweg meer moet richten op de Nederlandse consument. Tenslotte doet maar veertien procent van de allochtonen boodschappen in een uitheemse levensmiddelenzaak (volgens het EIM). Vooral Turken en Marokkanen doen hun boodschappen in goedkopere Nederlandse supermarkten.

Dan zijn er ook de Nederlandse supermarkten die steeds meer exotisch voedsel (soorten fruit, ingredienten voor rijsttafels) verkopen. Martkonderzoekers signaleren een toenemende belangstelling voor uitheemse levensmiddelen en de uitheemse levensmiddelenhandel zou hier evengoed van kunnen profiteren. Als zij de mogelijkheden negeren, pakken de Nederlandse supermarkten die graag op, is de opvatting van Van Emden.

Nu kopen nog maar weinig Nederlanders in deze uitheemse winkels. De concurrentiestrijd wordt eigenlijk alleen gevoerd met de lage prijzen. Etnische ondernemers besteden over het algemeen weinig aandacht aan inrichting, service en promotie. Zij voldoen daarmee aan de eisen van de allochtone consument, maar Nederlanders vinden de winkels vaak rommelig en onaantrekkelijk. Een mooier uiterlijk van de winkel zou volgens Van Emden dus juist Nederlanders over de drempel kunnen helpen. Zij zijn zelfs bereid daar wat voor te betalen, zodat de prijzen weer wat omhoog kunnen.

Belangrijk is dat winkeliers zich meer in drukkere winkelgebieden vestigen en minder in de 'achterafstraatjes'. Van Emden suggereert verder de verkoop van kant-en-klaar hapjes en eenvoudigweg een uitgebreider en gespecialiseerder assortiment in kleinere verpakkingen. De levensmiddelenwinkel moet een delicatessen-zaak worden, luidt de filosofie van den Emden. Hij ziet ook mogelijkheden voor een grootschaliger opzet waarin verschillende winkeltjes op een plek zijn samengebracht. Zo'n tropisch winkelcentrum kan aantrekkingskracht hebben voor een hele regio. Dat geldt ook voor de etnische markthandelaars. Mensen kopen makkelijker op de markt en dus ook bij kramen met exotische artikelen.

Een geslaagd voorbeeld is de Indonesische toko die in veel Nederlandse steden al tientallen jaren bestaat en steeds meer in prominente winkelgebieden voorkomen. Nederlanders, die al langer vertrouwd zijn met de Indonesische keuken, kopen er ingredienten voor een Indonesische rijsttafel en speciaal keukengerei.

Maar ook de islamitische slager M. Elkahali uit Rotterdam heeft de marktgedachte overgenomen. Vanuit een van de zijstraatjes verhuisde hij zijn zaak naar de drukke Rotterdamse Nieuwe Binnenweg. Hij heeft een mooie winkel: een frisrood zonnescherm, een hoge glanzende winkelruit en een degelijke tweedehands toonbank. 'Nu ik meer Nederlandse klandizie heb, verkoop ik kilobalen amandelen en zuidvruchten vooral per ons', zegt hij.

Hoewel zijn klanten soms klagen dat hij geen prijzen op zijn produkten zet Elkahali schrijft slecht en dat er islamitische openingstijden zijn (vrijdag gesloten, zondag open), loopt zijn zaak. Op zondagen staat de winkel vaak helemaal vol. En omdat Nederlanders er vaak om vragen, staan op zijn winkelplanken nu ook huzarensalade, augurken en kleine blikjes tomatenpuree.