Rouw

De kat is weggelopen. De eerste dag kunnen er nog grapjes af. 'Zeker achter de wijven aan.' De tweede dag is al minder. Het klaargezette voer begint te stinken, het katteluikje blijft stil. De derde dag loop ik 's avonds met gespitste oren een blokje om, al 'Woutertje' roepend. Aangestaard door hondenuitlaters die hun beest aan een touwtje hebben.

De vierde dag telefoneren met dierenasiels. De kabelkrant blijkt twee gezochte katten per dag te kunnen plaatsen. Ik krijg 'sterkte' toegewenst. Ongevraagd wordt er nog een telefoonnummer aanbevolen van een mevrouw met een kattentelefoon. Zij stelt lijsten samen van gezochte en gevonden katten en publiceert die in huis-aan-huisbladen. U woont wel in de buurt van een erg drukke weg, zegt ze licht verwijtend. Vorige week was ze nog uit mijn buurt gebeld uit een flat was een aanrijding met een cyperse kat waargenomen. Maar dat was donderdag, en toen was poes toch nog bij u? Ik beaam het, maar twijfel meteen.

Ik moet ook de gemeentereiniging bellen, zegt ze. Die schrijven alle katten op die ze van het wegdek vegen. Vindplaats, tijdstip, ras en bijzonderheden, zoals een halsband. 'Dan weet u het tenminste.' De onzekerheid is namelijk het ergste dat merkt ze aan al haar klanten. 'Belt u me weer op, als poes terug is?' Ze heeft een warme stem en is hoorbaar mee-ongerust. Ik zeg het toe, en hang gesterkt weer op.

Ook voor het kleine leed staan in Nederland de kwartaire sector en het maatschappelijke middenveld klaar. Zou er een zelfhulpgroep zijn voor eigenaren van vermiste katten? Of zou het Riagg deze vorm van rouwbegeleiding al aanbieden?

Gelukkig neemt de Gemeentereiniging niet op. Eerst maar een 'Gezocht'-biljet maken en een beloning vaststellen. De belastinginspecteur accepteert het vast wel als aftrekpost. Zal ik het als ziekte- of als verwervingskosten boeken? Misschien geeft de gemeente er wel subsidie voor. Eens even bellen.

Militair is de situatie op het slagveld sinds oktober sterk veranderd. De generaal merkt een “fantastische evolutie” op bij het moslim-leger. Dat is geheel gereorganiseerd. Er zijn trainingskampen verschenen en officiersscholen. De moslims beschikken nu over een sterk verbeterde uitrusting en bewapening. Bovendien menen ze de oorlog nu te kunnen winnen, “mocht er geen vredesakkoord komen”. Briquemont noemt dat een “grote taxatiefout”. “Geen enkele partij kan er winnen. Zodra er één sterker wordt, vormen de andere twee daartegen een coalitie.” In verschillende streken van Bosnië vechten de drie partijen in wisselende coalities tegen elkaar, zo zegt hij. “Als ze willen, dan vechten ze alle drie gewoon door. Dan moeten de VN toch echt hun aanwezigheid opnieuw bezien.”