Politici konden pressie van de gijzelaars niet weerstaan; Koerswijziging van Belgie gaf doorslag bij Kamerleden in steun voor missie

DEN HAAG, 13 nov. Minister Van den Broek en de fracties in de Tweede Kamer hebben de druk van de gijzelaars en de verdere afbraak van het Europese eenheidsfront uiteindelijk niet kunnen weerstaan: er gaat in welke vorm dan ook een afgezant of een niet-officiele missie naar Saddam Hussein. De tien Kamerleden van zeven fracties die gisteravond urenlang met de minister overlegden, namen daartoe weliswaar geen formeel besluit, maar hun gezamenlijke conclusie was wel: de dijk is doorgebroken.

De Kamerleden beseften dat ze daarmee het risico liepen onderdeel te worden van de propaganda-machine van de Iraakse president, dat ze met het zenden van afgezanten diens aanzien in de Arabische wereld zouden kunnen versterken en dat de prijs voor de uiteindelijk achterblijvende gijzelaars wel eens heel hoog zou kunnen worden. 'We zaten daar gisteravond geestelijk wel een beetje met gebogen hoofd', zei een van hen vanmorgen. 'We weten allemaal dat het veel beter is voor de zaak als geheel om geen afzonderlijke Nederlandse missie te sturen. Maar wat kun je als klein land als grote als Duitsland en Frankrijk hun mensen daar weghalen en je het perspectief voor ogen ziet van dertig kisten die per KLM op Schiphol arriveren.'

De doorslag gaf de combinatie van de brief van de gijzelaars en het feit dat in het weekeinde ook de Belgen door de bocht gingen en overwegen een parlementaire missie naar Bagdad te sturen. De brief van de Nederlandse gijzelaars, zo wordt in politieke kring in Den Haag aangenomen, zal vrijwel zeker in de komende tijd worden gevolgd door een tweede. Daarin zal naar alle waarschijnlijkheid niet alleen, zoals in deze brief, de regering een verwijt worden gemaakt dat ze 'niets doet', maar zullen de gijzelaars beginnen zich te vereenzelvigen met de belangen van Saddam Hussein.

De tien Kamerleden die gisteravond op de kamer van Van den Broek zaten (Aarts en Gualtherie van Weezel van het CDA, Van Traa, Melkert en Vos van de PvdA, mevrouw Heemskerck Pillis-Duvekot van de VVD, Eisma van D66, mevrouw Sipkes van Groen Links, Middelkoop van het GPV en Leerling van de RPF) toonden een opvallende eensgezindheid. Zij wilden van deze kwestie geen partijpolitieke aangelegenheid maken. Ze waren het met Van den Broek eens dat er geen officiele regeringsmissie naar Irak zou kunnen gaan, omdat dit niet alleen in strijd zou zijn met de EG-afspraken in Rome, maar vooral in zou gaan tegen het van het begin af aan ingenomen standpunt dat de Verenigde Naties in dit geval de onderhandelingspartner zijn.

Het liefst zou men een missie namens de VN naar Bagdad sturen om met Saddam Hussein te overleggen over vrijlating van alle gijzelaars. Daarbij past ook het besluit van de EG-ministers van buitenlandse zaken gisteren in Brussel om een veertigtal landen van de niet-gebonden groep, in de Derde wereld en in de Arabische en islamitische wereld te vragen druk op Saddam Hussein uit te oefenen een VN-onderhandelingsmissie toe te laten.

Formeel stelden de meeste Kamerleden in de gespreksronde zich ook op het standpunt dat deze landen in het bijzonder die van de Maghreb: Marokko, Algerije, Tunesie, Libie en Mauretanie een kans moeten krijgen om hun invloed in Bagdad aan te wenden. Maar inmiddels werd al gediscussieerd over de vraag welke vorm de Nederlandse afvaardiging naar Irak zou moeten hebben: een prominent oud-politicus, een groep oud-politici of een parlementaire delegatie.

Bij de PvdA heerste een lichte voorkeur voor een oud-politicus, waarbij uiteraard werd gedacht aan de PvdA'er en oud-minister van buitenlandse zaken Van der Stoel. Bij het CDA liet men die keuze nog in het midden. Op het Binnenhof wordt inmiddels gesuggereerd om de drie Kamerleden die vrijdag toch al voor een bezoek aan Oman en Dubai vertrekken, via Bagdad naar huis te laten gaan. Die drie Kamerleden zijn Gualtherie van Weezel (CDA), Melkert (PvdA) en de VVD'er Van Linschoten.

Bij Buitenlandse Zaken lijkt een lichte voorkeur te bestaan voor een parlementaire delegatie. Deze is wat het vrijkrijgen van een aantal gijzelaars betreft zeer waarschijnlijk net zo effectief als een prominent oud-politicus, terwijl het voordeel is dat Saddam Hussein met een groepje parlementsleden minder goede sier kan maken naar de buitenwereld toe. In het internationale diplomatieke verkeer geldt het zenden van oud-bewindslieden doorgaans als bijna net zo goed als het sturen van de zittend minister. Oud-bewindslieden hebben op moeilijke buitenlandse missies ook veel meer aanzien dan hoge ambtenaren of parlementsleden.

De vaak genoemde man, mr. Max van der Stoel, toonde zichzelf gisteravond zeer sceptisch over het sturen van een prominent oud-politicus. 'Je moet terdege afwegen wat het betekent als je alleen maar voor politieke doeleinden wordt misbruikt', zei hij. Van der Stoel is bang dat het aanzien van Saddam Hussein groeit als meer prominente mensen op bezoek komen en hij met het vrijlaten van meer gijzelaars bijna een humaan gezicht krijgt. Naar zijn mening was in dit opzicht ook de missie van oud-bondskanselier Brandt verkeerd, omdat deze de onverzettelijkheid van Saddam Hussein heeft versterkt. Van der Stoel wilde ook geen antwoord geven op de vraag of hij bereid zou zijn naar Bagdad te reizen.

Deze duidelijke opstelling van de oud-PvdA-minister heeft inmiddels in politieke kring in Den Haag het aanzien van minister Van den Broek vergroot. Deze heeft van het begin af aan het standpunt ingenomen dat het sturen van de ene missie na de andere naar de gijzelaarsbazar in Bagdad uiteindelijk slechts Saddam Hussein in de kaart speelt. Dat 'Bagdad' hier op speculeert, kon niet duidelijker worden gemaakt dan door de mededeling van de Iraakse ambassadeur in Nederland, Al-Falaki, aan het familiecomite onder leiding van dominee Wouters dat de delegatie waarmee dit comite naar Irak wilde afreizen van zwaarder politiek kaliber diende te zijn.

    • Rob Meines