Onregelmatige ovulatie leidt tot botafbraak

Alle vrouwen weten inmiddels dat botverlies kan ontstaan door een tekort aan oestrogeen tijdens de menopauze. Nu blijkt uit een onderzoek in Vancouver dat ook het hormoon progesteron een factor van belang vormt. Botverlies treedt namelijk ook op bij jongere vrouwen die normaal menstrueren, maar een onregelmatige eisprong hebben. De eisprong (ovulatie) blijft uit bij een te laag gehalte progesteron tijdens de maandelijkse cyclus.

De Canadezen onderzochten of botverlies te maken heeft met al of niet intensieve beweging, of met die ovulatiestoornissen. Van drie groepen vrouwen werd met een tussenpoos van een jaar het botgehalte van de wervels gemeten: bij vrouwen die gingen trainen voor de marathon, gingen joggen en weinig actieve vrouwen. Al deze vrouwen hadden aanvankelijk een normale menstruele cyclus.

Aan alle vrouwen die aan dit onderzoek meededen werd gevraagd om een jaar lang elke dag hun temperatuur op te nemen. Zo konden de onderzoekers volgen of er al dan niet een ovulatie optrad. Als die plaats vindt stijgt de temperatuur een halve graad omdat de hoeveelheid progesteron in het bloed toeneemt.

Ondanks het feit dat de normale menstruatiecyclus behouden bleef, bleek dat er toch vaak ovulatiestoornissen voorkwamen. En opvallend was dat dit niets te maken had met lichaamsbeweging: bij alle drie groepen kwamen de ovulatiestoornissen even vaak voor.

Bij vrouwen die jarenlang topsport doen loopt het percentage dat niet meer menstrueert wel sterk op.

Maar liefst tachtig procent van de vrouwen had wel eens een onregelmatige temperatuursverhoging. Bij al deze vrouwen kwam botverlies voor. Het meest als de ovulatie wegviel, dan ruim vier procent per jaar. Bij vrouwen met een volledig normale cyclus nam de botdichtheid daarentegen licht toe.

Dit onderzoek maakt duidelijk dat ook bij normaal menstruerende vrouwen een ovulatiestoornis botverlies veroorzaakt. En dat naast oestrogeen ook progesteron van belang is voor de botstofwisseling. Verder onderzoek lijkt nog wel op zijn plaats; de meting van de temperatuurcurve is slechts een grove indicatie voor de progesteronspiegel in het bloed.