Literaire Tijdschriften

't Hart in wapenrok voor de vrouw

De meest intrigerende bijdrage in Hollands Maandblad staat dit keer achterin, tussen de personalia. Agnes de Graaf (1948) 'volgde tijdens een overwintering in IJsland een opleiding in droomherinnering, met als specialisatie Gevleugelde Dieren'. Klinkt zonderling. In 1970 sloot ze haar bij Van Oorschot verschenen dichtbundel Gotweet wat voor ongelukken hiervan komen af met het vers 'meneer de uitgever': 'ik denk waar blijft nou een brief van julli?/ want zo wort ik tog nooit es beroemt./ niet zo veel liefs van/ agnes'.

Maarten 't Hart neemt in dit nummer het zwaard op tegen 'lijsttrekker' Ton Anbeek. Het gaat hier echter niet om de veel bekritiseerde lijst van 21 verplichte boeken voor scholieren, maar om Anbeeks vrijmoedige roman Sisyfus verliefd en vooral om zijn Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1885-1985. En passant krijgt Carel Peeters een venijnige douw: 'hij heeft Anbeek bij zijn benoeming tot tijdelijk hoogleraar recensiekunde al dankbaar als kruiwagen gebruikt en hoopt hem in de toekomst nog vaker als zodanig te gebruiken.'

Op Brandt-Corstiusachtige wijze tellend, houdt 't Hart Anbeeks literatuurgeschiedenis tegen het licht ('100 bladzijden voor honderd jaar Nederlandse prozaliteratuur') en beschuldigt dan Anbeek van ernstige tekortkomingen. De dichters krijgen te veel ruimte, de Vlamingen geen enkele, ons koloniale verleden is helemaal onvindbaar zelfs bij de uitvoerige behandeling van Louis Couperus en E. du Perron en een 'zeer sexistische tendens typeert deze hele literatuurgeschiedenis'. De vrouwelijke auteurs worden volgens 't Hart ('t Hart!) schandelijk veronachtzaamd. Tweeenhalve bladzijde (van 240) voor schrijfsters: 'Blijkbaar worden 'teksten die als essentieel binnen een bepaalde ontwikkeling kunnen worden beschouwd' (Anbeeks selectiecriterium) voor 99% door mannen, en voor een procent door vrouwen vervaardigd. Het is een interessante visie die hier openbaar wordt. Kennelijk houden vrouwen normverschuivingen juist tegen'. Volgens de schrijveris de hoogleraar onbelezen ('Het werk van Lawrence is hem net zo vreemd als het leven van kraaien die hij in Sisyfus verliefd kersen laat eten') en is zijn literatuurgeschiedenis de meest onvolledige van alle en ook de minst verrassende 'Alle platgetreden paden in de Nederlandse literatuur worden nog eens krachtig aangestampt'.

'Hollands realist' 't Hart kreeg van Anbeek in totaal zeven regels toebedeeld.

Verder in Hollands Maandblad onder meer gedichten van Anneke Brassinga, Jan J. B. Kuipers over de filosoof van het egoisme Max Stirner en een cynisch-geestig verhaal van ambassadeur A. L. Schneiders over protocollaire vormelijkheden in 'Bimbonia', ergens in ebbehoutzwart Afrika.

Hollands Maandblad 1990-10. Uitg. i.s.m. Veen, 38 blz. fl. 9,25.

Vrouwen kunnen alles

Het Nieuw Wereldtijdschrift schaart zich in de rij en komt met een reisverhalennummer. Hoofdredacteur Herman de Coninck schreef een voorwoordje: 'Ik denk dat de eigenlijke reden van al dat reisproza te vinden is in een veralgemeend wantrouwen tegenover de ideologie. (...) Ideologie leerde ons de gelijkenis van alles. Rondkijken leerde de verschillen. Die waren het leukst.'

De verhalen in het NWT hebben, met uitzondering van een erg lang uitgevallen bijdrage van Henk Romijn Meijer, allemaal een politieke achtergrond. Eduardo Galeano, de bevlogen linkse literaire geschiedschrijver van Latijns Amerika (Kroniek van het vuur, drie delen), opent met een pleidooi voor zuivere democratie in de veelgeplaagde Latijnsamerikaanse landen, die absoluut geen imitatie mag zijn van een Europese of Amerikaanse staatsvorm 'een echte democratie, niet het decoratieve masker van een systeem dat alle rechten opoffert aan het recht op bezit, en dat alleen vrijheid van meningsuiting verleent aan degenen die het kunnen betalen.' De ontelbare invloeden uit Europa en Amerika die in Latijns Amerika aan te wijzen zijn van dakgoten in Lima, waar het nooit regent, tot de schijndeugdzaamheid van dictators maken Galeano des duivels.

Amy Wilenz was in 1986 in Haiti, waar ze verrast werd door de volksopstand tegen 'Baby Doc' Duvalier. In haar stuk gispt ze meer nog het gretige optreden van de internationale pers bij gewelddadige incidenten dan de plegers daarvan.

Hitlerbiograaf Joachim Fest schrijft vanuit Sicilie over Sicilianen, de maffia en de Duitsers 'Soms denk je dat de aanhoudende verontwaardiging van de Duitsers over de Hitlertijd wel eens minder te maken zou kunnen hebben met ontsteltenis en een begrepen geschiedenisles dan beweerd wordt. Eerder blijkt daaruit de poging van een volk, dat op veel gebieden geestelijk onproduktief is geworden, om althans via Hitler en de gruwelen van die jaren enige aandacht te trekken.'

Frank Albers interviewde Noam Chomsky over Nicaragua; en David Grossman schrijft nieuwsgierig over de Intifada van de Palestijnen ('de joden van de Arabieren'), met wie hij ook sprak. Een jonge Palestijn: 'Sinds het begin van de Intifada is de prijs van een bruid enorm gedaald. Vroeger had ik zeker drie- tot vierduizend dinars moeten neerleggen om te kunnen trouwen. Daarom gingen onze jongens met hun duizenden naar de hoeren in Tel Aviv. Gaven ze zich over aan jullie hoeren. Vandaag kan ik trouwen voor duizend dinar en nog een huis bouwen ook. Iedereen trouwt nu. En heel de tijd worden er kinderen geboren.'

In 'Waarom Russische vrouwen geen feministes zijn' bespreekt Tatyana Tolstaya heel fraai het boek Soviet Women: Walking the Tightrope van Francine du Plessix Gray. Vrouwen kunnen alles, en de mannen doen de rest zegt een Russischspreekwoord, en zo is het zegt Tolstaya. En bloc wijzen Russische vrouwen het feminisme af. 'Waarom zou een vrouw een soort van onvatbare politieke macht willen uitoefenen over abstracte mensen die zich niet willen onderwerpen, als ze toch al een volledig uit de kluiten gewassen, onweerstaanbare, voortdurende en tastbare macht kan uitoefenen over de leden van haar gezin, over elk voorwerp, stoel, bed, bezem, gordijn, pot of pan, sleutels, de hond, het tijdschema en het menu?' De Russische maatschappij is al eeuwenlang een matriarchaat, de 'Russische ziel' bij uitstek vrouwelijk. Het rationele, heldere en actieve, kortom, het Westerse mannelijke, legt het in de Sovjet-Unie doorgaans af 'De helden van de Russische folklore en literatuur komen altijd terecht dankzij hun magische echtgenotes en verloofdes (...). De mannen zijn vaak gekken en nietsnutten; de vrouwen zijn tovenaressen, angstaanjagend of aanminnig, kannibales of schoonheden'. Mannen zijn voor veel Russische vrouwen gewoon een gebruiksvoorwerp stelt Tolstaya met Gray vast, en de mannen hebben erger geleden onder de catastrofes die Rusland deze eeuw troffen dan de vrouwen. De Revolutie, de Tweede Wereldoorlog en het Stalinisme hebben mannen en vrouwen aan elkaar gelijk gemaakt, 'door ze allebei hun rechten te ontnemen'.

Maar het is niet zo zeker dat Tolstaya mannen helemaal serieus neemt.

NWT 1990-5. 80 blz fl. 12,50, tel. 020-551420

Avonturen in Indie

Het tijdschriftje Indische Letteren heeft weer een interessante figuur weten op te delven uit de Indisch-Nederlandse literatuur. Het is Jacob Haafner, die in de achttiende eeuw twee keer naar de Oost reisde en daar bij zijn omzwervingen talrijke avonturen beleefde. Zijn laatste paar levensjaren rentenierde hij rustig in Holland, waar hij zijn artikelen en reisverhalen schreef. Zijn boeken werden graag gelezen en ook vertaald. P. G. E. I. J. van de Velde en J. A. de Moor typeren met anderen het werk van deze antikoloniaal als vrolijk, onbekommerd citerend, levendig en boeiend, balancerend op het breukvlak van Verlichting en Romantiek. Helaas werd geen fragment van Haafner zelf afgedrukt.

Meer politiek is in dit nummer het artikel van Hanneke Elderhorst-van Hofwegen over de jonggestorven feministische heldin Kartini.

Indische Letteren, 5de jrg. nr.3, 47 blz. fl. 10. Praam 27, 2377 BW Oude Wetering.