Koopkracht bejaarden wordt op peil gehouden

DEN HAAG, 13 nov. Bejaarden met een klein aanvullend pensioen gaan er volgend jaar ongeveer 0,2 procent in koopkracht op vooruit. Dit schrijft staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken en werkgelegenheid) in een brief aan de Tweede Kamer.

Door de vereenvoudiging van het belastingstelsel zou deze groep bejaarden er in koopkracht op achteruit gaan, terwijl de midden- en hogere inkomensgroepen erop vooruit gaan. Tijdens de algemene beschouwingen leidde dit tot scherpe kritiek van PvdA-fractievoorzitter Woltgens. Het kabinet kwam daarna met een compromis tegemoet aan de wens van een Kamermeerderheid (PvdA, VVD, D66).

Om de bejaarden volgend jaar te compenseren voor hun koopkrachtverlies wordt de ziekenfondspremie over het aanvullend pensioen met 0,55 procentpunt verlaagd naar 7,25 procent. Tegelijkertijd wordt de premie over de AOW-uitkering met 0,2 procentpunt verhoogd tot 1,9 procent. De bruto-uitkering wordt ook verhoogd, zodat per saldo het netto AOW-bedrag gelijk blijft.

Maar omdat de ziekenfondspremie wordt verlaagd, gaan bejaarden met een aanvullende pensioen van 7.000 gulden er ongeveer 0,2 procent in koopkracht op vooruit. De verhoging van de bruto AOW-uitkering kost ongeveer 75 miljoen gulden.

De maatregel geldt alleen voor komend jaar. Dit jaar krijgt de groep bejaarden een extra uitkering van vijftig gulden met de kerstdagen. Per 1 januari 1992 moet het kabinet een definitieve voorziening hebben getroffen.