'Ik ken de kinderen door en door en weet hoe de poes van hun buurvrouw heet'

De klas van Henk Creemers (35) bestaat uit vijf leerlingen: drie meisjes en twee jongens van rond de tien jaar. Na enig zoeken tref ik ze in het computerlokaal, waar ze zich de tafels van vermenigvuldiging eigen maken. Geconcentreerd turen ze op hun beeldscherm en af en toe hoor je wat mompelend gereken. Als meester Henk een van de leerlingen iets uitlegt verheft hij zijn stem, hij articuleert duidelijk en laat z'n mimiek een woordje meespreken. De anderen werken rustig door, ze horen niet wat verderop gezegd wordt. Alle vijf leerlingen zijn doof.

De Dr. Van Udenschool bevindt zich op het terrein van het Instituut voor Doven in Sint Michielsgestel. Hoe de wereld van dove kinderen is, kan Henk Creemers zich bij benadering voorstellen. Na een fikse oorontsteking is hij eens zijn gehoor gedeeltelijk kwijt geweest: ' Ik werd meteen minder actief en begon me op mezelf terug te trekken, want de gesprekken gingen grotendeels langs me heen.'

Toen Henk Creemers dertien jaar geleden van de pedagogische academie kwam, kon hij aan de slag als huisschilder. Werk in het onderwijs was er niet. ' Ik heb zeker honderd sollicitatiebrieven geschreven, zelfs naar scholen in Groningen en Friesland. Bij toeval hoorde ik dat hier op het Instituut voor Doven een vacature kwam. Ik schreef een open sollicitatiebrief en ging naar het postkantoor om postzegels te kopen. De lokettist reageerde verrast toen hij de brief zag. Zijn broer werkte op het instituut en hij zou hem meteen opbellen dat mijn sollicitatie in aantocht was. Ja, het is hier een kleine wereld.'

Eenmaal aangenomen moest hij beginnen met een interne opleiding. Daarna volgde hij achtereenvolgens tweeenenhalf jaar de A-opleiding voor speciaal onderwijs en anderhalf jaar de B-opleiding voor 'doven, slechthorenden en spraakgebrekkigen'. Alles naast een volle werkweek, en die houdt niet om vier 's middags op als de kinderen naar huis of naar het internaat gaan.

' Dit onderwijs kleurt je leven', zegt Henk Creemers, ' ik ben er thuis ook nog mee bezig. 's Avonds bereid ik altijd het programma van de volgende dag voor, anders krijg je chaotische toestanden'. Gearticuleerd en expressief spreken doet hij ook na vieren. Hij betrapt zich er wel eens op dat hij iemand even aan zijn mouw trekt als hij iets wil zeggen.

Gebarentaal en vingerspellen worden niet onderwezen. Taalverwerving, of zoals het officieel heet: de 'reflecterende moedertaalmethode', staat centraal. ' Je moet met de kinderen de taal opbouwen, woord voor woord en zin voor zin, want ze komen hier als 'taalloze' kleuters binnen.'

Praten en voortdurend corrigeren zijn de belangrijkste ingredienten van het onderwijs. De gesprekken worden gevoerd met behulp van zendertjes en versterkers, zodat leerlingen gebruik kunnen maken van het kleine restje gehoor dat ze nog bezitten.

Vrijwel iedere zin die ze zeggen moet overnieuw van meester Henk. Er wordt vrolijk gelachen als een van de kinderen niet 'merel', maar 'kerel' zegt. Het bord staat vol met zinnen en losse woorden.

Henk Creemers is een geboren pedagoog. Hij heeft plezier in z'n werk en gaat liefdevol met de kinderen om. Zijn mimiek werkt aanstekelijk. ' Dat is ook nodig als je met dove kinderen werkt, je hele lijf moet meedoen.'

Drie jaar geleden werd Henk Creemers uitgezonden naar Suriname om op het Kennedy-instituut de 'reflecterende moedertaalmethode' over te dragen. ' De kinderen reageerden in het begin nauwelijks. Ze keken me met grote verbaasde ogen aan, want ze begrepen niet waarom ik daar zo heen en weer stond te bewegen. Je zag ze denken: waar maakt die man zich druk om? Ik had het gevoel dat ik daar voor joker stond. Later, toen ze eraan begonnen te wennen, ging het gelukkig heel goed.'

Hoe gebrekkig de communicatie voor een buitenstaander ook mag lijken, de leerlingen zijn trots op iedere goed uitgesproken zin, en meester Henk is zichtbaar verheugd over hun vorderingen. ' Ze zijn erg gemotiveerd, want ze weten dat taal een instrument is waarmee ze iets kunnen bereiken. Hun wereld wordt erdoor verruimd. Ze kunnen beter met hun ouders en broertjes en zusjes communiceren.'

In het 'gewone' onderwijs zou Henk Creemers niet graag willen werken. ' Op een gewone basisschool zijn het niet de kinderen die de structuur aangeven, maar is het de leerstof waar je doorheen moet. Ik heb hier een grote mate van vrijheid, ik ken de kinderen door en door en weet hoe de poes van hun buurvrouw heet. Je maakt zelf de lesstof. De kinderen zijn mijn taalboek.'