Heseltine bouwt met taaie volharding aan eigen podium

Michael Heseltine en Margaret Thatcher hebben het nooit met elkaar kunnen vinden, noch op ideologisch, noch op persoonlijk terrein. 'Als ze twee honden waren, zouden ze de weg oversteken om met elkaar te vechten', vatte een Conservatief gezinde zondagskrant dat eerder dit jaar treffend samen. Inmiddels dringt zich een ander beeld op: dat van twee honden die met de neuzen in de lucht elkaar zogenaamd negeren, maar vanaf de eigen stoep uit de ooghoeken elkaars kansen in een partijtje matten-op-leven-en-dood berekenen.

Toen Michael Heseltine in januari 1986 als minister van defensie in het tweede kabinet-Thatcher abrupt zijn papieren bijeenveegde en de wekelijkse kabinetsvergadering verliet, zag de premier een man vertrekken die ze nooit had vertrouwd. Bij haar aantreden als partijleidster, in 1975, had ze in de erfenis van Edward Heath ook Michael Heseltine als lid van het schaduwkabinet aangetroffen. Het is een publiek geheim dat ze hem zo snel mogelijk ontslagen zou hebben, als hij haar niet doelbewust voor was geweest. Dat deed hij op een manier die ze hem niet licht zou vergeven. Op het partijcongres van 1975 was het niet Margaret Thatcher die het moreel van de troepen mobiliseerde, maar Michael Heseltine. Hij hield een toespraak over de Britse industrie toen nog bij uitstek het ideologisch terrein van Labour die de toehoorders gloeiend van enthousiasme van hun stoel deed opspringen voor een donderend applaus. De partijtop mocht hem voortaan een opportunist vinden, een 'vulgaire spreker', zelfs een 'blond beest', de (veelal vrouwelijke) congresgangers sloten hem in hun hart. Die populariteit is sindsdien, ondanks zijn vertrek in de Westland-affaire en ondanks een driftaanval in het Lagerhuis, nauwelijks verminderd.

Schooljuffrouw

Achteraf gezien had Heseltines vertrek uit het kabinet na een geschil over de aanschaf van helikopters voor het leger (een Europees tegenover een Amerikaans produkt) evenveel met Europa als met de persoonlijke stijl van leiding geven van Margaret Thatcher te maken. Michael Heseltine had de eerste dame van de Conservatieve Partij altijd al een dominante schooljuffrouw gevonden, iemand bovendien die altijd gelijk moet hebben en die meedogenloos afrekent met diegenen die dwarsliggen. Bij zijn vertrek uit het kabinet verweet hij haar echter in feite hetzelfde wat Nigel Lawson (tweede in de reeks Heseltine, Lawson, Howe) de premier ruim drie jaar later in zijn ontslagbrief voor de voeten zou werpen: dat Thatcher haar ministers, wanneer ze die eenmaal had uitgekozen, niet vertrouwde en niet hun eigen gang liet gaan.

Maar Michael Heseltine wist toen nog niet dat hij deel zou gaan uitmaken van een symptoom. In plaats daarvan zag hij zich, na spectaculair naam te hebben gemaakt als achtereenvolgend minister voor huisvesting en milieu en van defensie, geconfronteerd met het vooruitzicht van de politieke woestijn: geweerd zolang Thatcher het voor het zeggen had en beroofd van een natuurlijk platform waarop hij aan zijn uiteindelijk doel , zelf het land en de partij leiden, kon werken. Dus zette hij zich met taaie volharding en onblusbare energie aan het bouwen van een eigen podium. In de vier jaar sinds zijn ontslag heeft Michael Heseltine een indrukwekkend programma van spreekbeurten en ontvangsten afgewerkt, drie boeken (waaronder een over Japan en een over 'De uitdaging Europa') geschreven, duizenden handen geschud, en honderden collega-Lagerhuisleden aan zich verplicht door als publiekstrekker te verschijnen bij gelegenheden, waarvoor anders nauwelijks belangstelling zou zijn geweest.

'Als je ooit weer deel wilt uitmaken van een Torykabinet', zei hij in een interview, 'moet je dat of zelf leiden of ervoor worden gevraagd. Welke van de twee mogelijkheden het ook wordt: je moet je weten te onthouden van katten, bouderen of samenzweren'.

Wedergeboorte

En zo structureerde Michael Heseltine zijn eigen wedergeboorte als potentiele partijleider, zoals hij eerder zijn hele carriere had ingericht. In zijn studententijd in Oxford (hij is acountant) had hij al een politieke carriere voor ogen, maar die stelde hij uit tot hij als jonge doctorandus voldoende geld had verdiend om onbezorgd te kunnen leven. Dat gebeurde in de jaren zestig door het speculeren in huizen en door het kopen, redactioneel opkrikken en verkopen van onder andere Londens eerste 'glossy' voor modieus publiek: In Town. Nu wordt Heseltine's vermogen geschat op zestig miljoen pond: hij is voor ruim de helft eigenaar van Haymarket Press en hij woont met zijn familie in een enorm, klassiek landhuis niet ver van Oxford. Daar geeft hij zich over aan eenzaam vermaak als vogels observeren en bomen kweken. Voor de snobs onder de Tories is die levensstijl moeilijk te verdragen: ' Hij loopt daar nota bene rond of hij altijd al landeigenaar geweest is'.

Zonder katten, zonder bouderen en zonder (zichtbaar) samenzweren heeft Heseltine zich de laatste vier jaar op de voorgrond weten te dringen door elke keer met een beroep op het welzijn van de partij op te komen voor die zaken, waar premier Thatcher een steek liet vallen. Zonder haar naam maar te noemen posteerde hij zich in feite aan het hoofd van de pro-Europese lobby binnen de partij, pleitte hij voor een financiele injectie in 'de kwaliteit van het bestaan' en kwam hij dodelijk op voor lange termijn-denken in het politiek beleid. En hoe impopulairder Margaret Thatcher in de opiniepeilingen werd, des te meer aanhang ging er naar Heseltine. Het afgelopen voorjaar was de wraak van de gesmade minister compleet: in de opiniepeilingen van maart kreeg hij driemaal zoveel steun als Thatcher.

Heseltine wachtte zich er wel voor triomf te tonen. Dat was, opnieuw , wijs. Alles wat hem immers te doen stond, was wachten en toekijken hoe zijn tegenstandster zichzelf in diskrediet leek te brengen bij steeds grotere delen van de partij. En hoe bedreigend Thatcher en haar adviseurs dat stille wachten vonden, bleek wel uit de acties beschadiging-Heseltine: hij zou de poll tax-rellen in Londen hebben gestimuleerd, dan wel hij zou te dom (Heseltine lijdt aan dislexie) en te opvliegend zijn om het land te leiden.

Toevallig in dezelfde tijd werd ook een schandaalkrant in Londen getipt over een vuiltje in het priveleven van Sir Anthony Meyer, de man die vorig jaar een strijd om het leiderschap tussen serieuze kandidaten trachtte te ontketenen, door zelf de eerste uitdager in jaren te worden. 'Dat moeten ze vooral met Michael doen: vuil spel spelen', zei een lid van het kabinet gisteren over die tactieken tegen de BBC. 'Als je die in een hoek zet, komt hij er met dubbele kracht terugvechtend uit te voorschijn.'

Bezorgdheid

Het ontslag van Geoffrey Howe en smadelijke verliezen van de Conservatieven in een serie tussentijdse verkiezingen, gevoegd bij de economische recessie, hebben inmiddels tot openlijke bezorgdheid geleid bij Conservatieve Lagerhuisleden die in komende algemene verkiezingen een kleine meerderheid in hun kiesdistrict moeten verdedigen. Steeds meer MP's moeten van hun kiezers niet alleen verwijten aanhoren over de economische ellende van hoge rente, hoge hypotheken, dure koopwaar en achterblijvende verdiensten, maar ook denigrerende opmerkingen incasseren over een premier die als schuldige wordt gezien en de indruk wekt nog steeds niet voor rede vatbaar te zijn. Dat zijn de Lagerhuisleden die zich afvragen of ze, zolang Margaret Thatcher de partij leidt, na de komende algemene verkiezingen (uiterlijk zomer 1992) nog wel als afgevaardigde voor hun kiesdistrict naar Westminster zullen kunnen terugkeren. Wie weet aan welke kant zij hun boterham gesmeerd zien als het op (geheime) stemming over het leiderschap zou neerkomen?

Partijbonzen willen nog steeds alleen anoniem hun voorkeur kwijt, maar een van hen slaat vermoedelijk de spijker op de kop. 'Als de Lagerhuisleden denken dat Michael voor hen de verkiezingen kan winnen, dan zullen ze op hem stemmen.'

    • Hieke Jippes