Ex cathedra

De schaakwedstrijd is tijdelijk gestopt en als een sprookjesfiguur die honderd jaar geslapen heeft wrijf ik mijn ogen uit om te zien wat er intussen in de echte wereld is gebeurd. Ha, de nieuwe Mulisch is uit. De Zuilen van Hercules. Ik koop het, zoals ik al zijn boeken koop. Niets wil ik mij laten ontgaan van de man die me geleerd heeft dat het drijvende balletje in de stortbak van de WC kan worden opgevat als een transfiguratie van de Heilige Geest.

(Hoe heet dat ding toch in die stortbak, niemand in huis kan het me vertellen. Moet ik de hele Compositie van de Wereld nog eens lezen om het te vinden? Ik bel een vriend op die veel knutselt in huis, die moet het weten. Dat zal wel, maar hij is niet thuis. Zijn vrouw weet het ook niet. Ze is Engelse. Misschien weet ze het Engelse woord, dan kan ik het in een woordenboek opzoeken. Ook niet. Maar ze heeft wel een Chinees plaatjesboek met twee-talige tekst, daar moet het instaan. Ze vindt het woord. Ballcock. Ballcock? Noemen jullie dat echt zo? Ze lacht. Vast niet, we zouden niet durven. Rare Chinezen. Maar toch vind ik een vertaling in mijn woordenboek. Vlotterkraan. Vlotter, dat was het. Ik krijg ook nog het Chinese woord voor vlotter te horen. Zo krijgt iemand die iets nauwkeurig nakijkt altijd een onverwachte beloning, maar dit terzijde.)

Of eigenlijk helemaal niet terzijde, want Mulisch zou hier nog een voorbeeld aan kunnen nemen. Ik ben wel een dankbare lezer, maar niet geheel zonder kritiek. Ik sla de lezing Het Ene op, die ik indertijd door Mulisch heb horen uitspreken. De passage over de wetenschapsopvatting van Popper.

Ja hoor, net wat ik dacht, daar staat het weer. Mulisch schrijft: 'De misvatting die nog het meest lijkt op die van wetenschapsfilosofen als Popper, is te vinden bij marxistische literatuurtheoretici, zoals Georg Lukacs.'

Die misvatting van Lukacs wordt door Mulisch als volgt weergegeven. Een romanschrijver die bij voorbeeld een werkloze proletarier wil beschrijven, zal eerst allerlei werklozen in het echte leven bestuderen. Dan abstraheert hij de gemeenschappelijke eigenschappen van al die werklozen en die worden vervolgens geconcretiseerd tot de romanfiguur. De typische werkloze. Zo gaat het niet, zegt Mulisch. Daar komen alleen prutboeken van.

Het is nu duidelijk wat de wetenschapsfilosofie van Popper moet zijn. De wetenschapsman onderzoekt eerst een heleboel feiten. De essentiele gemeenschappelijke kenmerken worden geabstraheerd en vervolgens geconcretiseerd tot een wetenschappelijke wet. Dit is Popper volgens Mulisch.

De hier geschetste wetenschapsfilosofie zal de studenten van Popper inderdaad bekend voorkomen. Het is precies de theorie die Popper altijd bestreden heeft. Zo denkt men vaak dat het gaat in de wetenschap, zegt Popper, maar in de praktijk gaat het niet zo, en het kan ook niet zo gaan. Popper heeft er zijn eigen, precies tegenovergestelde theorie voor in de plaats gezet en is daardoor beroemd geworden. Het is precies omgekeerd als Mulisch het voorstelt. Wie het van mij niet geloven wil kan het bij Karel van het Reve nalezen en anders bij Popper zelf.

Het meest opmerkelijke is niet dat Mulisch indertijd de plank zo mis sloeg. Typerend voor de ongebruikelijke opvattingen die Mulisch over het schrijverschap heeft, is dat hij het nu weer laat afdrukken, terwijl hij al lang beter moet weten. Het boekje waarin zijn lezing werd afgedrukt kwam in 1984 uit. Mulisch schijnt iedere week uit eten te gaan met de genieenclub. Natuurlijk heeft een van die genieen in die zes jaar wel eens verteld hoe de vork in de steel zit. Of anders een briefschrijver. Ondenkbaar is het ook dat het ruwe volk dat 's avonds de buurt van het Leidseplein onveilig maakt, te schuw zou zijn om het Mulisch tijdens een van zijn wandelingen in te peperen dat hij de naam van Popper heeft misbruikt. Even ondenkbaar is het dat Mulisch zich er iets van aan zou trekken.

Er zijn meer voorbeelden te geven. Eentje die ik nog niet kende: in het hoofdstuk Contra Barbaros wordt de schaakgrootmeester Lasker geciteerd. 'Lesen Sie blosz meine Bucher, es steht alles drin.' Net de man die zoiets nooit zou zeggen, omdat hij altijd waarschuwde tegen boekenkennis. Was het niet Hitler die gezegd heeft: niets is helemaal waar en zelfs dat niet? Zo'n citaat is zo mis dat je bijna de indruk zou krijgen dat er een komisch effect wordt nagejaagd. Even mis is het citaat van Lasker, maar toch weet ik zeker dat het in alle herdrukken zal blijven staan.

Het heeft iets zonderlings, de volstrekte onverstoorbaarheid die Mulisch altijd toont tegenover kritiek. Alsof hij een solipsist is, die eigenlijk niet gelooft in het bestaan van andere wezens met bewustzijn. Alsof hij de buitenwereld alleen wenst te beschouwen als een deel van zijn eigen innerlijk, dat naar believen te manipuleren valt. Het heeft ook iets indrukwekkends. In graniet staan de woorden van Mulisch gebeiteld. Zou hij ze weer weg moeten hakken vanwege de banale reden dat ze niet in overeenstemming met de werkelijkheid zijn? Nee, dat kan niet meer. Het is geschreven.

Mulisch schrijft een paar keer dat sommige werken van hem ex cathedra geschreven zijn. Dat betekent: het is zoals het is. Iedereen kan er het zijne van zeggen, maar dat kan het niet meer veranderen. Het is geschreven, het ligt vast. Veel lezers zijn geneigd een boek te zien als een gesprek tussen schrijver en lezer. De vergelijking met een gesprek is Mulisch een gruwel.

Zelf zal hij veel eerder vergelijkingen maken met een proclamatie of een wet. De proclamatie bevestigt zijn eigen waarheid. Je kan er helemaal niet over twisten of een proclamatie of wet waar is of niet, hoogstens of hij afgedwongen kan worden. Misschien daarom ook de vergelijking tussen schrijvers en generaals, die Mulisch wel eens gemaakt heeft. Het is ook goed dat hij niet met ons in gesprek wil zijn. Wat zou hij er aan hebben? Is er wel iemand die genoeg met hem overeenkomt om hem iets te kunnen vertellen? Wie kan een wereldbeeld ontwerpen waarin de WC-vlotter op logische en vanzelfsprekende manier de functie van de Heilige Geest overneemt? Ik niet. Ook niet als ik meer tijd zou hebben of meer hersenen. Zoals een paard niet blaffen kan, hoe hard het ook zou oefenen.